Signaalwoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een signaalwoord, verbindingswoord of indicator is een woord of woordgroep waarmee een verband wordt aangegeven tussen twee alinea's, zinnen of deelzinnen. Hiermee wordt informatie gegeven over de opbouw van een tekst of tekstgedeelte.

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen signaalwoorden met verschillende functies:

  • Opsomming: bovendien, ook, verder, eveneens, ten eerste (ten tweede etc.), en, daarnaast, evenals, maar ook, tevens, gevolgd door, ten slotte
  • Tegenstelling: maar, echter, toch, daarentegen, anderzijds, in tegenstelling tot, hoewel, tenzij, desondanks
  • Plaats: hier, waarop, daar, waarvandaan, waarin
  • Chronologisch verband (tijd): toen, eerst, vervolgens, terwijl, daarna, vroeger, later, nu, dan, als, al, bijna, dadelijk.
  • Oorzaak en gevolg: daardoor, doordat, door, waardoor, zodat, ten gevolge van, vervolgens, zodoende
  • Samenvatting: kortom, samenvattend, al met al, met andere woorden, om kort te gaan
  • Conclusie: dus, aldus, concluderend, kortom, dat betekent
  • Vergelijking: zoals, hetzelfde, als, in vergelijking met
  • Toelichting of voorbeeld: bijvoorbeeld, zo, ter illustratie
  • Doel en middel: door middel van, om te, opdat, daartoe, daarmee
  • Reden of verklaring: want, omdat, daarom, namelijk, immers, aangezien, dus, daardoor
  • Voorwaarde: als, indien, mits, stel dat
  • Belemmerende omstandigheid: tenzij