Shunzhi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Shunzhi
1638 – 1661
Shunzhi Court portrait.jpg
Keizer van Mantsjoerije
Periode 1643-1644
Voorganger Hong Taiji
Opvolger -
Keizer van China
Periode 1644-1661
Voorganger Chongzhen
Opvolger Kangxi
Vader Hong Taiji
Moeder Keizerin Xiao Zhuang Wen
Shunzhi
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 順治

Shunzhi (Hanzi:順治, Mantsjoe:Aisin-Gioro Fulin) (1638 - 5 februari 1661) was van 1644 tot 1661 keizer van China onder de Qing-dynastie. Zijn vader was Hong Taiji , zijn moeder Zhuang Fei, beter bekend als Keizerin Xiao Zhuang Wen. Hij volgde in 1643 zijn vader op als leider van de Mantsjoes en keizer van Mantsjoerije, en werd na verovering van de rest van China keizer van het hele land.

Shunzhi's vader had de Mantsjoe-legers al ver China in geleid, zodat hij op het punt stond geheel China te onderwerpen. Hong Taiji ging echter dood en liet de laatste klus dus over aan zijn zoon. Deze was echter nog veel te jong en tot 1650 regeerde zijn oom prins Dorgon, de veertiende zoon van Nurhaci, het rijk. Toch werd Shunzhi al in 1644 tot keizer van China gekroond, nadat zijn legers de Chinese hoofdstad Peking hadden ingenomen. De laatste Ming-keizer, Chongzhen, had enkele dagen voor de inname van Peking uit wanhoop zelfmoord gepleegd.

Shunzi zelf had waarschijnlijk weinig interesse voor het regeren van zijn land. Hij wijdde zich namelijk vooral toe aan de schilderkunst en contemplatie. Zo wordt een bekende schildering van Bodhidharma die de Jangtsekiang oversteekt, aan hem toegeschreven. Deze uit 1655 daterende schildering is te zien in het Museum van Oost-Aziatische kunst in Stockholm. Van de Shunzhi-keizer wordt ook geschreven dat hij vrijwel elke dag van het jaar in een boeddhistisch klooster verbleef.

In 1660 overleed zijn geliefde concubine van de Donggo stam, een verlies waar hij niet overheen kwam. Er werd gezegd dat Shunzi na haar dood het klooster in zou zijn gegaan en monnik zou zijn geworden. Hij overleed echter aan pokken in 1661. Na zijn dood werd hij opgevolgd door zijn zevenjarige zoon Kangxi.

Harem[bewerken]

  • Suoerna, gedegradeerde keizerin van de Borjigit stam. Zij was een nicht van Shunzhi's moeder en trouwde met hem in 1651. Het huwelijk tussen hen was opgezet door Shunzhi's moeder en oom, prins Dorgon. De twee konden niet goed met elkaar opschieten en dus werd zij na twee jaar als keizerin gedegradeerd. Aan haar werd dan de titel Gemalin Jing verleend en ze moest zich terugtrekken in een paleis in de verboden stad. Na haar degradatie werd er ook niets meer over haar genoteerd. Zelfs haar overlijdensdatum is niet bekend.
  • Keizerin Xiao Hui Zhang (1641 - 1717) kwam van de Mongoolse Borjigit stam. Zij werd in 1654 Shunzhi's tweede keizerin.
  • Keizerin Xiao Kang Zhang (1640 - 1663).
  • Consort Donggo (1639 - 1660) was Shunzhi's geliefde concubine.