Sessiliteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sessiliteit is in de biologie de eigenschap van een organisme dat het niet kan voortbewegen. Een organisme dat zich niet kan voortbewegen wordt sessiel genoemd.

In de botanie kan sessiel (zittend) ook betekenen dat de bladeren van een plant zonder bladsteel aan de stengel of stam bevestigd zitten.

Niet alleen planten en schimmels zijn sessiel, maar ook sommige dieren. Vaak zijn sessiele organismen vastgehecht aan de ondergrond waarop ze leven, zoals gesteente, een bodem of de buitenkant van een scheepsromp. In het geval van koralen wordt de ondergrond zelfgemaakt.

Sessiele dieren hebben meestal een motiele fase in hun levenscyclus. Sponsdieren hebben bijvoorbeeld een motiele fase als larven, die sessiel wordt wanneer de larven volwassen worden. Er zijn ook dieren die een sessiele levensfase hebben aan het begin van de levenscyclus. Voorbeelden zijn veel kwallen, die als poliepen groeien in het begin van hun levenscyclus. Veel sessiele dieren, zoals zeeanemonen, koralen en sponsdieren planten zich ongeslachtelijke voort door knopvorming.