Sierdoosschildpad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sierdoosschildpad
IUCN-status: Gevoelig[1] (1996)
Nominale ondersoort links en T. o. luteola rechts
Nominale ondersoort links en T. o. luteola rechts
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Testudines (Schildpadden)
Familie: Emydidae (Moerasschildpadden)
Geslacht: Terrapene
Soort
Terrapene ornata
(Agassiz, 1857)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De sierdoosschildpad[2], ook wel westelijke doosschildpad (Terrapene ornata) is een schildpad uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).[3]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Met een maximale schildlengte van 14 centimeter is het een wat kleinere soort, de schildkleur is bruin met vele traan- tot streepvormige gele vlekken die een duidelijk straalsgewijs patroon hebben.[4] Een echte kiel ontbreekt op het ovale, koepelvormige schild dat aan de bovenzijde enigszins is afgeplat. Op het midden van het schild is een gele streep aanwezig die de indruk geeft van een kiel. De gele vlekken en strepen vervagen naarmate de schildpad ouder wordt maar verdwijnen nooit helemaal. Mannetjes hebben een rode iris, die van vrouwtjes is geelbruin van kleur. Mannetjes zijn daarnaast te onderscheiden doordat ze wat kleiner blijven en een enigszins hol buikschild hebben. Opvallend is de verdikte, inwaarts geplaatste eerste teen aan de achterpoten, die dient om het vrouwtje beter vast te houden tijdens de paring.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De sierdoosschildpad komt voor in Noord-Amerika; in het zuiden van de Verenigde Staten en in Mexico. Het is een typische bewoner van prairie; boomloze, open gebieden met hier en daar struikachtige begroeiing. Ook in halfwoestijnen en woestijnen wordt de schildpad aangetroffen.

Voortplanting[bewerken]

De voortplanting van deze soort is goed bestudeerd. De mannetjes zijn na zo'n 8 tot 9 jaar volwassen, vrouwtjes na 10 tot 11 jaar. Bij de paring omstrengelen het vrouwtje en mannetje elkaars poten voor een betere grip. Na de paring wordt het sperma opgeslagen tot na de winter, waarna de eitjes worden afgezet in een flesvormig nest in een zachte ondergrond. Een nest kan 1 tot 8 eieren bevatten, meestal 4 tot 6. Soms wordt een tweede nest gemaakt. De witte eitjes zijn langwerpig van vorm, ze komen na een incubatietijd van ongeveer 10 weken uit. Het schild van de juvenielen is dan ongeveer 3 centimeter lang, ze hebben nog geen scharnierend buikschild zoals de volwassen dieren; dit wordt pas na 4 jaar functioneel.

Taxonomie[bewerken]

De sierdoosschildpad werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Louis Agassiz in 1857. Er worden twee ondersoorten erkend, die voornamelijk verschillen in uiterlijk en verspreidingsgebied.

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. (en) op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 106 ISBN 90 274 8626 3.
  3. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database – Terrapene ornata
  4. C.H. Ernst, R.G.M. Altenburg & R.W. Barbour. Turtles of the World

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Terrapene ornata - Website Geconsulteerd 23 juli 2012
  • (en) Fritz, U. & P. Havaš (2007) - Checklist of Chelonians of the World - Website
  • (en) C.H. Ernst, R.G.M. Altenburg & R.W. Barbour - Turtles of the World - Website