Simson (persoon)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De naam Simson (ook wel Samson, Hebreeuws: שמשון, Sjimsjon) betekent "Zonnig", ofwel "klein zon".

Simson is een richter van Israël. Over hem wordt verteld in Richteren 13-16. Hij behoorde tot de stam Dan. Zijn vader heette Manoach.

In tegenstelling tot de andere richters gaf hij niet zozeer leiding aan het volk Israël, maar voerde wel met de hulp van God strijd tegen de Filistijnen. Hij was vanaf zijn geboorte een Nazireeër en mocht zijn hoofdhaar niet afscheren.

Aan zijn Nazireeërschap ontleende hij enorme fysieke kracht.

Simson werd verliefd op een Filistijns meisje in Timna. Onderweg naar zijn geliefde werd hij door een leeuw aangevallen, maar hij sloeg de leeuw dood. Toen hij later weer in Timna was geweest, ontdekte hij dat er een bijennest met honing in het kadaver was. Hij vertelde aan niemand dat hij een leeuw had gedood en waar hij de honing had gevonden.

Ondanks de protesten van zijn ouders (die liever zagen dat hij met een Israëlitisch meisje trouwde) trouwde hij met het meisje uit Timna. Tijdens de bruiloft gaf hij zijn vrienden een raadsel op dat verwees naar de leeuw. Als de vrienden de oplossing konden geven, zou hij ze elk een stel kleren geven.

Het raadsel is op rijm gesteld, wat in de meeste vertalingen verloren gaat. In de NBG-vertaling luidt het: "Spijze ging uit van de eter en zoetigheid van de sterke." De NBV koos voor een vrijere vertaling met behoud van het rijm: "Het is sterk en het verslindt altijd, nu biedt het een maal van zoetigheid".

De vrienden, die niets van de leeuw afwisten en het raadsel dus niet konden oplossen, ontfutselden hem de oplossing via Simsons vrouw. Simson ging daarop naar Ashkelon, sloeg dertig Filistijnen dood en gaf de kleren aan de vrienden die de oplossing van het raadsel hadden gegeven. Hij was over de afloop zo boos dat hij zijn bruid in de steek liet.

Niet lang daarna probeerde Simson toch weer met zijn vrouw in contact te komen, maar het bleek dat ze inmiddels met een ander was getrouwd. Uit woede daarover stak Simson het koren van de Filistijnen in brand. De Filistijnen namen daarop wraak door de vrouw van Simson te doden. Simson sloeg terug en doodde een aantal Filistijnen. De Filistijnen vielen daarop Israël aan en eisten de uitlevering van Simson. De Israëlieten leverden Simson uit, maar Simson rukte zich los en sloeg duizend Filistijnen dood met een ezelskaak.

Simson verwoest de tempel van Dagon. Zijn laatste heldendaad.

Op een dag kwam Simson in de Filistijnse stad Gaza, waar hij een hoer bezocht. De inwoners van de stad besloten de poort te bewaken zodat Simson niet meer kon ontsnappen. Simson echter rukte de poort uit zijn hengsels en sleepte de deuren een bergtop op.

Later kwam Simson in het Sorekdal waar hij de Filistijnse Delila ontmoette. Deze vrouw zou zijn uiteindelijke ondergang worden. Delila vroeg Simson waarin zijn geweldige kracht schuilde en hoe hij overmeesterd kon worden. Uiteindelijk vertelde Simson haar dat hij zijn kracht zou verliezen als zijn haar zou worden afgeschoren. Terwijl hij sliep riep Delila een man en liet hem de zeven haarlokken van Simsons hoofd afscheren, waarna Simson door de Filistijnen werd overmeesterd. Zijn ogen werden uitgestoken en hij werd naar Gaza gebracht om een molen te draaien.

De Filistijnen organiseerden vervolgens een offerfeest in de tempel van Dagan ter ere van de vangst van Simson. Hij werd geroepen om de massa te vermaken. Meer dan drieduizend man hadden zich inmiddels op het dak verzameld om het spektakel bij te wonen. Eenmaal in de tempel verzocht Simson de bediende die hem binnenbracht of hij tegen een pilaar kon leunen. Simson vroeg vervolgens aan God of hij nog één keer zijn kracht kon terugkrijgen (zijn haar was inmiddels teruggegroeid) zodat hij twee centrale tempelpilaren omver kon werpen. Zijn verzoek werd ingewilligd, de hele tempel stortte vervolgens in en hij stierf samen met duizenden Filistijnen. Hierdoor stierven meer Filistijnen dan hij in totaal tijdens zijn leven had gedood.

Mythologie[bewerken]

Simson is de centrale figuur in een cyclus verhalen die zijn overgeleverd in Richteren 13-16. Deze verhalen tonen de haat tegen een vreemde overheerser, aangeduid als "Filistijnen". Er zijn aanwijzingen dat deze cyclus zich oorspronkelijk buiten de religieuze context om heeft ontwikkeld uit een aantal volksverhalen in het Sorekdal. Simson is genoemd naar Sjemesj, de zon(negod) en ook zijn in zeven strengen samengebonden lange haren, in combinatie met de grote lichaamskracht, kunnen worden opgevat als een solair element. De geboorte na een aankondiging van (de engel van) God bij een onvruchtbare vrouw (opvallend is echter dat geen van beide ouders wordt beschreven als een vrome Israëliet) lijkt door een vrome schrijver te zijn geïntroduceerd als vervanging van een eerder motief waarin Simson werd voorgesteld als een halfgod die, net als Hercules, werd verwekt door een heidense god. In de geschiedenis van Simson en Delila komt een motief voor dat ook uit het Gilgamesjepos bekend is, waar Enkidu door een tempelprostitué werd verleid en daarmee vanuit zijn natuurlijke staat tot de wereld van de cultuur werd gebracht. Echter, het motief dat deze verleiding tot de ondergang moest leiden was nieuw.

Het Herculesmotief kan vorm gekregen hebben onder invloed van de Filistijnen zelf. Dit was een oorspronkelijk niet-Semitisch volk dat na de migratieperiode van de Zeevolkeren in vijf steden aan de zuidelijke kust van het beloofde land woonde. Behalve de keramiek geven ook andere vondsten, zoals de in Ashdod gevonden beeldjes van een vrouwelijke godin, aanleiding om als oorsprongsgebied van de Filistijnen Griekenland en het Egeïsche gebied te zien. Daar werd de Herculesverering weliswaar pas in de 9e eeuw v.Chr. populair, maar algemeen wordt aangenomen dat deze held een algemeen pastoraal Indo-Europees mythologisch motief vertegenwoordigde. Volgens een andere zienswijze kan ook de Perzische tijd een rol hebben gespeeld, met name voor de motieven die uit het oude Mesopotamië werden ontleend. Het opvallende individualisme en de eigenzinnigheid van Simson als “boerenhercules” die net als Hercules door een vrouw te gronde gaat, alsmede een eventuele verwekking vanuit de wereld der goden en de solaire aspecten wijzen echter in de richting van de Hellenistische tijd.[1]

Externe links[bewerken]

http://www.christiananswers.net/dutch/q-abr/abr-a006-dut.html

Referenties[bewerken]

  1. [1] Jan Pieter Bommel - Simson in tweevoud, een onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van Richteren 13 – 16, de Vrije Universiteit van Amsterdam