Sino-Indiase oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sino-Indiase oorlog
Sino-Indiase oorlog
Sino-Indiase oorlog
Datum 20 oktober - 21 november 1962
Locatie Noord-Oost grens en Aksai Chin
Resultaat Chinese overwinning en Chinese gedeeltelijke terugtrekking.
Strijdende partijen
Vlag Volksrepubliek China Flag of India.svg India
Commandanten
Vlag Zhang Guohua Flag of India.svg Brij Mohan Kaul
Troepensterkte
80.000 10.000-12.000
Verliezen
1.460 dood(Chinese bronnen)
569 gewond
3.128 dood(Indiase bronnen)
1.697 gewond
3.123 krijgsgevangen

De Sino-Indiase oorlog was een gewapend grensconflict tussen India en China in 1962 op hoogtes boven 5000 m. Er was geen oorlogsverklaring want beide partijen opereerden naar eigen mening op eigen terrein en de luchtmacht nam niet deel.

Aksai Chin Sino-Indian border map.png

Touwtrekken om de grenzen[bewerken]

India en China hebben een lange grens in bergachtig gebied. De Britse landmeter Johnson had in 1865 de westgrens bepaald in opdracht van de Maharadja van Kasjmir. China was het daarmee toen oneens en zette zelf grenspalen op de oude karavaanroute tussen Sinkiang en Ladakh. In de 19e eeuw stond Groot-Brittannië gebied af aan China om een buffer tegen Rusland te hebben. Dit was de MacCartney-MacDonald lijn. Na de Russische Revolutie in 1918 tekenden de Britten opnieuw de Johnson-lijn op hun kaarten. In 1950 legden de Chinezen strategisch belangrijke nationale weg G219 aan door Aksai Chin tussen Sinkiang en Tibet. Aangezien het gebied van Indische kant niet toegankelijk is door het Karakorum gebergte, ervoeren de Indiërs dat pas in 1957 toen de weg op Chinese kaarten aangeduid was.

Wat de oostgrens betreft hadden het Verenigd Koninkrijk, China en Tibet in 1914 het voorlopige Akkoord van Simla over de grenzen geparafeerd, maar China heeft dit niet ondertekend. De grens, later bekend onder de McMahon-linie', tussen Brits Indië en Tibet had McMahon bilateraal met Tibet onderhandeld zonder de Chinezen en China was daar niet van op de hoogte. China stelde zich op het standpunt dat Tibet geen recht had om een grens te bepalen zonder China. Het uitgangspunt was, dat de allerhoogste bergtoppen de grens zouden vormen, wat ten zuiden lag was van India en wat ten noorden lag van Tibet. De Chinezen stelden dat gebied ten zuiden van de hoogste bergtoppen historisch bij Tibet behoorde en dus nu bij China. Maanden na de overeenkomst van Shimla zette China grenspalen ten zuiden van de MacMahon-lijn. De Brit O'Callahan liet de grenspalen verzetten. Het geschil betreft het Indiase Arunachal Pradesh dat China Zuid-Tibet noemt en waar het arrondissementen toerekent als geheel Tshona, het zuiden van Lhuntse en delen van Metog en Chayu.

Schermutselingen[bewerken]

