Septuagint

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Chester Beatty Papyrus VII bevat stukken Deuteronomium
De Septuagint: een kolom in unciaal schrift van 1 Ezra uit de Codex Vaticanus

De Septuagint, vaak afgekort tot LXX (70 in Romeinse cijfers), is de naam voor de Griekse vertaling van de Tenach of het Oude Testament, die tussen circa 250 v.Chr. en 50 v.Chr. werd gemaakt.

Naam en ontstaan van de Septuagint[bewerken]

Septuagint of Septuaginta (Latijn: ‘zeventig’, afkorting van interpretatio septuaginta virorum, Grieks: η μετάφραση των εβδομήκοντα, "vertaling van de zeventig mannen"; als variant voor virorum wordt ook seniorum (ouderen) of interpretum (vertalers) gebruikt). Volgens de overlevering werd de Hebreeuwse Bijbel in het Grieks vertaald door 70 (volgens andere bronnen 72) vertalers die, hoewel onafhankelijk werkend, op miraculeuze wijze toch allen dezelfde vertaling maakten. In eerste instantie was deze vertaling bedoeld voor de grote groep Griekstalige joden in Egypte. Deze spraken namelijk niet meer Hebreeuws als moedertaal. Volgens de Brief van Aristeas wilde bovendien de Hellenistische koning van Egypte Ptolemaeus II Philadelphus een vertaling voor zijn groeiende bibliotheek. Deze brief van Aristeas wordt echter door sommige deskundigen geheel of gedeeltelijk als fictie beschouwd.[1]

Joodse visie: van succes tot rouw[bewerken]

De originele rabbijnse Septuagint bevat volgens Joodse bronnen slechts de eerste vijf boeken van Mozes, (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium), terwijl de christelijke bronnen beweren dat de rabbijnen de gehele Tenach in het Grieks hebben vertaald. Ondertussen hebben dezelfde 72 rabbijnen in Talmoedtraktaat Megilla 9a en 9b vermeld dat vijftien passages van hun Septuagint-vertaling een op een naast de originele Hebreeuwse versie gelegd kunnen worden. De vijftien zijn:

  • Gen. 1:1
  • Gen. 1:26
  • Gen. 2:2
  • Gen. 5:2
  • Gen. 11:7
  • Gen. 18:12
  • Gen. 49:6
  • Ex. 4:20
  • Ex. 12:40
  • Ex. 24:5
  • Ex. 24:11
  • Lev. 11:6
  • Num. 16:15
  • Deut. 4:19
  • Deut. 17:3

In een tweede poging om, na een niet succesvolle poging 61 jaar eerder, de Torah in het Grieks te vertalen, verzamelde de Grieks-Egyptische koning Ptolemaeus II 72 rabbijnen en plaatste hen in 72 afzonderlijke ruimten. Zijn opdracht was dat iedere rabbijn een vertaling van de Torah in het Grieks aan hem moest leveren.

Op de achtste van de maand Teweet van Joodse jaar 3515 (246 v.Chr.) werden 72 versies geleverd, met inbegrip van identieke veranderingen op 13 plaatsen (waar zij ieder van mening waren dat een letterlijke vertaling een corruptie van de ware betekenis van Torah zou vormen). De traditie wil dat alle vertalingen identiek bleken, terwijl men nog wel stiekem onafhankelijk bepaalde veranderingen in de vertaling aangebracht zou hebben. Deze Griekse vertalingen werden Septuagint („van de zeventig”) genoemd.

Tijdens de Talmoedische periode werd het maken van de vertaling betreurd, zodat de Joodse datum 8 Teweet een vastendag werd.

