Sepot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een sepot of seponering is een beslissing van het Openbaar Ministerie om een strafbaar feit niet te vervolgen. In België spreekt men van seponering en in Nederland van sepot.

[bewerken] Soorten

Op grond van het zogeheten opportuniteitsbeginsel kan het Openbaar Ministerie besluiten niet tot vervolging over te gaan. Dit kan verschillende reden hebben. Het OM kan het te druk hebben met serieuzere misdrijven en daarom als beleid hebben dat bepaalde kleinere misdrijven niet worden vervolgd. Men spreekt dan van een beleidssepot.
Het is ook mogelijk dat het OM het bewijs niet rond krijgt. In dit geval kan het OM besluiten de (bij voorbaat kansloze) vervolging te staken. Men spreekt dan van een technisch sepot.
Ook kan een sepot onder bepaalde voorwaarden worden verleend. Men hoopt de dader voor de toekomst van soortgelijk gedrag af te houden. Men spreekt dan van een voorwaardelijk sepot. In België spreekt men hier van de praetoriaanse probatie.

[bewerken] Niet akkoord

Wie het er niet mee eens is dat een zaak wordt geseponeerd, kan daartegen in verweer komen.
In Nederland is dit geregeld in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering. Rechtstreeks belanghebbenden kunnen een klaagschrift indienen bij het gerechtshof. Als de raadkamer van het hof de klacht gegrond verklaart, moet het Openbaar Ministerie alsnog tot vervolging overgaan. Dit wordt de Artikel 12 Sv-procedure genoemd.
In België kan je tegen een beslissing tot sepot niet in beroep gaan. Men kan zich wel burgerlijke partij stellen bij de onderzoeksrechter, zodat het dossier verplicht heropend en onderzocht wordt.

[bewerken] Einde

Een sepot behoeft niet het einde van een strafvervolging te betekenen, want het is geen einduitspraak van een rechter in de zin van art. 350 Sv.. Ook in België heeft de beslissing tot seponering een voorlopig karakter: het OM kan alsnog tot vervolgingen overgaan, voor zover de strafvordering nog toelaatbaar is.

Het OM wordt daarom niet door het beginsel ne bis in idem belet om later alsnog tot vervolging over te gaan. Wel is het bestuursrechtelijk vertrouwensbeginsel van toepassing: het OM mag niet meer tot vervolging overgaan als het een verdachte heeft medegedeeld de vervolging te beëindigen.