In 1959 bood eerste minister Jawaharlal Nehru de dalai lama (Tenzin Gyatso) asiel na de mislukte Tibetaanse opstand in Lhasa. De Chinese partijvoorzitter Mao Zedong publiceerde op 6 mei 1959 een vlammend manifest De revolutie in Tibet en de filosofie van Nehru. Ondanks de vele herhaalde Chinese protesten rukten de Indiase militairen steeds verder de betwiste gebieden binnen en werd de door India beheerste gebieden steeds verder naar het noorden uitgebreid. In augustus 1959 nam het Chinees leger een Indisch soldaat gevangen die op de MacMahon lijn postvatte. Twee maanden later doodden de Chinezen 9 leden van de Indische grenspolitie in Aksai Chin. Op 2 oktober verdedigde Nikita Chroetsjov Nehru bij Mao. In 1960 bood premier Zhou Enlai informeel aan, dat China aanspraak op het noordoosten zou laten varen als India aanspraak op Aksai Chin zou opgeven. Nehru vond dat dit aangaf dat de Chinese aanspraken allebei onterecht waren. Hij stelde als voorwaarde voor onderhandeling dat het Chinees leger eerst Aksai Chin zou ontruimen. In juni sneuvelden dozijnen Chinese soldaten bij een schermutseling. Van juni tot juli stootten Indische bergtroepen vooruit om Chinese troepen van hun bevoorrading af te snijden. In juni 1962 vestigden de Indische strijdkrachten een voorpost in Dhola op de zuidelijke flank van het Thag La rif, ten noorden van de MacMahon lijn. In augustus tekende China diplomatiek protest aan en begon het posten op de top van Thag La te bezetten. Een eenheid van 60 Chinezen namen stellingen in tegenover Dhola. Op 11 september kregen alle Indische troepen toestemming om te vuren. Chinezen wierpen handgranaten naar de Indische troepen. Op 3 oktober bezocht Zhou Enlai Nehru te New Delhi, maar hij kon geen vreedzaam akkoord bereiken.

Oorlog[bewerken]

Maarschalk Chen Yi zei: Nehru's politiek is een dolk die hij in ons hart wil steken; we kunnen onze ogen niet sluiten en op de dood wachten. Mao zei: Een goede oorlog geeft dertig jaar vrede Op 8 oktober zond hij de divisies van Chengdu en Lanzhou naar Tibet. Op 18 oktober trok een lange rij van dragers en muilezels door de bergen. Op 20 oktober vielen de Chinezen op twee fronten tegelijk aan in het oosten en in het westen. In het oosten vielen ze de zuidelijke oever van de Namka Chu rivier aan. In plaats van één van de 5 bruggen te gebruiken zoals verwacht, waadden de Chinezen door de rivier op een ondiepe plaats. Om 5u14 sneden de Chinezen de telefoonlijnen door. Toen bestookten ze de Indiërs met mortieren. Om 6u30 verdreef de infanterie de Indiërs uit hun stellingen. In het westen vielen ze de Chip Chap vallei aan. Alle Indiërs werden gedood of gevangengenomen.

Vrede? Voortvechten![bewerken]

Na 4 dagen hevige gevechten gaf Zhou Enlai zijn troepen bevel om niet verder op te rukken. Hij probeerde gedurende drie weken om met Nehru te onderhandelen. Het Indisch parlement kondigde de noodtoestand af en nam een resolutie aan om de aanvallers te verjagen van de heilige Indische grond. Nadat Zhou Enlai een afwijzende brief van Nehru ontvangen had, braken de gevechten opnieuw los op 14 november. In het oosten vielen de Chinezen Walong aan op 17 november. Ze namen daartoe niet de weg zoals verwacht, maar wel een bergpad. Na drie uur vechten vluchtten de Indiërs in wanorde. In het westen vielen de Chinezen in de nevel aan om 4u35 op 18 november bij Chushur (Chushul). Om 6u55 kwam de zon op en vielen de Chinezen aan in 6 golven. Er volgden lijf aan lijf gevechten met bajonetten en wederzijds mitrailleurvuur. De Indiërs konden geen stand houden.

Vliegdekschipdiplomatie[bewerken]

In de avond van 20 november richtte Nehru een verzoek tot de U.S.A. tot gewapende steun, meer bepaald luchtaanvallen als de Chinezen verder zouden oprukken en luchtdekking als de Chinese luchtmacht zou aanvallen. President John F. Kennedy zei: We moeten India verdedigen en dus zullen we India verdedigen. Hij zond een vliegdekschip naar de Golf van Bengalen. Op 19 november kondigde Zhou Enlai een eenzijdig staakt-het-vuren af. China gaf buitgemaakte voertuigen en wapens terug aan India en liet 731 zieke en gewonde Indische soldaten vrij in december 1962 en de overige 3213 soldaten en officieren vanaf april 1963.

Externe link[bewerken]