Seventh Sojourn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Seventh Sojourn
Album van Moody Blues
(Albumhoes op en.wikipedia.org)
Uitgebracht november 1972
Opgenomen januari-september 1972
Genre Symfonische rock
Label(s) Threshold THS 7 van Decca
Producent(en) Tony Clarke
Chronologie
1971
Every Good Boy Deserves Favour
  1972
Seventh Sojourn
  1974
This Is The Moody Blues (verzamelaar)
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Seventh Sojourn is het 9e muziekalbum van The Moody Blues, en het 7e in de succesvolle samenstelling:

De aanloop[bewerken]

Na diverse succesvolle albums hebben de Moody Blues alles wat een popband destijds begeerde. Publiek stond in de rijen voor hun bijna altijd uitverkochte concerten, albums stonden soms meer dan een jaar in de albumlijsten; de platenmaatschappij Decca, waar Threshold onder viel, gaf volledige steun aan de band en men kon albums opnemen in welke studio dan ook.
Toch had dat allemaal een keerzijde. De leden van de band waren na plaatsopnames en toeren een beetje op elkaar uitgekeken. Ze hadden sinds 1967 niets anders gedaan dan optreden en opnemen, zodat de rek er een beetje uit was. Ze zijn wat dat betreft te lang doorgegaan, zodat ze slachtoffer werden van hun eigen succes. De band bleef onverminderd populair. Bij dat succes kwam nog iets. Een Amerikaans radiostation ging hun hit uit 1968 Nights in White Satin als tune gebruiken; het werd opnieuw een hit. De vraag naar optredens nam alleen maar toe.

Toch moest er ook een nieuw album komen. De Moodies hadden geen zin in een grote studio en begonnen met opnemen in de kleine studio van Mike Pinder "Beckthorns" geheten (een studio in een omgebouwde garage). Pas maanden (na weer een tournee) later verhuisden de Moodies naar Tollington Park, alwaar de Decca Studios zich toen bevonden.

Zoals bij hun vorig album ter sprake kwam, had Pinder het het moeilijkst met de druk. Hij was de filosoof van de groep en begon de druk als bovenmatig te ondervinden. De Mellotron, die hij bespeelde heeft bij dit album versterking gekregen van de Chamberlin, een soortgelijk instrument, maar met andere mogelijkheden en klank.

Het album[bewerken]

Track 1
Lost in a Lost World (Pinder).
Het album begint met een je oren inglijdende en crescendo spelende Chamberlin; dan begint Pinder te zingen (citaat):
  • I woke up this morning, I was crying;
  • Lost in a lost world.
Het is het begin van een humeurig album. Het nummer gaat vooral wat mensen elkaar aan doen tijdens bijvoorbeeld revoluties en rassendiscriminatie/rellen.
Track 2
New Horizons (Hayward);
In tegenstelling tot Pinder ziet Hayward het qua tekst wat zonniger in; de muziek is echter niet vrolijk; het klinkt apathisch; wat opvalt is dat het drumgeluid steeds wisselt van links naar rechts, wat toen in de mode kwam;
Track 3
For My lady (Thomas);
Een romantisch niemendalletje (liefdesliedje) van de fluitist; het nummer valt een beetje uit de toon vergeleken met de rest van het album;
Track 4
Isn't life strange (Lodge);
Lodge zei later dat hij dit nummer in één avond had geschreven; het is het eerste nummer dat compleet op tape stond voor dit album;
Track 5
You and Me (Hayward; Edge);
Een nummer over dat de mens, die maar steeds doorgaat, handelt, ook met het vernielen van de aarde. Begint met de zin; There's a leafless tree in Asia; een verwijzing naar de Vietnamoorlog. Wellicht ook een deels autobiografisch werk van de groep, die toch ook geen grip meer had op hun eigen leven;
Track 6
The Land of Make-Believe (Hayward)
Hayward schijnt hier onder de invloed van Pinder te staan, (citaat):
  • We're breathing in the smoke of high and low,
  • We're taking up a lot of room;
Track 7
When You're a Free Man (Pinder)
Een rustige ballade;
Track 8
I'm just a singer (in a rock-'n-roll band) (Lodge)
Lodge probeert hier de boel te relativeren; ach zij kunnen er ook niets aan doen; ze zijn alleen maar zangers. Het nummer eindigt met een traditionele beëindiging van een rocknummer, een paar slagen op de drums en BOEM het is uit.
Een waardige afsluiting van hun gezamenlijk oeuvre.
Dit nummer is de laatste track van lp, cd en geremasterde cd. Op de sacd staan nog vier tracks. Normaal gesproken zijn dat nummers die niet op of bij de plaat pasten of toch niet zo goed waren als eerst gedacht. Bij deze sacd-uitgave is het anders:
Track 9
Isn't life strange (Lodge); dit is de originele opname uit de studio van Pinder en dat is te horen. De toetsenpartij is nadrukkelijker aanwezig. Bij track 4 op het album zit na couplet 2 een wat rare overgang; de (elektronisch gespeelde?) fagot sterft uit. Bij deze opname sterft die niet uit, maar heeft de opmaat van 2 minuten pure Chamberlain/Mellotronmuziek. Dit deel van het nummer is niet meegenomen naar het album, omdat dan het nummer te lang zou worden (track 9 duur 8 minuten). Voor liefhebbers van de Mellotron is het echter smullen geblazen; het klinkt als klassieke muziek.
Track 10
You and Me (Hayward en Edge)
Ook uit de studio van Pinder, de zangpartij is hier nog niet ingezongen; dus ook hier klinkt de Chamberlain voluit; bijkomend gelukje (voor de liefhebber dan) ; het nummer duurt 2 minuten langer;
Track 11
Lost in a Lost World (Pinder);
Dit lijkt op een solonummer van Pinder; ook nog niet ingezongen. De muziekpartij verschilt zeer van wat er op het album terecht is gekomen; de muziek klinkt hier optimistischer.
Track 12
Island (Hayward)
Na de bij Seventh Sojourn behorende tournee gingen de heren de studio in voor een nieuw album. Maar de opnamen kwamen niet meer op gang. Dit nummer is het enige dat is opgenomen voor die nieuwe plaat. Hierna volgden nog enige optredens en toen was de koek voor de vijf heren op. Het nummer past duidelijk nog in de traditie van Seventh Sojourn. Bij de soloalbums van de heren was het uit de toon gevallen en op hun volgende album Octave past het al helemaal niet. Na hun 4-jaar durende sabbatical klinkt Octave stukken helderder en optimistischer.

Singles[bewerken]

Van het album kwamen twee singles: Isn't life strange (inderdaad vreemd dat een nummer van 6 minuten een single wordt; vandaar waarschijnlijk de cut); en I'm just a singer. Ze werden beide overschaduwd door Nights in White Satin.

Trivia[bewerken]

Tijdens de tour volgend op dit album beschikte de Moodies over een eigen Boeing 707, met alles er op en er aan.
Enkele citaten:

  • John Lodge: Als we na Seventh Sojourn waren doorgegaan, hadden we ruzie gekregen;
  • Justin Hayward: We hebben onszelf te serieus genomen;
  • Graeme Edge: We vonden het toen geen goed album; pas later toen we “hersteld” waren, vonden we toch wel behoorlijk goed.

Sacd-versie[bewerken]

  • voor de 5.1-versie is gebruikgemaakt van de mixen, die waren gemaakt voor de Quadrafonieplaat.

Tijdlijn[bewerken]