Simon Makkabeüs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Simon Makkabeüs
koning en Hogepriester uit de familie van de Hasmoneeën
Menorah
141 - 134 v.Chr.
Voorganger Jonathan Makkabeüs (als hogepriester)
Opvolger Johannes Hyrkanus
Lijst van hogepriesters van Israël

Simon Makkabeüs (ook wel Simon de Makkabeeër) was de tweede van de vijf Makkabeese broers, die in opstand kwamen tegen de Seleucidische overheersing. Hij maakte deel uit van de familie van de Hasmoneeën.

Achtergrond[bewerken]

De Makkabeese opstand was in 167 v.Chr. geïnitieerd door zijn vader Mattatias. Nadat Mattatias in 165 v.Chr. overleed, namen achtereenvolgens Simons oudere broers Judas en Jonathan de leiding van de opstand over, maar beide sneuvelden in de guerrillastrijd tegen de Seleucidische troepen, resp. in 160 en 143 v.Chr. In 143 v.Chr. was Simon de enige nog in leven zijnde zoon van Mattatias en was na de dood van Jonathan dan ook de meest geschikte kandidaat voor het leiderschap over de opstand.

Onafhankelijke Hasmoneese staat[bewerken]

Het Hasmoneese rijk onder Simon Makkabeüs

██ situatie in 143 v.Chr.

██ veroveringen

Het Seleucidische rijk was inmiddels ernstig verzwakt, niet zozeer door de Makkabeese opstand, maar door een interne machtsstrijd om de troon. De Seleucidische generaal Tryphon betwistte de rechtmatigheid van de heerschappij van Demetrius II Nicator en schoof een eigen troonpretendent naar voren. Een van Simons eerste wapenfeiten was een veldtocht tegen Tryphon, die in Jeruzalem Jonathan had omgebracht. Daarmee koos Simon automatisch partij voor Demetrius in het conflict om de Seleucidische troon. Als dank ontsloeg Demetrius de Joden van de plicht nog langer belasting te betalen. Feitelijk was hiermee een zelfstandige Joodse staat ontstaan. Korte tijd later werden de laatste Seleucidische troepen teruggetrokken uit Jeruzalem en werd Simon uitgeroepen tot koning (ethnarch) en hogepriester (141 v.Chr.). Sparta en vooral Rome reageerden opgetogen op de Joodse onafhankelijkheid, niet in de laatste plaats omdat dit een verzwakking betekende van het Seleucidische rijk.

Conflict met Antiochus Sidetes[bewerken]

In 138 v.Chr. riep Antiochus VII Euergetes Sidetes zichzelf uit tot koning over de Seleuciden. Aanvankelijk bevestigde hij de voorrechten die Demetrius de Joden had toegekend, waarmee hij zich verzekerde van Simons steun in de fragiele politieke situatie waarin Antiochus verkeerde. Zodra Antiochus echter zeker was van zijn positie herriep hij zijn beloften en eiste hij Joppa en Gazara en de citadel van Jeruzalem op. Op Simons weigering stuurde hij zijn generaal Cendebaeus naar Judea, maar deze werd door Simons zonen Judas en Johannes Hyrcanus verslagen (137 v.Chr.).

Het conflict met Antiochus kreeg enkele jaren later, toen Simon reeds gestorven was, een vervolg en vormde een reële bedreiging voor het Hasmoneese rijk aan het begin van de regering van Johannes Hyrcanus.

Oppositie[bewerken]

Wetsgetrouwe Joden steunden aanvankelijk de opstand tegen de Seleuciden. Zij trokken hun steun echter in op het moment dat Simon niet alleen het koningschap, maar ook het hogepriesterschap op zich nam. De familie van de Hasmoneeën was namelijk weliswaar een priesterfamilie, maar stamde niet uit het hogepriesterlijk geslacht. Volgens de Thora mocht alleen een nakomeling van Aäron hogepriester zijn. Het hogepriesterschap van Simon (en de Hasmoneese vorsten na hem) vormde vermoedelijk de aanleiding voor het ontstaan van de Farizeeën en de Essenen, die zich elk op een eigen wijze kritisch opstelden tegenover de Hasmoneese koningen.

Dood en opvolging[bewerken]

Simon stierf in 134 v.Chr.. Samen met twee van zijn zonen (Mattathias en Judas, genoemd naar zijn vader resp. zijn broer) werd hij vermoord in een poging van zijn schoonzoon Ptolemeüs een staatsgreep te plegen. De enige nog in leven gebleven zoon van Simon, Johannes Hyrcanus, wist de staatsgreep echter te verijdelen door onverwijld naar Jeruzalem te komen en zich daar tot koning en hogepriester te laten uitroepen.

Stamboom[bewerken]

 
 
 
 
 
 
 
 
Mattathias
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Johannes Makkabeüs
 
Simon Makkabeüs
 
Judas Makkabeüs
 
Eleazar Makkabeüs
 
Jonathan Makkabeüs
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Judas
 
Mattathias
 
Johannes Hyrkanus
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Aristobulus I
 
Antigonus
 
Alexander Janneüs
 
Salome Alexandra
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Aristobulus II
 
Hyrkanus II
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Antigonus
 
Alexander
 
Alexandra
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Aristobulus III
 
Herodes I
 
Mariamne