Sijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sijs
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2009)
Carduelis spinus 4 hen (Marek Szczepanek).jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Passeriformes (Zangvogels)
Familie: Fringillidae (Vinkachtigen)
Geslacht: Carduelis
Soort
Carduelis spinus
(Linnaeus, 1758)
Verspreidingsgebied (blauw)
Verspreidingsgebied (blauw)
Afbeeldingen Sijs op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Sijs op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De sijs (Carduelis spinus) is een zangvogel van de familie der vinkachtigen. In Nederland was de sijs vooral een wintergast, maar tegenwoordig broedt hij ook in Nederland.

Inhoud

Beschrijving [bewerken]

In de winter kunnen we de sijs regelmatig aantreffen op vetbollen en netjes met pinda’s die we in de tuin hebben opgehangen. Sijzen opereren dan veelal in kleine troepjes, en gedragen zich enigszins als mezen: ondersteboven aan de vetbollen hangend. Ze zijn zo groot als een pimpelmees, maar veel duidelijker geelgroen gekleurd, vooral de volwassen mannetjes, die een zwarte kruin hebben. De vlucht is opvallend: gele vleugelstreep en gevorkte zwarte staart, met geel aan de zijden.

Veldkenmerken [bewerken]

De lengte van kop tot staart is ongeveer 12 centimeter.

Volwassen mannetjes zijn geelgroen met een zwarte kruin en kin, de rug is geelgroen zwartgestreept. De buik heeft in tegenstelling tot de groenling een duidelijk onderbroken gestreept uiterlijk. De streep achter het oog en de stuit zijn geel. De gevorkte staart is zwart met geel aan zijden. De vleugel heeft een gele vleugelstreep.

Het volwassen vrouwtje is veel minder geelgroen en de onderzijde is lichter en meer gestreept, de kop heeft geen zwart.

De juveniel is qua kleur gelijk aan het volwassen vrouwtje.

Ze leven meestal in troepjes, dikwijls samen met barmsijs en putter.

Voedsel [bewerken]

De sijs zoekt voedsel op de mezenmanier, en hangt dikwijls ondersteboven. Hij slaapt soms ook zo. Hij eet zaden van naaldbomen, elzen, berken en andere bomen, knoppen en insecten.

Vlucht [bewerken]

De sijs heeft een korte golvende vlucht. Een troepje maakt een warrelende indruk.

Geluid [bewerken]

Hij roept voortdurend, in vlucht ‘pie-ip’, in zit helder ‘tsie-si’ of ‘trii-u’. Alarmroep, vóór opvliegen ‘tje-klie’. Zang lang, vlug en muzikaal gekwetter.

Biotoop [bewerken]

In broedtijd naaldbossen met veel sparren, maar ook in gemengde bossen en parklandschap. In de winter vooral in elzen.

Broedgegevens [bewerken]

In goede voedseljaren (veel sparrenkegels) broedt de sijs in maart en april; in slechte jaren later, tot in juni. Het nest is gemaakt van fijne takjes, mos en haar zit hoog in naaldhout en is moeilijk te vinden. De broedduur bedraagt 11 – 13 dagen. Het vrouwtje broedt alleen en wordt door het mannetje gevoerd. Beide vogels verzorgen de jongen, die na 13 – 15 dagen het nest verlaten. Twee broedsels per jaar. Het legsel bestaat gewoonlijk uit 4 – 5 eieren. Lichtblauw met zeer veel fijne roodbruine stipjes en streepjes en een enkel donker vlekje. Gemiddeld 16 x 12 mm.

Broedgebied [bewerken]

Het broedgebied bevindt zich voornamelijk ten noordoosten van de Alpen, maar ook Schotland, Ierland en in delen van Servië.

Voorkomen in Nederland [bewerken]

In de zeventiger jaren broedden in Nederland enkele tientallen exemplaren. Rond 1990 was dit aantal 1800 - 2400 paren.

Trek [bewerken]

Doortrek van midden september, vooral in oktober en november. Een groot deel blijft in de winter. Terugtrek van einde januari tot in mei. De aanwezigheid in de winter is wisselvallig, waarschijnlijk speelt voedsel hierbij wel een belangrijke rol. Voorkomen draagt soms invasieachtig karakter.

Trivia [bewerken]

  • België heeft een postzegel met een sijs uitgegeven.
  • In het plat Amsterdams spreekt men van sijsjes, de 'gewone' vogels, en drijfsijsjes, de zwemmende vogels

Externe links [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties