Sicco Mansholt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sicco Mansholt
1967
1967
Geboren 13 september 1908
Ulrum
Overleden 29 juni 1995
Wapserveen
Politieke partij SDAP (tot 1946)
PVDA (1946-1995)
Beroep Politicus
Vlag van Europa 4e Voorzitter van de Europese Commissie
Aangetreden 22 maart 1972
Einde termijn 6 januari 1973
Vicepresident(en) Wilhelm Haverkamp
Voorganger Franco Maria Malfatti
Opvolger François-Xavier Ortoli
Vlag van Europa 1e Europees Commissaris voor Landbouw
Aangetreden 1 januari 1958
Einde termijn 21 maart 1972
Voorganger N.v.t.
Opvolger Carlo Scarascia-Mugnozza
Vlag van Nederland Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
Aangetreden 24 juni 1945
Einde termijn 1 januari 1958
Voorganger Hans Gispen
(Handel, Industrie en Landbouw)
Jim de Booy
(Scheepvaart en Visserij)
Opvolger Kees Staf
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Bioscoopjournaal uit 1947. De IFAP, een internationale organisatie van landbouwers, houdt in Scheveningen een congres om het wereldvoedselprobleem te bespreken. Met rond 1:30 een toespraak door de minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, Sicco Mansholt,.

Sicco Leendert Mansholt (Ulrum, 13 september 1908Wapserveen, 29 juni 1995) was een Nederlandse boer, politicus en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Jeugd[bewerken]

Mansholt kwam uit een socialistisch gezin van Groningse hereboeren. Zijn vader en grootvader steunden voorvechters als Multatuli, Domela Nieuwenhuis en Troelstra. Sicco Mansholt was humanist en op bescheiden schaal actief in het Humanistisch Verbond.

Zijn vader Lambertus H. Mansholt was voor de SDAP lid van de Groningse Provinciale Staten en gedeputeerde. Zijn moeder Wabien Andreae, dochter van de kantonrechter Sicco Leendert Andreae (1840-1911), had als een van de eerste vrouwen van het land politieke wetenschappen gestudeerd en organiseerde politieke huisbijeenkomsten voor vrouwen. Mansholt had zijn voornamen aan deze grootvader te danken.

Mansholt bezocht de HBS in Groningen en ging daarna naar de Tropische Landbouwschool in Deventer, waar hij een opleiding volgde tot tabaksplanter. In 1934 vertrok hij naar Java om daar te werken op een theeplantage. Het koloniale systeem benauwde hem echter en daarom keerde hij in 1936 weer terug naar Nederland. Hij wilde boer worden en vestigde zich in 1937 in de pas in cultuur gebrachte Wieringermeer, waar hij een landbouwbedrijf exploiteerde. Hij werd er lid van de SDAP, werd secretaris van de plaatselijke SDAP-afdeling en bekleedde verschillende andere openbare functies in de Wieringermeer, waaronder waarnemend burgemeester van de gemeente Wieringermeer. Mansholt trouwde in 1938 met Henny J. Postel. Zij kregen twee zonen en twee dochters; dochter Lideke overleed in 1995 op 53-jarige leeftijd.

Verzet en ministerschap[bewerken]

Gedurende de oorlogsjaren was Mansholt actief in het verzet. Hij verborg niet alleen onderduikers in de Wieringermeerpolder; hij organiseerde ook de clandestiene voedselvoorziening voor de westelijke provincies. Mansholt werd direct na de bevrijding op grond van zijn positie in de voedselvoorziening en vanwege zijn goede contacten in het verzet locoburgemeester van de gemeente Wieringermeer, dat in oorlogstijd onder water was gezet door de Duitsers.

