Simon Vestdijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Simon Vestdijk
foto: Simon Vestdijk sr.
foto: Simon Vestdijk sr.
Algemene informatie
Geboren 17 oktober 1898, Harlingen
Overleden 23 maart 1971 (72 jaar), Utrecht
Land Nederland
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Simon Vestdijk (Harlingen, 17 oktober 1898Utrecht, 23 maart 1971) was een Nederlands romanschrijver, dichter, essayist, vertaler, muziekcriticus en arts.

Levensloop[bewerken]

Jeugd in Friesland[bewerken]

Herinneringsbord op het geboortehuis van Simon Vestdijk, Voorstraat 61a in Harlingen

Vestdijk, de zoon en enig kind van Simon Vestdijk en Anne (Anna Margaretha Clazina) Mulder, groeide op in Harlingen, dat in een aantal van zijn boeken terugkomt als Lahringen. De achternaam Vestdijk was in 1830 ontstaan, toen de gelijknamige grootvader van de schrijver te vondeling gelegd werd op de hoek van de Haarlemse Oostvest en Dijkstraat, waaruit de achternaam van de boreling werd samengesteld. Opa Vestdijk leidde later in Haarlem een dansschool.

Simon Vestdijk ging in Harlingen naar de lagere school en de driejarige HBS, waar zijn vader, een strenge man, gymnastiekleraar was. Daarna ging hij naar de Rijks-HBS te Leeuwarden. Vestdijk was een goede leerling, maar vond weinig aansluiting bij leeftijdgenoten. Vanaf zijn zeventiende had hij regelmatig last van depressies. Zijn jeugd te Harlingen en Leeuwarden bepaalde later de thematiek van de Anton Wachter-romancyclus.

Studie geneeskunde in Amsterdam[bewerken]

Vestdijk studeerde van 1917 tot 1927 geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij lid was van de studentenvereniging Unitas. Tijdens zijn studie leerde hij Jan Slauerhoff kennen. Net als Slauerhoff was hij korte tijd waarnemend huisarts (1927-1932) en in de jaren 1929-1930 scheepsarts. Als scheepsarts maakte hij onder meer een reis naar Nederlands-Indië (Indonesië). Simon Vestdijk debuteerde met poëzie in 'De Vrije Bladen'. Hij kwam daardoor in contact met Menno ter Braak en Edgar du Perron.

Letterkundige[bewerken]

In 1932 gaf hij zijn artsenpraktijk op en wijdde hij zich geheel aan de literatuur. In dat jaar verscheen zijn debuutbundel Verzen. Vestdijks eerste roman Kind tussen vier vrouwen werd door twee uitgevers geweigerd. Het zou te dik (800 bladzijden) en te duur (tien gulden) worden.[1] In 1939 vestigde Vestdijk zich voorgoed in Doorn.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

De bundel van kritieken en essays Muiterij tegen het etmaal werd gecensureerd door de Duitse bezetter: stukken over Engelstalige auteurs en Kafka moesten geschrapt worden. Op 4 mei 1942 werd hij door de Duitsers als gijzelaar gevangengezet in het Kamp Sint-Michielsgestel. In februari 1943 werd hij naar de Polizeigefängnis het 'Oranjehotel' in Scheveningen overgebracht. Na een maand werd hij weer overgebracht naar St. Michielsgestel. Uiteindelijk kwam hij vrij door zich - formeel - aan te melden als lid van de Kultuurkamer. Na zijn vrijlating raakte hij in een depressie. In 1944 begon hij weer te schrijven. Voor en tijdens de oorlog verschenen in Duitsland zijn vertaalde romans Das fünfte Siegel (1939, Het vijfde zegel), Die Fahrt nach Jamaica (1941, Rumeiland), Aktaion unter den Sternen (1942, Aktaion onder de sterren), en Irische Nächte (1944, Ierse nachten).

Na-oorlogse periode[bewerken]

Op zijn roman De schandalen (1953) werd door de pers zeer negatief gereageerd. Jan Spierdijk schreef in De Telegraaf: 'Het witte papier is de heer Vestdijk tot schutting geworden'. Vestdijk kreeg hierdoor een inzinking en schreef pas weer in 1955.

Vestdijk woonde meer dan dertig jaar samen met Ans Koster, die in 1965 overleed. In die periode had hij van 1946 tot in de vroege jaren vijftig een relatie met Henriëtte van Eyk, met wie hij de briefroman Avontuur met Titia schreef. In 1965 trouwde hij met Mieke (Adriana Catharina Maria) van der Hoeven. Het paar kreeg een zoon en een dochter.

