Sequentia van de heilige Eulalie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cantilène de sainte Eulalie, het vervolg op het Ludwigslied, ga naar Numérisation du parchemin om de tekst beter zichtbaar te maken (Ref. Gemeentebibliotheek Valenciennes 150 (olim 143) fol.141v)

De Sequentia van de heilige Eulalie, ook bekend als de Cantilene van de heilige Eulalie, wordt beschouwd als de eerste literaire tekst die is geschreven in de langue d'oïl, de taal waaruit later onder ander het Oudfrans is ontstaan. (De oudste bekende niet-literaire tekst in de langue d'oïl is de Eed van Straatsburg, en die is nog 39 jaar ouder dan de Sequentia van de heilige Eulalie.) In deze sequentia wordt het martelaarschap van Eulalia van Mérida bezongen.

Het werk is gebaseerd op een hymne van de Romeinse dichter Aurelius Clemens Prudentius uit de Peristephanon. Het gedicht bestaat uit 29 verzen van elk 10 lettergrepen met assonantie.

Achtergrond[bewerken]

Tegenwoordig wordt aangenomen dat de Sequentia van de heilige Eulalie in 880 of 881 is geschreven en aan het begin van de 10e eeuw in boekvorm uitgebracht, samen met in het Latijn geschreven werk van paus Gregorius I en vier andere gedichten waaronder het in het Oudhoogduits geschreven Ludwigslied. Dergelijke sequenties maakten deel uit van de Gregoriaanse muziek, en werden bijvoorbeeld gezongen in de abdij D'Elnone van Saint-Amand-les-Eaux, waar de tekst vóór de 12e eeuw aan toebehoorde.

Het manuscript werd in 1837 ontdekt door de taalkundige Hoffmann von Fallersleben, en is sindsdien steeds het onderwerp van verhitte debatten geweest. Men is het bijvoorbeeld niet eens over de precieze betekenis van de vijftiende regel ('Ellent adunet lo suon element'). Ook zijn sommigen van mening dat de tekst is geschreven in de streek die nu Lotharingen heet, terwijl anderen zoals Léopold Genicot de oorsprong liever in de buurt van Aken of Luik situeren en op grond hiervan zelfs aan de hele Franse literatuur een Waalse basis willen toekennen.

Inhoud[bewerken]

Langue d'oïl   Nederlandse vertaling
Buona pulcella fut Eulalia.   Eulalie was een schone maagd.
Bel auret corps bellezour anima.   Ze had een mooi lichaam en een mooie ziel.
Voldrent la ueintre li d[õ] inimi.   De vijanden Gods wilden haar overwinnen,
Voldrent la faire diaule seruir.   Wilden haar de duivel laten dienen.
Elle nont eskoltet les mals conselliers.   Zij luisterde niet naar de verkeerde raadgevingen :
Quelle d[õ] raneiet chi maent sus en ciel.   God in de hemel werd zij niet ontrouw
Ne por or ned argent ne paramenz.   Niet voor goud, zilver of garnituur,
Por manatce regiel ne preiement.   Koninklijk dreigen of smeken :
Niule cose non la pouret omq[ue] pleier.   Niets kon haar doen buigen
  La polle sempre n[on] amast lo d[õ] menestier.     Dat meisje beminde steeds Gods dienaar.
E por[ ]o fut p[re]sentede maximiien.   Daarom werd ze voorgeleid voor Maximien,
Chi rex eret a cels dis soure pagiens.   Die in die dagen koning der heidenen was.
Il[ ]li enortet dont lei nonq[ue] chielt.   Hij spoorde haar tevergeefs aan,
Qued elle fuiet lo nom xp[ist]iien.   De naam van Christen te laten varen.
Ellent adunet lo suon element   Doordat ze haar element (kracht?) verenigde,
Melz sostendreiet les empedementz.   Zou ze beter de kettingen verdragen,
Quelle p[er]desse sa uirginitet.   Doordat ze haar maagdelijkheid verloor,
Por[ ]os suret morte a grand honestet.   Zou ze sterven in alle oprechtheid.
Enz enl fou la getterent com arde tost.   Ze wierpen haar in het vuur, opdat ze snel verbrandde  :
Elle colpes n[on] auret por[ ]o nos coist.   Ze was zonder zonde; ze brandde daarom niet.
A[ ]czo nos uoldret concreidre li rex pagiens.   Maar de heidense koning weigerde dat te geloven.
Ad une spede li roueret toilir lo chief.   Hij beval haar met een zwaard het hoofd af te slaan;
La domnizelle celle kose n[on] contredist.   Het meisje sprak dit niet tegen,
Volt lo seule lazsier si ruouet krist.   Ze wil de wereld verlaten als Christus het zo wil.
In figure de colomb uolat a ciel.   In de gedaante van een duif vliegt ze hemelwaarts.
Tuit oram que por[ ]nos degnet preier.   Wij smeken allen dat zij zich verwaardigt voor ons te bidden,
Qued auuisset de nos xr[istu]s mercit   Dat Christus zich over ons ontfermt
Post la mort & a[ ]lui nos laist uenir.   Na de dood, en dat hij ons naar hem doet komen,
Par souue clementia.   Door zijn genade.

Kenmerken[bewerken]

De tekst bevat onder meer al lidwoorden (zoals li), iets wat in de Eed van Straatsburg van een halve eeuw eerder nog niet het geval was. Ook zijn er diverse sporen van agglutinatie tussen het lidwoord en andere woorden zichtbaar. Anderzijds heeft er nog geen klinkerreductie of diftongering plaatsgehad, zoals in de eerste fase van het Oudfrans (buona pulcella (Latijn: "schoon jong meisje", → Fr. bonne pucelle). De werkwoordsvorm sostendreiet wordt beschouwd als het eerste voorbeeld van de Franse conditionnel.

De tekst lijkt nog het meest op Waals en Picardisch vanwege woorden als diaule, cose et kose (de laatste twee woorden hebben tegenwoordig alleen nog in het Picardisch dezelfde vorm). D'Arco Silvio Avalle ziet er bovendien elementen van het Lotharings en het Champenois in, talen die volgens hem indertijd een gemeenschappelijke orthografie hadden.

Externe links[bewerken]