Conflicten tussen joden en christenen[bewerken]

De LXX was gedurende het Hellenisme en de eerste eeuwen van het christendom de belangrijkste en meest gebruikte Bijbelvertaling, zowel bij christenen als bij de joden. Bij de joden kreeg de vertaling na het jaar 100 een slechte naam, doordat christenen ermee trachtten aan te tonen dat Jezus Christus de voorzegde Messias was. De christenen hechtten bijvoorbeeld veel betekenis aan het Griekse woord parthenos, maagd, in Jesaja 7:14, terwijl er in het Hebreeuws almah staat, dat behalve maagd ook jonge vrouw kan betekenen.[2]

Na enkele pogingen de Hebreeuwse Bijbel opnieuw, maar dan letterlijker te vertalen – door Aquila (zeer letterlijk, maar daardoor onbegrijpelijk), door Symmachus en door Theodotion (een herziening van de LXX) – besloot men in de synagoge voortaan de Bijbel in het Hebreeuws te lezen en liet men de LXX aan de christenen. Men investeerde in Hebreeuws onderwijs aan de kinderen en het proces van standaardisering van wat uiteindelijk de Masoretische tekst zou gaan heten werd voortgezet.

Christelijke visie[bewerken]

Voor de christenen is de LXX van grote betekenis geweest bij hun zendingswerk. De meeste bekeerlingen in de eerste eeuwen waren namelijk Griekstalig en hadden met de LXX direct een vertaling van het OT beschikbaar. Het belang van de LXX blijkt verder uit het feit dat veel citaten in de nieuwtestamentische brieven en de evangeliën uit het Griekse OT volgens de LXX zijn en niet uit de Masoretische Hebreeuwse tekst. Zo zijn in het Bijbelboek Matteüs alle aanhalingen uit het Oude Testament uit de Griekse LXX genomen en niet rechtstreeks uit het Hebreeuws.

De boeken van de Septuagint volgens het christendom[bewerken]

De Septuagint bevat meer boeken dan de Hebreeuwse Bijbel.

  1. Canonieke boeken. De septuagint bevat de gehele Hebreeuwse Bijbel in een vertaling in het Grieks. Deze vertaling wisselt wat mate van vrijheid betreft.
  2. Deuterocanonieke boeken: zijn 7 of 10 in getal, afhankelijk van hoe men ze indeelt. Deze boeken worden in de Oosters orthodoxe kerken en de Rooms-Katholieke kerk (die ze deuterocanoniek noemt) als gezaghebbend beschouwd, maar door protestanten niet.
  3. Apocriefe boeken: deze worden door de Rooms-Katholieke kerk en niet zelden door de Oosters orthodoxe kerken als onecht beschouwd. (Psalm 151; 3 en 4 Makkabeeën, 1 (=3) Ezra; Psalmen van Salomo
  4. Het boek Oden bestaat uit Liederen die gekopieerd zijn uit het Oude Testament; de Deuterocanonieke boeken of het Nieuwe Testament. Het boek is apocrief; de inhoud niet.

Herkomst en geschiedenis van de tekst[bewerken]

Vroegere tekstcritici veronderstelden dat de LXX een vertaling van de Masoretische tekst (MT) was. Door vergelijking met sommige Dode-Zeerollen is men tot de conclusie gekomen dat LXX (en Samaritaanse Pentateuch) enerzijds en Masoretische tekst anderzijds twee teksttypes vertegenwoordigen die allebei vertegenwoordigd zijn onder de Dode-Zeerollen. Tussen de Dode-Zeerollen bevinden zich zowel boekrollen die familie zijn van de Masoretische tekst, bijvoorbeeld 1QIsa a, de grote Jesajarol uit grot 1, als boekrollen die verwant lijken aan de LXX, bijvoorbeeld 4QSam b, één van de Samuëlrollen uit grot 4.