In 1968 werd Vestdijk ziek (ziekte van Parkinson/ziekte van Kahler). Hij overleed op 23 maart 1971 op 72-jarige leeftijd in het Academisch Ziekenhuis te Utrecht. Simon Vestdijk werd begraven op begraafplaats Nieuw Eykenduynen, Kamperfoeliestraat in Den Haag (graf 2-4654). Adriaan Morriën beschrijft in 'Lasterpraat' (1975) de begrafenis van Vestdijk.

Werk[bewerken]

Vestdijk was auteur van ongeveer 200 boeken en daarmee één van Nederlands productiefste schrijvers. Zijn werk bestaat uit 24 dichtbundels, 33 essaybundels, 57 novellen en korte verhalen, 52 romans en 2 nagelaten romanfragmenten, gepubliceerde briefwisselingen en vele vertalingen. Bovendien schreef hij honderden artikelen voor dag- en weekbladen. Hij is niet bij één bepaalde stroming in te delen.

Vanwege deze enorme productie noemde de dichter Adriaan Roland Holst hem "de man die sneller schrijft dan God kan lezen". De omschrijving 'Duivelskunstenaar' is afkomstig van Menno ter Braak. Vestdijk werd lange tijd beschouwd als Nederlands voornaamste kanshebber op de Nobelprijs voor de Literatuur.

Zijn schrijfstijl kenmerkt zich door 'volle zinnen' met onderbrekingen en correcties. Vestdijk beschouwde zelf De koperen tuin als zijn beste werk. Na zijn dood verschenen onder meer Kind tussen vier vrouwen (1972), Verzamelde gedichten (3 delen, 1971), Verzamelde verhalen (1974), Verzamelde romans (deel 2-52, 1978-1984) en Verzamelde muziekessays (10 delen, 1983-1990).

Bijzondere vermelding verdient een omvangrijk wetenschappelijk werk (687 pagina's), Het wezen van de angst. De als dissertatie bedoelde monografie werd reeds voltooid in 1949 (opgedragen aan H.C. Rümke, de "leermeester"), maar tot een eigenlijke wetenschappelijke promotie kwam het niet. Het werd voor het eerst gepubliceerd in 1968.

Nuvola single chevron right.svg Zie Oeuvre van Simon Vestdijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Invloed en bewerkingen[bewerken]

Hella Haasse, Willem Brakman, Maarten 't Hart en Doeschka Meijsing worden genoemd als door Vestdijk beïnvloede schrijvers. Van de jonge generatie auteurs heeft Peter Buwalda verwantschap met 'de kluizenaar uit Doorn'.

Verschillende van zijn romans zijn verfilmd (o.a. Pastorale 1943, Ivoren wachters, Het verboden bacchanaal), of bewerkt voor televisie (o.a. De koperen tuin, Op afbetaling) of tot hoorspel (onder meer de Anton Wachterromans, De kellner en de levenden, De koperen tuin).

Eerbewijzen[bewerken]

Standbeeld van Anton Wachter in Harlingen
Standbeeld van Vestdijk in Doorn
Prijzen

Nagenoeg alle Nederlandse literaire prijzen zijn hem toegekend:

Onderscheiding

In 1955 werd Vestdijk benoemd tot Officier in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Standbeelden
  • In de Voorstraat, waar Vestdijk geboren werd, staat een beeldje van Suze Boschma-Berkhout dat Anton Wachter voorstelt.
  • In Doorn werd op 2 maart 2013 een bronzen beeld van Vestdijk onthuld, vervaardigd door de kunstenaar Jaap te Kiefte.

Biografen[bewerken]

Het werk en het leven van Vestdijk is door verscheidene biografen beschreven. Nol Gregoor heeft in Simon Vestdijk en Lahringen met name de Anton Wachterromans ontrafeld.

Begin 1984 ontstond er een literaire rel toen zijn weduwe Mieke (na het lezen van een eerste 'proefhoofdstuk') haar medewerking aan een biografie door Hans Visser stopzette. Visser gaf zijn biografie Simon Vestdijk, een schrijversleven - aanvankelijk een samenwerking met Anne Wadman - in 1987 uit.

In 2005 verscheen Vestdijk, een biografie van Wim Hazeu. In Het gebergte; de tweeënvijftig romans van S. Vestdijk (1996) gaven Hugo Brandt Corstius en Maarten 't Hart hun bevindingen met de romans weer. In Je kunt er toch bij blijven zitten? (1983) bundelde Rudi van der Paardt vijftig kritische recensies van de romans bij hun verschijnen.

