Sextant (navigatie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sextant
18e-eeuwse octant en logboek aan boord van het fregat Grand Turk
Sextant in gebruik

Een sextant en octant zijn nautische navigatieinstrumenten waarmee de verticale hoek tussen een hemellichaam en de horizon wordt gemeten. Als de verticale hoek, de datum en het tijdstip van de dag bekend zijn, kan een hoogtelijn waarop men zich bevindt worden berekend.

De meest nauwkeurige bepaling verkrijgt men door de zon te schieten tijdens zijn culminatie, om 12:00 uur lokale tijd, wanneer de zon zijn hoogste punt heeft bereikt. Een andere bepaling, de poolshoogte wordt genomen door de hoogte van de poolster te meten, hiervoor is de exacte tijd niet van belang en wordt (bij benadering) meteen de breedtegraad van de waarnemer bepaald.

Twee verschillende personen vonden rond 1730 onafhankelijk van elkaar de sextant uit: John Hadley (1682-1744), een Engelse wiskundige, en Thomas Godfrey (1704-1749), een Amerikaanse uitvinder.

Vanwege zijn grotere nauwkeurigheid heeft de sextant de jakobsstaf en het astrolabium vervangen.

Sextant en octant[bewerken]

Een sextant heeft een gradenboog van 1/6 deel van een cirkel, dus van 60°. Een octant dankt zijn naam aan de 1/8 cirkel van 360° = 45° die zijn gradenboog beslaat. De octant was tot 1767 in gebruik en werd daarna snel vervangen door de sextant.

Omdat er met spiegels gewerkt wordt, is de schaal op de gebogen rand van de octant in 90 graden en bij een sextant in 120 graden verdeeld. Met behulp van de nonius die op de beweegbare arm is bevestigd kan tot op tienden nauwkeurig de hoek tussen horizon en (rand van) een hemellichaam bepaald worden.

De sextant bestaat uit

Zie ook[bewerken]

Demonstratie van het gebruik. Klik op de afbeelding voor verdere instructies