Shakuhachi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Shakuhachi
Een shakuhachi, blaaskant boven.* Links - bovenkant, vier gaatjes* Rechts - onderkant, vijf gaatjes.
Een shakuhachi, blaaskant boven.
* Links - bovenkant, vier gaatjes
* Rechts - onderkant, vijf gaatjes.
Classificatie
Gerelateerde instrumenten
dwarsfluit, blokfluit
Meer artikelen
koten honkyoku
Portaal  Portaalicoon   Muziek

De shakuhachi (尺八 [ˈʃakʊˌhatʃi]) is een Japanse fluit, die verticaal wordt bespeeld, zoals een blokfluit, in plaats van horizontaal, zoals de westerse dwarsfluit. De naam shakuhachi betekent letterlijk "1,8 voet", de lengte van de fluit. Hij wordt traditioneel vervaardigd van bamboe, maar er bestaan nu ook versies van hout en plastic. De shakuhachi werd bespeeld door de monniken van de Fuke sect in het Zen Boeddhisme, tijdens het praktiseren van suizen (blaas-meditatie). De volle klank maakte de shakuhachi in de jaren 80 populair in westerse popmuziek.

Overzicht[bewerken]

De naam shakuhachi betekent "1,8 voet", vanwege de lengte. Het is opgebouwd uit twee woorden:

  • shaku (尺) betekent "voet" (lengtemaat) en is gelijk aan 30,3 centimeter (in dit geval is de voet gelijk aan 0,994 maal de Engelse voet) en verdeeld in 10 (niet in twaalf).
  • hachi (八) betekent "acht", in dit geval acht sun ofwel acht tienden van een shaku.

Dus, "shakuhachi" betekent "een voet acht" (bijna 55 centimeter), de standaard lengte van een shakuhachi. Andere shakuhachi variëren in lengte van ongeveer 1,3 shaku tot 3,3 shaku (hoe langer de shakuhachi, des te lager is de toon). Hoewel de lengte kan afwijken van de standaard, men blijft het instrument steevast "shakuhachi" noemen.

De blaaskant, ofwel utaguchi (歌口) van de shakuhachi

Geschiedenis[bewerken]

De bamboe-fluit kwam voor het eerst in Japan van China via Korea. De shakuhachi echter, is nogal afwijkend van zijn continentale voorlopers, het resultaat van eeuwenlange geïsoleerde evolutie in Japan.

Gedurende de middeleeuwen werd de shakuhachi nog het meest gebruikt door monniken van de Fuke Zen sekte, bekend als de komusō ("priesters van het niets"), die het hanteerden als een spiritueel instrument. Hun muziek, koten honkyoku genaamd, wordt bepaald door de manier en snelheid van blazen van de bespeler. Voor hun was dit een vorm van meditatie (suizen).

Zie ook[bewerken]

  • hocchiku: een soortgelijke, maar minder geraffineerde, bamboe-fluit;
  • embouchure: de actie van de lippen die nodig is om een blaasinstrument te bespelen.

Externe links[bewerken]