Servische Republiek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Servische Republiek
Deelgebied in Bosnië en Herzegovina Vlag van Bosnië en Herzegovina
Flag of Republika Srpska.svg Seal of Republika Srpska.svg
(Details)
BH municipality location.gif

De roze gebieden behoren tot de Servische Republiek
Brcko in groen
Situering
Deelgebied Entiteit
Algemeen
Oppervlakte 24.811 km²
Inwoners 1.439.673 (2010) (58 inw/km²)
Hoofdplaats de jure Sarajevo,
de facto Banja Luka
Politiek
Bestuurder Milorad Dodik (president), Željka Cvijanović (premier)
Overig
Website www.vladars.net
Portaal  Portaalicoon   Bosnië en Herzegovina

De Servische Republiek (Servisch: Република Српска (РС), Republika Srpska (RS)), is een van de twee entiteiten die samen de staat Bosnië en Herzegovina vormen. De andere entiteit is de Federatie van Bosnië en Herzegovina. In het dagelijks gebruik blijft de naam van deze entiteit in niet-Slavische landen meestal onvertaald, om verwarring met het land dat bekendstaat als Servië te vermijden.

Hoewel de hoofdstad van de Servische Republiek officieel Sarajevo is, tevens de hoofdstad van geheel Bosnië en Herzegovina, werd de entiteit in de praktijk tot 1998 vanuit Pale en sindsdien vanuit Banja Luka bestuurd.

Geschiedenis[bewerken]

Aan de vooravond van de Bosnische Oorlog werd op 9 januari 1992 de Servische Republiek Bosnië Herzegovina uitgeroepen. De constitutie van deze republiek verklaarde dat het grondgebied bestond uit de Servische districten van Bosnië en Herzegovina, en uit de “gebieden van Bosnië en Herzegovina waarin Serviërs uit een minderheid bestonden als gevolg van de genocide tijdens de Tweede Wereldoorlog”. Verder verklaarde de constitutie dat de Servische Republiek Bosnië Herzegovina deel uitmaakte van de federale republiek Joegoslavië.

In de dagen daarna volgde er in Bosnië en Herzegovina een referendum omtrent de onafhankelijkheid. Twee derde van de Bosnische bevolking stemde (net als al eerder gebeurd was in Kroatië en Slovenië) vóór de onafhankelijkheid van het land en bevestigde daarmee het besluit van het Bosnische parlement om zich af te scheiden van Joegoslavië. Op 6 april 1992 erkende de internationale gemeenschap officieel de onafhankelijkheid van Bosnië en Herzegovina. Een dag later, op 7 april 1992 verklaarde vervolgens de Servische Republiek haar onafhankelijkheid van Bosnië en Herzegovina en van Joegoslavië. De meerderheid van de Bosnische Serviërs hadden het referendum geboycot omdat het onwettig zou zijn, doordat de Servische afgevaardigden in het parlement tegen de stemming een veto hadden uitgesproken.

Gedurende de oorlog in Bosnië en Herzegovina verdedigde het Bosnisch-Servische leger, gesteund door het JNA met harde hand de grenzen van de nieuw uitgeroepen Servische Republiek in Bosnië en Herzegovina en werden deze grenzen ook uitgebreid. Onder de ogen van de hele wereld vonden in het gebied etnische zuiveringen plaats (waaronder in concentratiekampen zoals Omarska, Keraterm en Trnopolje), en deportaties van Bosniakken en Kroaten en grootschalige etnische zuiveringen van heel Oost- en Noord-Bosnië. Van de misdaden hebben de autoriteiten van de Servische Republiek er slechts twee toegegeven, te weten de moord op 90 moslimburgers in Vlašić in 1992 (op 21 augustus van dat jaar werden minstens 228 burgers uit Kozarac en Prijedor gedood en in een ravijn gedumpt) en de moord op duizenden burgers in Srebrenica in 1995.

Het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag heeft echter in vele uitspraken de omvang van de massamoorden en de etnische zuiveringen begaan door of namens de autoriteiten van de Servische Republiek beschreven en bevestigd, evenals het Internationale Strafhof in zijn uitspraak van 26 februari 2007[bron?].

Bij het tekenen van de vrede in Bosnië en Herzegovina in het Verdrag van Dayton in 1995 werd het bestaan van de Servische Republiek vastgelegd. De entiteit is nooit erkend als onafhankelijke staat.

De wederopbouw van de Servische Republiek verliep trager dan die van de Federatie van Bosnië en Herzegovina, doordat de entiteit weinig buitenlandse hulp kreeg[bron?]. Er werd van de Servische Republiek verlangd dat ze eerst zou meewerken aan de uitlevering van oorlogsmisdadigers aan het Joegoslavië-tribunaal.

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Regio's in de Servische Republiek

De Servische Republiek bestaat uit zeven regio's, die weer zijn onderverdeeld in gemeentes.

  1. Banja Luka
  2. Doboj
  3. Bijeljina
  4. Vlasenica
  5. Oost-Sarajevo
  6. Foča
  7. Trebinje

Volkslied[bewerken]

Het volkslied van de Servische Republiek is Moja Republika ("Mijn Republiek"). Het lied is sinds 16 juli 2008 in gebruik als volkslied en is geschreven door Mladen Matović.

De Servische Republiek had oorspronkelijk Bože Pravde ("God der Gerechtigheid") als volkslied. Dit lied is ook in gebruik als het volkslied van Servië. De Servische Republiek gebruikte de oude monarchistische versie van Bože Pravde.