Van de LXX beschikt men over de volgende handschriften:

  • Van de vóórchristelijke tekst zijn nog enkele fragmenten over met regels van Deuteronomium; de papyrus F266 en John Rylands Grieks 458.
  • Uit de eerste eeuw stamt de rol met kleine profeten van Nahal Hever, (132-135).
  • Uit de 2e en 3e eeuw zijn fragmenten over van de LXX op papyrus: Chester Beatty papyri, Oxyrhynchus papyri, Berlijnse Genesis; de Freer-collectie, en de Scheide papyri.[3]
  • Uit de vierde eeuw stammen de perkamenten uncialen, Codex Alexandrinus (5e eeuw), de Codex Vaticanus en de Codex Sinaiticus die voor het eerst vrijwel de gehele Septuaginta bevatten.
  • Nog jonger is een grote hoeveelheid Byzantijnse minuskels.

De tekst van de LXX werd na de eerste eeuw door christenen bewaard en doorgegeven, en zoals bij elke tekst die wordt gekopieerd ontstonden er varianten. We weten van drie pogingen de tekst zo goed mogelijk te reconstrueren:

  • O: de recensie die teruggaat op Origenes. Deze zou stammen van de vijfde kolom van de Hexapla, het grote, helaas verloren gegane werk uit ca 240, waarin hij de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament naast de belangrijkste vertalingen van zijn tijd, waaronder de LXX, plaatste.
  • L: Rond 275 vervaardigde ook Lucianus van Antiochië, de presbyter die als martelaar stierf op 7 januari 312, een recensie van de LXX. Hij had, anders dan Origenes, geen wetenschappelijke maar praktische bedoelingen. Kenmerkend is dat hij nooit iets weglaat, waardoor nogal eens verdubbelingen zijn ontstaan.
  • C: Hiëronymus, die zelf de Bijbel uit het Hebreeuws naar het Latijn vertaalde (de Vulgaat), noemt nog een recensent, Hesychius. We weten niet veel van deze persoon af.

Varianten en omstreden boeken[bewerken]

Er zijn binnen de LXX vaak zulke verschillen, dat de moderne uitgave van de Septuaginta, de Deutsche Bibelgesellschaft, van veel boeken twee versies weergeeft: van Jozua 18 en van Richteren een versie uit Codex A en een uit B; Tobias één versie uit A en B en een andere uit codex S, zo ook bij Daniël. De wijsheid van Jezus Sirach heeft in de minuskels geregeld extra verzen, die in de uncialen en in het Hebreeuws ontbreken. Zoals bekend hebben de boeken Daniël en Ester in het Grieks extra hoofdstukken.
Ook het boek Psalmen heeft een psalm extra, Psalm 151. Merkwaardig is het verschil in telling met de masoretische tekst: In de LXX vormen psalm 9 en psalm 10 samen één psalm: 9. Vanaf daar loopt de nummering van de LXX voor op de masoretische tekst. Psalm 11(MT) is in de LXX psalm 10; psalm 145 van de LXX is "onze" 146. Psalm 146 bestaat in de LXX dan uit de eerste 11 verzen van de Masoretische tekst ("onze" tekst) van Psalm 147. Psalm 147 bestaat in de Septuaginta uit de tweede helft van onze 147. Van 148 t/m 150 van komt de nummering weer overeen, en volgt in de LXX Psalm 151; een lied van 7 verzen waarin David zijn overwinning op Goliath beschrijft. Uit de variabele samenstelling van de rollen met Psalmen die bij de Dode-Zeerollen zijn aangetroffen, valt op te maken dat de eindredactie van het boek Psalmen als geheel betrekkelijk laat heeft plaatsgevonden. De indeling in vijf boeken is echter in de LXX hetzelfde als in de MT.

Gebruik, vertaling, gezag[bewerken]

Vanaf de tweede eeuw werd in het Westen gebruikgemaakt van allerlei Latijnse vertalingen, de Vetus Latina. Dit zullen wat het Oude Testament betreft vertalingen van de LXX geweest zijn. Van 390 tot 405 werkte Hiëronymus van Stridon in opdracht van paus Damasus I aan de officiële Latijnse Vulgata. Hiervoor vertaalde hij het Oude Testament uit het Hebreeuws. Van de door hem deuterocanonieke boeken genoemde boeken reviseerde hij de bestaande Latijnse vertaling met behulp van het Griekse origineel in de LXX. In de Vulgaat zette hij de boeken, enkele uitzonderingen daargelaten, in de volgorde van de LXX, die afwijkt van de joodse indeling.

