Sint-Catharinakathedraal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie Catharinakathedraal voor andere kathedralen die aan een van de heilige Catharina's zijn gewijd.
Sint-Catharinakathedraal
Het westfront aan de Lange Nieuwstraat
Het westfront aan de Lange Nieuwstraat
Plaats Utrecht
Denominatie rooms-katholiek
Gebouwd in 1470-1551
Uitbreiding(en) 1895-1900
Restauratie(s) 1955-1965
Gewijd aan Catharina van Alexandrië
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  36264
Architectuur
Stijlperiode Laat-gotiek
Interieur
Orgel Michaël Maarschalkerweerd
Interieur gezien naar het oosten
Interieur gezien naar het oosten
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Sint-Catharinakathedraal, beter bekend als de Catharijnekerk, is een kerk in de Nederlandse stad Utrecht, die in gebruik is als de kathedraal van het rooms-katholieke aartsbisdom Utrecht.

Kloosterkerk[bewerken]

In 1468 begonnen de karmelieten hier met de bouw van een klooster, maar nog voordat de gebouwen voltooid waren moesten zij in 1529 plaats maken voor de johannieters. Deze kloosterlingen waren tot dan toe gevestigd geweest op het Catharijneveld, maar moesten daar vertrekken omdat op die plaats een dwangburcht (kasteel Vredenburg) gebouwd werd op last van keizer Karel V.

De johannieters voltooiden het kloostercomplex en zij kwamen bekend te staan als het Catharijneconvent. De kloostergebouwen zelf zijn grotendeels bewaard gebleven en herbergen tegenwoordig het Museum Catharijneconvent; de kloosterkerk, gewijd aan beschermheilige Catharina van Alexandrië, kwam in 1560 gereed. Het is een grote kruiskerk in gotische stijl, die meer specifiek invloed vertoont van de Brabantse gotiek met zijn ronde zuilen en koolbladkapitelen. Het was de laatste middeleeuwse kerk die in Utrecht tot stand kwam. Bij de Hervorming in 1580, nog maar twintig jaar na de voltooiing, werd zij buiten gebruik gesteld en voor wereldlijke doeleinden ingericht, tot zij vanaf 1636 door de protestanten werd gebruikt.

In de Catharijnekerk zijn in de jaren daarna verschillende bekende Utrechters begraven, zoals de streng calvinistische theoloog Gisbertus Voetius en de schilders Abraham Bloemaert en Gerard van Honthorst.

Kathedraal[bewerken]

Na de invoering van de godsdienstvrijheid in 1795 gingen de katholieken in Utrecht op zoek naar kerkruimten. Als enige van de middeleeuwse kerken in Utrecht werd de Catharijnekerk in 1815 teruggegeven aan de katholieken, eerst als garnizoenskerk, vanaf 1842 als parochiekerk, waarna zij, bij het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie, in 1853 tot kathedraal verheven werd.

Het gebouw werd vervolgens van 1859 tot 1901 door het atelier van Friedrich Wilhelm Mengelberg in neogotische stijl versierd, en in 1900 werd het schip door architect Alfred Tepe met één travee naar het westen toe verlengd. De nieuwe westpartij, waarvan de gevel een vrij getrouwe kopie van de oude was, kreeg een 53 meter hoge toren die geïnspireerd is op die van het stadhuis in Kampen.

Bij een restauratie van 1955 tot 1965 werden de meeste neogotische elementen weer verwijderd en werd het interieur grotendeels teruggebracht naar de situatie in 1636 die is vastgelegd op tekeningen van Pieter Jansz Saenredam. De waardering voor de neogotiek is sindsdien echter gegroeid. In 2003 bleek het mogelijk om de veertien kruiswegstaties van Mengelberg uit 1898 in de kerk te herplaatsen.

