Siegfried (sage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Siegfried's dood, 1901

Siegfried is de hoofdpersoon uit een gelijknamige Oud-Germaanse sage die stamt uit de tijd van de Grote Volksverhuizing.

De Siegfriedsage vormt het eerste deel van het Nibelungenlied. Dit deel wordt gekenmerkt door een sprookjesachtige sfeer. De jonge held Siegfried, afkomstig uit Xanten aan de Nederrijn, beschikt over bovennatuurlijke krachten en weet zich te onderscheiden door de draak Fafnir te doden. Hij baadt in het drakenbloed, waardoor hij onkwetsbaar wordt op een klein plekje op zijn rug na. Siegfried verslaat op het slagveld samen met de krijgers van Günther, koning der Bourgondiërs, de Saksen. Uiteindelijk wordt Siegfried, als uitvloeisel van liefdesintriges, op last van Günther, door diens vazal Hagen vermoord door hem in de rug te steken in zijn enige zwakke plek.

Het tweede deel van het Nibelungenlied beschrijft de ondergang van Günther en Hagen. Zij worden door Siegfrieds weduwe Grimhilde, inmiddels hertrouwd met de Hunnenkoning Atilla, uit wraak in de val gelokt en door de Hunnen gedood. Dit deel van het Nibelungenlied heeft als historische kern de vernietigende nederlaag die de Bourgondiërs in het jaar 436 door de Hunnen werd toegebracht.

Verder treffen we Siegfried (onder de naam Sigurd) aan in de Volsungssage, onderdeel van de IJslandse Edda. De verhaallijn vertoont veel overeenkomst met die van het Nibelungenlied, zij het dat het verhaal in de eerstgenoemde versie zich afspeelt tegen het decor van de Germaanse godenwereld, terwijl de hoofdpersonen in het Nibelungenlied het christendom zouden zijn toegedaan.

Literatuur[bewerken]

  • Daalder, D.L. (1970), Mythen en sagen uit het oude Europa, Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen
  • (1994), Edda, De liederen uit de Codex Regius en verwante manuscripten, Ambo, Baarn
  • Hermann, P. (1980), IJslandse sagen, Fibula-Van Dishoeck, Haarlem
  • (1976), The Nibelungenlied, Penguin Books
  • [1] Edgar Haimerl, "Sigurd – ein Held des Mittelalters: Eine textimmanente Interpretation der Jungsigurddichtung," Alvíssmál 2 (1993): 81–104 (English summary, p. 104).