Tegenwoordig is de LXX de standaardtekst voor de Oosters-orthodoxe Kerk. Bijbelvertalingen van het OT maken gebruik van de Masoretische grondtekst en alleen in twijfelgevallen van de LXX en andere oude vertalingen.

De deuterocanonieke boeken worden vertaald vanuit de Septuagint. Deze deuterocanonieke boeken hebben in de Rooms-Katholieke kerk gezag in de versie van de Vulgaat, dat komt er op neer dat men de LXX als brontekst neemt. In de protestantse kerken gelden ze als apocrief, als niet-geïnspireerde gedachten van mensen.

  • Van het boek de Wijsheid van Jezus Sirach kent men 2/3 van het oorspronkelijke Hebreeuws uit de kelder van een synagoge en van Massada. Voorts is er een Syrische versie die onafhankelijk van de LXX is ontstaan.
  • Van het boek Tobit zijn er bij de Dode-Zeerollen Hebreeuwse en Aramese snippers gevonden.
  • De boeken I Makkabeeën, Judith en (deels?) Baruch zijn waarschijnlijk oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven, maar er zijn geen Hebreeuwse of Aramese handschriften bewaard gebleven.
  • Van de boeken II Makkabeeën, Wijsheid van Salomo en de aanvullingen op Ester en Daniël wordt aangenomen dat ze in het Grieks zijn geschreven.
Nuvola single chevron right.svg zie Apocriefen van het Oude Testament

Belang van de LXX[bewerken]

Los van de vraag of men haar gezag wil toekennen, is de LXX van belang voor de wetenschap:

  • Door de LXX beschikken we over de inhoud van het Oude Testament in de taal van het Nieuwe. Dat is belangrijk voor woordstudies, bijvoorbeeld thora, leer, is in de LXX vertaald met nomos, wet. Dat bevestigt dat in het NT het woord nomos soms beter met leer, onderwijs kan worden vertaald. Een ander woord is het Hebreeuwse chesed (goedertierenheid) dat in de LXX eleos, barmhartigheid is (en niet charis, genade).
  • Tekstkritiek: af en toe is een fout in de Masoretische Tekst te reconstrueren met behulp van de LXX. Een voorbeeld is Psalm 145:13, waar de reconstructie die men met behulp van de LXX had gemaakt, door de Dode-Zeerollen wordt bevestigd.[4]
  • Citaten: soms wordt in het Nieuwe Testament nogal vrij geciteerd: er worden twee teksten gecombineerd of er wordt een nieuwe betekenis in de tekst gelegd, dan wel herkend. Met name in de Brief aan de Hebreeën en het hierboven al genoemde evangelie volgens Matteüs echter blijken de citaten niet slordig, maar zijn de verschillen te verklaren met behulp van de LXX.[5]
  • Ontwikkeling dogmatiek: een toch niet onbelangrijk leerstuk als de opstanding van de doden wordt in het Oude Testament eigenlijk alleen in het late boek Daniël geleerd. In de apocriefen zien we het onderwerp zich ontwikkelen.[6] Jezus en de apostelen onderwijzen het ook.
  • Geschiedenis van de intertestamentaire periode: met name de boeken van de Makkabeeën zijn, met Flavius Josefus, de belangrijkste informatiebron over deze periode.

