Sergiu Celibidache

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Celibidache At Curtis Single.jpg

Sergiu Celibidache (Roman, 11 juli 1912 - Parijs, 14 augustus 1996) was een Roemeense dirigent.

Leven en werk[bewerken]

Celibidache heette eigenlijk Celibidachi, maar door een fout van een beambte werd zijn naam veranderd. Hij studeerde eerst in Boekarest en Parijs en ging daarna muziek, wiskunde en filosofie studeren in Berlijn. Celibidache schreef een proefschrift over Josquin Desprez. Als jonge musicus kreeg hij weinig kansen om te dirigeren, maar had hij des te meer tijd om zich te verdiepen in muziektheorie.

In 1945 bleek hij in het bevrijde Berlijn, na de onverwachte dood van Leo Borchard, feitelijk de enig aanwezige dirigent om de Berliner Philharmoniker te gaan leiden zolang Wilhelm Furtwängler dit orkest niet mocht dirigeren. Celibidache fungeerde tot 1952 officieel als dirigent ad interim. Nadien werkte hij wereldwijd met vele orkesten, van Venezuela tot Zweden, en verder met name in Parijs en Stuttgart. In 1979 werd hij dirigent van de Münchner Philharmoniker. Hij maakte dit orkest tot een ensemble op het allerhoogste niveau.

Celibidache maakte in zijn Münchener jaren vooral naam met zijn vertolkingen van werken van Anton Bruckner. Hij zette daarmee een traditie voort van de Münchner Philharmoniker, een orkest dat van enkele symfonieën van Bruckner de première van de originele versies had gebracht. Karakteristiek en veel becommentarieerd was zijn opvatting van het muzikale tempo. Adagio's duurden in zijn uitvoeringen aanmerkelijker langer dan bij andere dirigenten.

Hij had de reputatie dat hij zeer moeilijk en hoekig in de omgang was. Vanwege zijn afkeer van geluidsopnamen konden pas na Celibidache's dood geautoriseerde concertopnamen verschijnen. Celibidache's formaat, zijn grote liefde voor en kennis van de muziek, staan boven elke twijfel, maar tegelijk schrok hij er niet voor terug om stevig in partituren in te grijpen waar hij dit nodig achtte. Zijn grote ervaringen en zijn muziektheoretische inzichten droeg hij over tijdens masterclasses. Opvallend daaraan was bijvoorbeeld dat hij studenten orkestdirectie kamermuziek liet spelen om hen zo meer besef bij te brengen voor ensemblespel.