Sinornithoides

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sinornithoides youngi door John Conway

Sinornithoides youngi is een theropode dinosauriër, behorend tot de Maniraptora, die tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van de huidige Volksrepubliek China.

Vondst en naamgeving[bewerken]

In 1988 werd bij Huamuxiao, in het Ordosbekken van Binnen-Mongolië, door een Chinees-Canadese expeditie het skelet gevonden van een nog onbekende kleine theropode.

In maart 1994 werd de typesoort Sinornithoides youngi benoemd door Dale Russell en Dong Zhiming. De geslachtsnaam is afgeleid van het Latijn Sinae, "Chinezen", en het Oudgrieks ὄρνις, ornis, "vogel", en ~ειδής, ~eides, een achtervoegsel dat "~vormig" betekent, in verwijzing naar de vogelachtige bouw. De soortaanduiding eert de Chinese paleontoloog Yang Zhongjian.

Het holotype, IVPP V9612, is gevonden in een laag van de Ejinhoroformatie waarvan de datering onzeker is maar die in ieder geval uit het Onder-Krijt stamt. Het bestaat uit een vrijwel volledig skelet met schedel dat in opgerolde, "slapende", houding is aangetroffen. Het schedeldak, sommige halswervels en de wervels tussen de eerste ruggenwervel en de, vermoedelijk, zesde sacrale wervel ontbreken. Het betreft vermoedelijk een onvolwassen individu.

Beschrijving[bewerken]

Algemene bouw en grootte[bewerken]

Sinornithoides in grootte vergeleken met een mens

Sinornithoides is een kleine roofsauriër. Gregory S. Paul schatte in 2010 de lichaamslengte op 1.1 meter, het gewicht op tweeënhalve kilogram. Het gaat vermoedelijk om een bevederd en warmbloedig dier.

In het benoemende artikel wist men geen autapomorfieën vast te stellen.

Skelet[bewerken]

Schedel en onderkaken[bewerken]

De schedel van Sinornithoides is bijzonder spits en langwerpig. De lengte ervan ten opzichte van het lichaam als geheel is echter relatief beperkt. De snuit is erg laag en eindigt in een kleine, iets afgeronde, punt. De praemaxilla, bij troödontiden toch al erg kort, is daardoor nog extra klein. De praemaxilla draagt vier tanden. Het neusgat is echter relatief groot in de vorm van een liggende ovaal. Het bovenkaaksbeen heeft minstens achttien, in totaal vermoedelijk ongeveer drieëntwintig tanden. Deze maxillaire tanden hebben een gekromde voorrand zonder kartelingen en een grotendeels hol gekromde achterrand boven een bolle basis; de punt is ver naar achteren gekromd tot voorbij de rest van de achterrand. Hun vertandingen zijn relatief klein. De grote schedelopening, de fenestra antorbitalis heeft een trapeziumvormig profiel, met rechte achterkant en, iets kortere, voorkant. De uitholling waarin de opening ligt, bestaat alleen aan de voorkant ervan als een echte verdieping: de achterste onderrand valt met die van het venster samen. De voorste uitbreiding strekt zich ver naar voren uit, langer dan de opening zelf, en heeft aan de voorste onderkant een kleinere opening, de fenestra maxillaris, in de vorm van een zeer langwerpige liggende ovaal waarvan de onderrand ook weer met die van de fossa samenvalt. Daar weer voor bevindt zich een kleine fenestra promaxillaris, die bij troödontiden zeldzaam is. De beenstijl tussen de fenestra antorbitalis en de oogkas is erg recht. De oogkas is tamelijk lang; de onderkant ervan is een dunne tak van het jukbeen. De bovenkant ervan is meer afgerond. De oogkas is meer zijwaarts gericht dan bij Troodon. In het traanbeen ontbreekt een intern kanaal. De voorhoofdsbeenderen zijn driehoekig.

De hersenpan heeft onderaan een holle pneumatische zwelling, bulla, aan de basis van het dolkvormig uitsteeksel van het parasfenoïde. De recessus suboticus is relatief groot.

Door een CAT-scan van het fossiel is de vorm van het verhemelte vastgesteld, de eerste keer dat meer uitgebreide informatie over dit deel van de troödontidenanatomie beschikbaar kwam. Er is een volledig secundair verhemelte aanwezig met interne neusgaten, choanae, ter hoogte van de beenstijl tussen de fenestra promaxillaris en fenestra antorbitalis en naar achteren reikend tot net voor de oogkassen.

De onderkaak is langgerekt, maar meer achteraan nog met een redelijke diepte; op dit diepste punt is er een vrij groot en laag gelegen langwerpig zijvenster. De kaaklijn is echter bijna volledig vlak zonder verhoging of coronoïde uitsteeksel achteraan. De beide dentaria krommen niet naar elkaar toe maar raken elkaar zijdelings. Het aantal dentaire tanden bedraagt minstens twaalf maar ligt vermoedelijk in feite veel hoger. Deze tanden hebben een nogal bolle voorrand zonder kartelingen en een zeer rechte achterrand; de punt is erg spits.