Moderne uitgave[bewerken]

Onder redactie van prof. dr. Alfred Rahlfs, 1935, 1979, Deutsche Bibelgesellschaft. Met kritisch apparaat. ISBN 3-438-05121-4 Deze bevat de volgende boeken:

Boek Gezaga Oorspronkelijke taal Gevondenb Officiële grondtekstc Genre MT Genre LXX Dateringd vertaald in Griekse
Genesis
Exodus
Leviticus
Numeri
Deuteronomium
Canoniek Hebreeuws Synagoge Masoretische tekst Torah Hist.- en wetboeken Begonnen: 1000-586 v.Chr.; eindredactie 515 v.Chr. 250 v.Chr.
Jozua Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Vroege profeten Historisch 6e eeuw definitieve vorm 200 v.Chr.
Richteren Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Vroege profeten Historisch 6e eeuw definitieve vorm 200 v.Chr.
Ruth Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Geschriften (feestrollen) Historisch 6e eeuw definitieve vorm 150 v.Chr.
I en II Samuël Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Vroege profeten Historisch 6e eeuw definitieve vorm 200 v.Chr.
I en II Koningen Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Vroege profeten Historisch 960-562 v.Chr. 200 v.Chr.
I en II Kronieken Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Geschriften Historisch Vierde eeuw v.Chr. 150 v.Chr.
1=3 Ezraf Apocrief Grieks LXX-handschriften 165 v.Chr.[7]
2 Ezra (Ezra Nehemia) g Canoniek Aramees en Hebreeuws Synagoge MT Geschriften Historisch vierde eeuw v.Chr. 150 v.Chr.
Ester Canoniek + Deuterocanoniek c:Hebreeuws; dc:Grieks Hebreeuws uit synagoge, Grieks uit LXX. MT en LXX Geschriften (feestrol) Historisch Hebreeuwse deel: derde, tweede eeuw v.Chr. Griekse hoofdstukken 78, 77 v.Chr.
Judit Deuterocanoniek Hebreeuws origineel verloren gegaan. LXX-handschriften LXX "Historisch" ca 100 v.Chr.
Tobit Deuterocanoniek Aram. en Hebr. fragmenten zijn tussen de Dode-Zeerollen gevonden. LXX-handschriften LXX Historisch (Legende) 225-175 v.Chr.
I Makkabeeën Deuterocanoniek Hebreeuws origineel is verloren gegaan LXX-handschriften LXX Historisch 125 v.Chr.
II Makkabeeën Deuterocanoniek Grieks LXX-handschriften LXX Historisch ca 50 v.Chr.
III Makkabeeën Apocrief Grieks LXX-handschriften Geschiedenis uit 220 v.Chr. 100-70 v.Chr.
IV Makkabeeën Apocrief Grieks LXX-handschriften Filosofisch werk Grieks
Psalm 1-150 Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Geschriften Liederen, poëzie Vanaf koningentijd tot 200 v.Chr. 150 v.Chr.
Psalm 151 Apocrief Hebreeuws Dode-Zeerollen Lied, poëzie
Odeng inhoud is canoniek, deuterocanoniek of Nieuwtestamentisch. afhankelijk van de herkomst liederen
Spreuken Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Geschriften; Wijsheidsliteratuur Wijsheidsliteratuur Eindredactie ballingschap; oud materiaal van eeuwen her. 150 v.Chr.
Prediker Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Geschriften; wijsheidsliteratuur; feestrollen Wijsheidsliteratuur Na de ballingschap. 150 v.Chr.
Hooglied Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Geschriften; feestrol Allegorisch opgevatte liefdespoëzie; Wijsheidsliteratuur 500-400 v.Chr 150 v.Chr.
Job Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Geschriften; Wijsheidsliteratuur; Wijsheidsliteratuur Eindredactie 500-200 v.Chr. 150 v.Chr.
De wijsheid van Salomo Deuterocanoniek Grieks LXX-handschriften LXX Wijsheidsliteratuur 50 v.Chr. – 30 AD
De Wijsheid van Jezus Sirach deuterocanoniek Hebreeuws genizah te Caïro; in Massada Dode-Zeerollen Gezaghebbend is LXX-tekst Wijsheidsliteratuur ca 180 v.Chr. 132 v.Chr.
Psalmen van Salomo apocrief Grieks LXX-handschriften 18 psalmen 50 v.Chr.
Twaalf profetenh canoniek Hebreeuws Synagoge MT Latere profeten Kleine profeten vanwege de omvang) Tussen 7e en 5e eeuw v.Chr. 200 v.Chr.
Jesaja canoniek Hebreeuws Synagoge; Grotten van Qumran! MT Latere profeten Grote profeet 200 v.Chr.
Jeremia (boek) Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Latere profeten Grote profeten 605 v.Chr. eerste gedicteerd; eindredactie 450?? 200 v.Chr.
Baruch Deuterocanoniek Hebreeuws; in ieder geval deels Neen LXX Wijsheidsliteratuur 2e - 1e eeuw v.Chr.
Klaagliederen Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Geschriften, een van de feest(vast)rollen Poëtische boeken, Ca 580 v.Chr. 150 v.Chr?
Brief van Jeremia Deuterocanoniek Onduidelijk Fragmenten Dode-Zeerollen LXX in de Vulgaat = Baruch 6) Satire tussen 165 - 100 v.Chr.
Ezechiël Canoniek Hebreeuws Synagoge MT Latere profeet Grote profeten 593-571 v.Chr. 200 v.Chr.
Daniël Canoniek Hebreeuws / Aramees Synagoge MT Geschrift Profeet 200-150 v.Chr. 100 v.Chr.
Toevoegingen bij Daniël Deuterocanoniek Grieks LXX-handschriften LXX 100 v.Chr.