In juni 1945 vroeg PvdA-premier Wim Schermerhorn Mansholt aan het eerste naoorlogse kabinet deel te nemen als minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Hij was met zijn 37 jaar de jongste minister. Hij was aangesteld vanwege zijn goede organisatorische kwaliteiten en hem werd gevraagd om de voedselvoorziening weer op orde te brengen, daar bij zijn aanstelling nog voor 1 week voedsel in Nederland was. Met een krachtig inkoopbeleid, strakke voedseldistributie en beheersing van de prijs wist hij de situatie te stabiliseren. Hierbij speelde mee dat zijn neef Stephanus Louwe Louwes de leiding had over het nog goed functionerende directoraat-generaal van de Voedselvoorziening. Hoewel Mansholt aanvankelijk van plan was om slechts 2 jaar minister te blijven, vond hij het werk zo leuk, dat hij ook in de jaren erop besloot minister te blijven. Mansholt nam deel aan zes regeringen: Schermerhorn-Drees in 1945; Beel in 1946; Drees-Van Schaik in 1948, en nog drie kabinetten Drees: Kabinet-Drees I in 1951, Kabinet-Drees II in 1952 en Kabinet-Drees III in 1956. Tijdens zijn ministerschap hield hij, na de voedselvoorziening te hebben hersteld, zich bezig met het moderniseren van de landbouw. Hij begon in nauwe samenwerking met de Stichting voor de Landbouw (in 1954 hernoemd tot het Landbouwschap) met de vaststelling van gegarandeerde minimumprijzen voor de belangrijkste Nederlandse landbouwproducten, gecombineerd met de invoering van importheffingen en vergoedingen (restituties) voor exportproducten. Om de productiviteit te verhogen, werd ook veel geld geïnvesteerd in onderzoek en onderwijs en zette hij in op schaalvergroting. In zijn beleid kwam zijn sociaaldemocratische inslag duidelijk tot uiting; hij wilde dat, net als in andere bedrijfstakken, elke boer die economisch verantwoord bezig was in zijn bedrijf het recht had op een goed bestaan, vakantie en de mogelijkheid om zich ook cultureel te ontwikkelen.

Mansholt had het economisch tij mee en kreeg mede daardoor weinig kritiek, zo niet zelfs lof op zijn beleid vanuit de boerenorganisaties, die doorgaans onderdeel vormden van de christelijke partijen. Op congressen van de Pvda liet hij wel duidelijk zijn voorliefde voor de socialistische grondpolitiek horen, maar eenmaal in de regering streefde hij altijd naar compromissen. Binnen de ministerraad stond hij voor zijn boerenzaak en ging daarbij confrontaties niet uit de weg. Zo waren begrotingsonderhandelingen voor hem een belangrijke zaak, waarbij zijn uithoudingsvermogen beschouwd wordt als legendarisch.

Tegen het begin van de jaren '50 begon zijn succesvolle landbouwbeleid echter wat in te boeten, daar ook andere landen begonnen met protectionistische maatregelen om hun eigen landbouw te beschermen. Mansholt begon daarop voor het eerst te denken over een gemeenschappelijke Europese markt, die ook wel als de Green Pool werd aangeduid. Zijn ideeën konden door interne tegenstellingen in Europa echter niet bogen op veel steun, zodat de onderhandelingen hierover strandden in 1953. Mansholt was er echter van overtuigd dat een Europese markt de toekomst had en vormde binnen de Nederlandse raad van ministers de grootste voorstander van Europese integratie. Voor zijn verdiensten voor de landbouw kreeg hij op 9 oktober 1956 van de Landbouw Hogeschool in Wageningen een eredoctoraat. Rond dat jaar begon echter ook de landbouw langzaam in te zakken en kreeg Mansholt in de Tweede Kamer vaak het verwijt dat het zijn schuld was omdat hij zich meer voor Europees dan met nationaal landbouwbeleid zou inzetten. Ook kreeg hij van zijn politieke tegenstanders kritiek op het feit dat hij, om in contact te blijven met zijn doelgroep, een soort klankbordgroep van politieke adviseurs had, die veelal van PvdA-huize waren en zich dus volgens tegenstanders met de politiek 'bemoeiden'. Ten slotte kwam ook zijn positie binnen het kabinet steeds verder onder druk te staan doordat hij steeds vaker afwijkende opvattingen vertolkte en soloacties verrichtte. Toen Mansholt uiteindelijk vertrok voor zijn Europese betrekking, zou Willem Drees tegen een collega hebben gezegd "We zijn hem gelukkig eindelijk kwijt".

Europese Commissie[bewerken]

In 1958 werd Mansholt een van de commissarissen van de pas opgerichte Europese Commissie en werkte hij als landbouwcommissaris aan de modernisering van de Europese landbouw. Mansholt was de geestelijke vader van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid. Subsidiëring van de landbouw vormde voor Mansholt een oplossing voor het traditionele socialistische vraagstuk tot welke klasse de agrarische bevolking behoort (de Agrarfrage). De subsidies zouden van boeren arbeiders maken, meende Mansholt, omdat ze een vast inkomen zouden hebben en zo deel konden nemen aan de delen van de burgerlijke cultuur die voor arbeiders openstonden, zoals vakanties. Een belangrijk onderdeel van het "arbeider" maken van de boeren was dat Mansholt vond dat de staat alle grond tegen een redelijke prijs van de boeren zou opkopen, en dat de boeren daarop pachter zouden worden, waardoor de staat zou kunnen bepalen wat, en hoeveel er verbouwd zou gaan worden.[1]

Als landbouwcommissaris was Mansholt de centrale figuur in Brussel. Van zijn derde en laatste Commissie (1968 - 1973) was hij ook vicevoorzitter. Toen voorzitter Malfatti in 1972 aftrad om zich kandidaat te stellen voor het Italiaanse kabinet, werd hij gedurende 7 maanden voorzitter van de Europese Commissie. Hij had in die periode ook een relatie met Petra Kelly, later één van de oprichtsters van Die Grünen.