Postcrania[bewerken]

Een reconstructie van het skelet door Jaime Headden

De nek is matig lang met vermoedelijk relatief dunne halswervels; een alternatieve interpretatie is dat de nek vrij kort is en dan de wervels in proportie dikker zijn. Bij de vrij lange halswervels steken de langwerpige wervellichamen tot achter de achterste gewrichtsuitsteeksels uit. Boven de bases van de achterste gewrichtsuitsteeksel bevinden zich kleine puntige epipofysen. Van de rug zijn alleen wat voorste beschadigde wervels bekend. De oorspronkelijke beschrijvers lieten in hun reconstructie de staartbasis wat omlaag wijzen maar dat was een gevolg van het feit dat ze het bekken niet voldoende horizontaal geplaatst hadden. De eerste chevron van de staart is opvallend kort; daarachter verlengen de chevrons zich maar al snel treed er weer een verkorting op en een overgang naar een sledevorm bij de middenstaart. De overgang tussen staartbasis en middenstaart ligt bij de tiende staartwervel. De staart is voor een troödontide nog tamelijk lang. Er zijn vijftien paar buikribben.

Het schouderblad heeft aan de onderste voorkant een duidelijk afgetekende maar korte processus acromialis. Voor zover waarneembaar is het eigenlijke blad nog vrij dik in de lengterichting. Het ravenbeksbeen is vrij lang, rechthoekig van profiel, aan de binnenkant iets naar binnen gedraaid, in zijaanzicht wat naar achteren gekromd. Onder het schoudergewricht heeft het een kort naar achteren gericht uitsteeksel. Het blad wordt doorboord door een hoog foramen. Het schoudergewricht is naar bezijden en iets naar achteren gericht. Bij het fossiel is een klein vorkbeen aangetroffen waarvan de takken op de processus acromiales rusten.

De arm is relatief zwak ontwikkeld, vooral wat de bovenarm en onderarm betreft. Het opperarmbeen is kort dun en slank. De deltopectorale kam beslaat maar een kwart van de, bovenste, lengte en heeft slechts de vorm van een laag puntje dat naar binnen gewikkeld is. De ellepijp heeft maar een dunne kromme schacht en het spaakbeen is nog tengerder. In de pols bevindt zich een radiale en een halvemaanvormig polsbeentje, welke laatste diende om de bevederde hand in te klappen. De hand is wat groter, anderhalf maal zo lang als de onderarm. Het eerste middenhandsbeen is erg kort maar draagt een lange eerste vinger met een stevige lange duimklauw die weinig gekromd is. De langere tweede vinger heeft ook een lange klauw. De derde vinger is duidelijk tengerder en de derde handklauw korter.

Van het bekken is de bouw onduidelijk door vele beschadigingen. Het schaambeen is iets naar voren gericht. Het heeft slechts een kleine knopvormige voet aan het uiteinde. De zitbeenderen zijn niet aan hun uiteinden vergroeid. Het dijbeen is relatief recht. Bovenaan is de trochanter minor duidelijk lager dan de trochanter major waarvan het door een nauwe kloof gescheiden is. Het scheenbeen is zeer lang met een goed ontwikkelde crista cnemialis aan de voorste bovenkant. Het kuitbeen heeft een dunne schacht. De middenvoet is zeer lang. Het vijfde middenvoetsbeen heeft de vorm van een gerekte kromme beensplinter. Het derde middenvoetsbeen wordt bovenaan niet helemaal aan de voorkant bedekt door het tweede en vierde middenvoetsbeen. De sikkelklauw aan de tweede teen is opvallend groot en lang voor een troödontide.

Fylogenie[bewerken]

Sinornithoides is een lid van de Troodontidae.

Een mogelijke positie van Sinornithoides in de stamboom wordt getoond door dit kladogram.

Paraves

Epidexipteryx




Avialae


Deinonychosauria

Dromaeosauridae


Troodontidae


Anchiornis



Xiaotingia




Jinfengopteryginae

IGM 100/1323




IGM 100/1126



Jinfengopteryx







Mei




Sinovenator



Xixiasaurus






IGM 100/44




Byronosaurus




Sinornithoides




Troodon




Saurornithoides



Zanabazar













Literatuur[bewerken]

  • D.A. Russell and Dong Z.-M., 1994, "A nearly complete skeleton of a new troodontid dinosaur from the Early Cretaceous of the Ordos Basin, Inner Mongolia, People's Republic of China", Canadian Journal of Earth Sciences 30(10-11): 2163-2173