a:Canoniek: alom geaccepteerd; deuterocanoniek: afgewezen door protestanten; Apocrief: afgewezen door Roomskatholieke kerk en protestant b Van sommige boeken zijn er delen van de oorspronkelijke tekst bewaard gebleven. DeLXX zelf is natuurlijk altijd Grieks. Bedoeld is de herkomst van de gevolgde tekst in de standaard vertaald wordt. Voor de canonieke boeken is dat de Masoretische tekst die in de synagoge in gebruik is, voor de deuterocanonieke boeken zijn dat de handschriften van de LXX. c Van de deuterocanonieke boeken is de LXX grondtekst, en niet het origineel d Voor zover te vinden worden hier de jaartallen gegeven zoals de NBV-studiebijbel 2008 ISBN 978-90-6539-329-6. Rechtzinnige protestanten en evangelische christenen zullen het hier niet altijd mee eens zijn. e In LXX 1 Ezra, in Vulgaat 3 Ezra. f In LXX 2 Ezra = Ezra-Nehemia; in Vulgaat 1 Ezra=Ezra, 2 EZra= Nehemia; 4 Ezra is een Latijns geschrift, dus geen LXX. g met o.a gebed van Manasse h LXX andere onderlinge volgorde dan in NBV: Hosea, Amos, Micha, Joël, Obadja, Jona, Nahum, Habbakuk, Zeefanja, Haggai, Zacharia Maleachi

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. the narrative is "open to the gravest suspicion, and the letter abounds with improbabilities and is now generally regarded as more or less fabulous," observed The Classical Review 335/6 (August–September 1919:123), reporting H. St.J. Thackeray's The Letter of Aristeas, with an Appendix of the Ancient Evidence on the Origin of the LXX..
  2. Bijbelse encyclopedie, Kok, Kampen, 3e ed 1979
  3. de toevoeging (v.Chr) in Kok, Kampen Bijbelse encyclopedie, 3e ed 1979, is naar mijn mening vrijwel zeker een drukfout.
  4. zie voetnoot NBV
  5. Aanhalingen, Bijbelse encyclopedie, Kok, Kampen, 3e druk, 1979, Kok Kampen
  6. P. Beentjes, de wijsheid van Salomo, KBS/VBS,1987, bladzijde 24, 29
  7. Bijbelse Encyclopedie Kok