Sinfonia da requiem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sinfonia da requiem
Componist Benjamin Britten
Soort compositie symfonie
Gecomponeerd voor symfonieorkest
Toonsoort D majeur
Opusnummer 20
Gecomponeerd in oktober 1939- juni 1940
Première 29 maart 1941
Duur circa 20 minuten
Vorige werk opus 19: Canadian carnival
Volgende werk opus 21:Diversions
Oeuvre Oeuvre van Benjamin Britten
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Het Sinfonia da requiem is een compositie van Benjamin Britten. Het is volgens de officiële lijst zijn opus 20. Het was na Sinfonietta (opus 1) en Simple Symphony (opus 4) het derde werk van de componist dat verwijst naar symfonie.

Geschiedenis[bewerken]

Britten kreeg de opdracht voor het werk uit Japan ter gelegenheid van de 2600ste verjaardag van het Japanse Keizerrijk. De Japanner dachten dus dat Britten met een feestelijk werk kwam. Aan een deel van de titel, requiem, is te zien, dat het geen vrolijk en feestelijk werk was. De Japanners beschouwden voorts de titels van de delen uit de Christelijke liturgie een belediging en weigerden het werk. Het geheel kan wellicht gezien worden als bedoeling van de componist, die net als zijn leraar Frank Bridge overtuigd pacifist was en de daden van Japan in de jaren 1939 en 1940 wezen niet op een vredelievende natie. Hij gaf aan dat hij het componeerde ter nagedachtenis aan zijn ouders.

Britten voltooide het werk in juni 1940 toen hij in Amityville (Long Island), Verenigde Staten woonde (Japan en de Verenigde Staten waren toen nog niet in oorlog met elkaar; de Aanval op Pearl Harbor was "pas" op 7 december 1941). Overigens mocht Britten het geld dat hem voor de opdracht was gegeven houden (hij kocht er snel een T-Ford van, zodat ze het niet konden terugvragen. Op 29 maart 1941 leidde dirigent John Barbirolli het New York Philharmonic in de eerste uitvoering van dit werk, plaats van handeling was Carnegie Hall. Het werd ook de dag daaropvolgend gespeeld en daarvan zijn opnamen verkrijgbaar (matige kwaliteit). Japanners konden het werk pas veel later horen, op 18 februari 1956 leidde Britten zelf de uitvoering met het NHK Symfonie Orkest. De uitvoering door John Barbirolli viel in eerste instantie in goede aarde bij Britten; later had hij er enige gemengde gevoelens over, met name over de tempi die Barbirolli aanhield. De gemiddelde tijd voor deze symfonie is net aan 20 minuten; de opname met Barbirolli is net aan geen 23 minuten. Barbirolli bleef het werk echter spelen getuige de uitvoering op 22 januari 1969 toen hij het speelde met het Koninklijk Concertgebouworkest, het publiek in het Amsterdamse Concertgebouw schuwt langzame tempi niet.

Programma 29 maart 1941[bewerken]

Muziek[bewerken]

Britten week af van de vierdelige opzet van de klassieke symfonie en gaf aan dat het werk achterelkaar doorgespeeld moest worden. Er zijn die delen, gerelateerd aan het Requiem:

  1. Lacrymosa (Andante ben misurato)
  2. Dies Irae (Allegro con fuoco)
  3. Requiem Aeternam (Andante molto tranquillo)

Britten gebruikte dan wel titels uit de liturgie, hij had er geen religieuze bedoelingen mee. Zelf omschreef hij ze als Een langzaam klaagzang in marsvorm, Dodendans en Het besluit. Het gehele stuk is geschreven in de toonsoort d majeur. Het Dies Irae kan gezien worden als het scherzo.

Orkestratie[bewerken]

Discografie[bewerken]

Er zijn talloze opnamen van dit werk, Britten zelf nam het werk drie keer op.

Bronnen, noten en/of referenties