Inventaris[bewerken]

  • De houten meubelen. Hoewel het interieur in de zestiger jaren van de twintigste eeuw grotendeels is ontdaan van de neogotische aankleding, zijn enkele inventarisstukken bewaard gebleven. Vermeldenswaardig zijn vooral de sedilia (1867), de bisschopstroon (1868) en het prachtige oxaal (1871, thans aan de westzijde van de kerk); deze meubelen zijn vervaardigd door F.W. Mengelberg.
  • De beelden. In 1984, 1996 en 2005 werden de kalkstenen neogotische beelden van de heilige Catharina, Johannes de Doper en Barbara van kunstenaar F.W. Mengelberg herplaatst in de kathedraal. Daarnaast bevinden zich nog twaalf neogotische kalkstenen beelden in het priesterkoor, die omstreeks 1897 door F.W. Mengelberg zijn vervaardigd. Het gestuct zinken negentiende-eeuwse beeld van Willibrord is afkomstig uit de in 1970 gesloopte Sint-Willibrorduskerk buiten de Veste te Amsterdam en sinds 2005 in de kathedraal opgesteld boven de ingang van de Vredeskapel.
  • De gebrandschilderde ramen. Omstreeks 1880-1881 werden onder andere door glazenier H. Geuer voor het noordertransept het Mariavenster en voor het zuidertransept het Eucharistievenster vervaardigd. Het westvenster dateert uit het begin van de twintigste eeuw en toont onder andere het paradijs en het Laatste Oordeel. In 1965-1966 vervaardigde het atelier Geutjens te Venlo de drie koorvensters naar ontwerp van Joep Nicolas te Roermond. Het noordelijke bestaat uit twee delen: onderaan de voorstelling van de heilige Catharina van Alexandrië met het rad, daarboven taferelen uit het leven van Mozes; het middenvenster bestaat uit drie delen: onderaan de voorstelling van de monnik Willibrord, daarboven de genezing van een maanzieke jongeling en geheel bovenaan Christus op de berg Tábor; het zuidelijk venster bestaat uit twee delen: onderaan de voorstelling van Sint-Maarten met de bedelaar, daarboven taferelen uit het leven van de profeet Elia.
  • De Mariamedaillons in de Mariakapel. De Mariamedaillons en het beeld van Maria van Kevelaer in de Mariakapel zijn afkomstig uit het voormalig Maria-altaar van de negentiende-eeuwse O.L. Vrouw ten Hemelopnemingkerk (gesloopt in 1972) aan de Biltstraat in Utrecht. Zij zijn vervaardigd door het atelier van F.W. Mengelberg. In 1992 kreeg het Mariabeeld een plaats in de nis van het zuidertransept naast de ingang van het Catharijneconvent, waarna in 1995 de bijbehorende medaillons werden geplaatst. Bij de inrichting van de nieuwe Mariakapel in 2002 (voormalige doopkapel) verhuisde het gehele ensemble van het zuidertransept naar deze kapel. Het beeld en de medaillons werden naar het voorbeeld van het oude, verloren gegane Maria-altaar in de Biltstraatkerk, herplaatst. Deze Mariakapel werd op 27 oktober 2002 ingewijd.
  • De Willibrordschrijn onder het altaar uit 1939; een belangrijk werk van de twee edelsmeden, de gebroeders Jan Eloy en Leo Brom te Utrecht. Deze schrijn wordt sinds 2002 in de jaarlijkse Willibrordprocessie meegedragen.
  • De sacramentstoren. Een sacramentstoren in de vormentaal van de late gotiek siert sinds 7 maart 2004 het priesterkoor op de plaats waar ooit het hoogaltaar stond. Het werk is geïnspireerd op de gotische dodenlantaarn uit 1483 van de Maria Magdalenakerk in Sonsbeck (nabij Xanten, Duitsland). Aangezien er in Nederland nog slechts weinig gotische sacramentstorens overblijven, alleen Meerssen (Sacramentsbasiliek) en Utrecht (Agnietenkapel Centraal Museum, restanten afkomstig uit de Petruskerk in Woerden), is dit exemplaar een waardevolle aanvulling op dit bestand.

Maarschalkerweerd-orgel[bewerken]

Het orgel boven de hoofdingang werd gebouwd in 1903 door de Utrechtse orgelbouwer Michaël Maarschalkerweerd. Aanvankelijk was het een instrument met twee manualen en pedaal. In 1939 werd het met een manuaal uitgebreid en er werden enkele registers toegevoegd. In 1996 is het instrument gerestaureerd.

Bronnen, noten en/of referenties