Terugtreden[bewerken]

In de periode na zijn pensionering werd hij sterk beïnvloed door de Club van Rome. Mansholt kreeg spijt van de invoering van de landbouwsubsidies en schaalvergroting. Maar zijn pogingen om deze ongedaan te maken mislukten, onder andere door verzet van de boeren die inmiddels in groten getale afhankelijk waren geworden van subsidie uit Brussel.

Van 1984 tot 1989 was Sicco Mansholt voorzitter van het Humanistisch Vredesberaad (HVB).

Trivia[bewerken]

  • In 1954 werd de behandeling van de landbouwbegroting uitgesteld omdat minister Mansholt deelnam aan de Elfstedentocht. Hij zou deze voor de tweede keer uitrijden.
  • Sicco Mansholt werd bij verstek veroordeeld tot een boete van ƒ 300 vanwege zijn deelname aan een illegale radiouitzending op 25 mei 1981 van 'De Rooie Parel' in het Drentse Havelte, samen met o.a. de latere minister van defensie en Commissaris van de Koningin van Drenthe Relus ter Beek. De boete is overigens vergoed door de VARA, die deze uitzending beschouwde als een pleidooi voor lokale omroep.
  • Sinds 2002 wordt elke twee jaar de Mansholtprijs uitgereikt voor innovatieve en inspirerende ideeën in de landbouw. In 2002 ging de prijs naar Slow Food; in 2004 ging de prijs naar Euro-commissaris van landbouw en visserij Franz Fischler. In 2007 kreeg Jan Huijgen de prijs voor zijn demonstratieboerderij de Eemlandhoeve. De prijs bedraagt € 25.000,-
  • In Blauwestad staat sinds 13 september 2008 een standbeeld van Sicco Mansholt van de hand van beeldhouwer Marten Grupstra.
  • Mansholt verkreeg voor zijn bijdrage aan het eenwordingsproces van Europa de bijnaam 'Koning van Europa', maar die was volgens sommige bronnen vooral bedoeld als schampere scheldnaam.[2]
  • Louis van Gasteren was persoonlijk bevriend met Sicco Mansholt. Ter ere van diens 100ste geboortedag maakte hij de 21-minuten durende film Van Boer tot Eurocommissaris over het leven van Mansholt en op 12 november 2009 ging in de Grote Kerk in Den Haag de film Overstag in première.
  • Sinds 2005 beschikt de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen over de Mansholt-leerstoel, een zogeheten bijzondere leerstoel die is ingesteld op verzoek van de Stichting voor Hoger Landbouw Onderwijs (VHLO) en die als doel heeft de sociaal-ruimtelijke ontwikkeling van plattelandsgebieden in Noord-Nederland en in het bijzonder de Gronings-Drentse Veenkoloniën te bevorderen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Frank Westerman, De graanrepubliek.
  2. Sicco Leendert Mansholt. Boer, zeeman en machinist van Europa, de Volkskrant, 27 juni 2003
Voorganger:
J.H. Gispen (Landbouw)
J.M. de Booy (Visserij)
Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
1945-1958
Opvolger:
C. Staf
Voorganger:
G.W.M. Huysmans
Minister van Economische Zaken a.i.
1948
Opvolger:
J.R.M. van den Brink
Voorganger:
-
Eurocommissaris voor Landbouwbeleid
1958-1972
Opvolger:
C. Scarascia-Mugnozza
Voorganger:
F.M. Malfatti
Voorzitter van de Europese Commissie
1972-1973
Opvolger:
F.X. Ortoli
Voorganger:
-
Nederlands eurocommissaris
1958-1967
Opvolger:
S.L. Mansholt / E.M.J.A. Sassen
Voorganger:
S.L. Mansholt
Nederlands eurocommissaris
1967-1970
Opvolger:
S.L. Mansholt
Voorganger:
S.L. Mansholt / E.M.J.A. Sassen
Nederlands eurocommissaris
1970-1973
Opvolger:
P.J. Lardinois