Bibliografie[bewerken]

Primaire literatuur
Nuvola single chevron right.svg Zie Oeuvre van Simon Vestdijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Secundaire literatuur
  • Brandt Corstius, Hugo en 't Hart, Maarten: Het gebergte; de tweeënvijftig romans van S. Vestdijk, 1996
  • Cornets de Groot, R.A.: De artistieke opbouw van Vestdijks romans, De Gids. Jaargang 125 (1962)
  • Haasse, Hella S. : De 'Griekse' romans van S. Vestdijk, De Gids, Jaargang 126 (1963)
  • Hartkamp, Martin: Twintig jaar Vestdijkstudie, Nieuw Letterkundig Magazijn, Jaargang 7 (1989)
  • Hazeu, Wim: Vestdijk, een biografie, 2005
  • ter Braak, Menno: De duivelskunstenaar Een studie over S. Vestdijk, Verzameld werk, Deel 4 (1951)
  • Visser, Hans: Simon Vestdijk, een schrijversleven, 1987.
  • van der Paardt, Rudi Th. en Vestdijk, Simon: S. Vestdijk Kritieken, Vestdijkkroniek. Jaargang 1993 (1993)
  • de Vries, Theun en Vestdijk, S.: Hernomen confrontatie met S. Vestdijk : brieffragmenten en gesprekken, 1968.


Van 1972 tot 1995 verscheen elk kwartaal de 'Vestdijkkroniek'. Vanaf 1995 verschijnt jaarlijks een 'Vestdijkjaarboek', uitgegeven door de Vestdijkkring (opgericht op 02-02-1972). Vanaf 1999 tot op heden verschijnt weer de 'Vestdijkkroniek'

Openingsregels[bewerken]

Vestdijk hechtte aan "glanzende beginregels", die de lezer in de boekwinkel tot koop zouden kunnen overhalen.

  • "Berlijn, 10 April '34. Natuurlijk: wanneer het met dat beven zoo doorgaat, dan komt er niets terecht van mijn plan." (Else Böhler, Duitsch Dienstmeisje)
  • "Het had niet eens een portiek, zo plat was het." (Terug tot Ina Damman)
  • "De gedaante in de hoek, waarmee Visser zich vreemd verbonden voelde, verrees langzaam en strompelde naar het rechter raam, éen arm achteruit, alsof ze zich op de lucht steunen wilde." (Meneer Visser's hellevaart)
  • "Hij werd gespeend zoals alle andere kinderen, op de gewone tijd." (Sint Sebastiaan)
  • "Wanneer ik in een café zit, en vlak ertegenover is net zo'n café, dan voel ik me altijd een beetje onwennig." (Juffrouw Lot)
  • "Aan de voetbalvereniging, waarvan zij tot laat in de avond een bestuursvergadering hadden bijgewoond, waren Tjalko Schokking en Henk Veenstra wel enigszins ontgroeid." (De kellner en de levenden)
  • "Onze stad staat dwars op de zee." (De held van Temesa)
  • "Het vroor toen ik er voor het eerst van hoorde." (Ierse nachten)
  • "Het eerste wat ik mij van W... herinner, waar even na mijn vijfde verjaardag mijn vader tot rechter was benoemd, is de warme voorzomermiddag, toen de bal van mijn broer over de ijzeren krullen van het balconhek vloog, de verlaten huiskamer in." (De koperen tuin)
  • "Van de onmiddellijke omgeving van mijn ouderhuis, een bomberend voorhoofd boven het brokkelig gebit van een winkeltje, herinner ik mij zo goed als niets meer, hoewel ik er van kindsbeen af gespeeld moet hebben." (De bruine vriend)

Trivia[bewerken]

  • Vestdijk was als schrijver bekender dan Simon Vinkenoog. Dat leidde wel eens tot verwarring als er in een krant stond dat de schrijver Simon V. betrapt was op gebruik van drugs.[bron?]
  • In 1936 woonde Simon Vestdijk korte tijd aan de Bachlaan in Bilthoven. In Bilthoven kwam hij tot de gewoonte om tijdens het schrijven de stofzuiger aan te zetten. Zo kon hij niet afgeleid worden door andere geluiden. Deze stofzuiger is te zien in het Nederlands Letterkundig Museum in Den Haag.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vestdijk werkte het laatste gedeelte om tot Terug tot Ina Damman. In 1972 werd Kind tussen vier vrouwen alsnog uitgegeven.