Silvano Piovanelli

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Silvano Piovanelli
Coat of arms of Silvano Piovanelli.svg
Kardinaal van de rooms-katholieke Kerk
Wapen van een kardinaal
Rang kardinaal-priester
Ambt emeritus
Titelkerk Santa Maria delle Grazie a Via Trionfale
Creatie
Gecreëerd door paus Johannes Paulus II
Consistorie 25 mei 1985
Kerkelijke carrière
Eerdere functies 1982-1983: hulpbisschop van Florence
1983-2001: aartsbisschop van Florence
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Silvano Piovanelli (Ronta di Mugello, 21 februari 1924) is een Italiaans geestelijke en kardinaal van de Rooms-katholieke Kerk.

Piovanelli ging toen hij elf jaar oud was naar het seminarie van Florence en zou daar in totaal twaalf jaar blijven, tot hij in 1947 het sacrament van de priesterwijding ontving. Hij werkte vervolgens een jaar als kapelaan om in 1948 benoemd te worden tot vice-rector van het kleinseminarie van Florence. Van 1960 tot 1979 werkte hij als parochiepastoor in Castelfiorentino. In 1966 was hij als Kapelaan van Zijne Heiligheid al tot Monseigneur verheven. Van 1979 tot 1982 was hij vicaris-generaal van het aartsbisdom Florence.

Op 28 mei 1982 benoemde paus Johannes Paulus II hem tot titulair bisschop van Tubunae in Mauretania en tot bisschop-coadjutor van Florence. Krap een jaar later volgde hij de in oktober 1982 overleden kardinaal Giovanni Benelli op als aartsbisschop van Florence. Tijdens het consistorie van 25 mei 1985 werd Piovanelli verheven tot kardinaal. Hij kreeg de Santa Maria delle Grazie a Via Trionfale als titelkerk. Hij leidde het aartsbisdom tot zijn emeritaat in 2001. In 1998 verzette hij zich hevig, maar te vergeefs, toen de gemeenteraad van Florence het huwelijk openstelde voor mensen van hetzelfde geslacht.[1]

Voorganger:
Giovanni kardinaal Benelli
aartsbisschop van Florence
1983-2001
Opvolger:
Ennio kardinaal Antonelli
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Francis A. Burkle-Young, The Passing of the Keys. Modern Cardinals, Conclaves and the Election of the Next Pope, New York, Oxford, 1999 ISBN 1-56833-130-4, p. 422