Sinaïberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sinaïberg
Foto vanaf de top van de Sinaïberg
Foto vanaf de top van de Sinaïberg
Hoogte 2285 m
Coördinaten 28° 32′ NB, 33° 58′ OL
Ligging Sinaï (Egypte)
Gebergte Sinaïgebergte
Sinaïberg
Sinaïberg
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen

De Sinaïberg, de Horebberg of de Djebel Moesa is een 2285 meter hoge berg in het Sinaïgebergte in Egypte. De berg ligt op het zuidelijke gedeelte van het schiereiland Sinaï. De naam Sinaï is waarschijnlijk afkomstig van de Sumerische maangod Nanna die door de Babyloniërs Sin werd genoemd. Horebberg stamt uit het Hebreeuws en betekent 'berg van God'.[bron?] Djebel Moesa is Arabisch voor 'berg van Mozes'.

Sommigen denken dat de Horebberg uit de Bijbel niet dezelfde is als de huidige Sinaïberg, volgens de joodse traditie zou de berg verborgen land zijn. Volgens andere onderzoeken ligt de berg aan de oostzijde van de Golf van Akaba, dus niet op het Sinaïschiereiland.

Aan de voet van de berg ligt het St. Catharinaklooster dat gesticht is tussen 548 en 565 na Christus. Het wordt geroemd om zijn architectuur en bijzondere ligging in het ruige landschap.

Voor zowel de joden, de christenen als de moslims is de Sinaïberg een heilige berg. Het is de berg waar God volgens de traditie de Tien geboden aan Mozes gaf. Om deze reden staat het hele gebied met de berg en het klooster sinds 2002 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Mozes ontvangt de stenen tafelen op de berg Sinaï

De ontvangst van de Tien geboden wordt beschreven in het boek Exodus uit de Tenach en de Bijbel. Het verblijf van Mozes en zijn volk aldaar wordt beschreven in de laatste hoofdstukken van Exodus en in het gehele boek Leviticus en de eerste hoofdstukken van Numeri.

In het fragment hieronder, uit Exodus 31, worden met de twee tafelen der getuigenis de Tien Geboden bedoeld. God spreekt tot Mozes over de sabbat en de andere geboden en zegt:

13. Gij nu, spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Gij zult evenwel mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten; opdat men wete, dat Ik de HEERE ben, Die u heilige.
14. Onderhoudt dan den sabbat, dewijl hij ulieden heilig is! Wie hem ontheiligt, zal zekerlijk gedood worden; want een ieder, die op denzelven enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden harer volken.
15. Zes dagen zal men het werk doen; doch op den zevenden dag is den sabbat der rust, een heiligheid des HEEREN! Wie op den sabbatdag arbeid doet, zal zekerlijk gedood worden.
16. Dat dan de kinderen Israëls den sabbat houden, den sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig verbond.
17. Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israëls een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de HEERE, in zes dagen, den hemel en de aarde gemaakt, en op den zevenden dag gerust en Zich verkwikt heeft.
18. En Hij gaf aan Mozes, als Hij met hem op den berg Sinaï te spreken geëindigd had, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.

Uit de Statenvertaling [1] van de Bijbel uit 1637.

Zie ook[bewerken]

  • Neboberg, de berg waar Mozes volgens de bijbel gestorven is.
Bronnen, noten en/of referenties