Sint-Helenafazantje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Helenafazantje
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Estrilda astrild 3.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Passeriformes (Zangvogels)
Familie: Estrildidae (Prachtvinken)
Geslacht: Estrilda (Astrilden)
Soort
Estrilda astrild
(Linnaeus, 1758)
Sint-Helenafazantje op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

Het Sint-Helenafazantje (Estrilda astrild) is een tropisch vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae), oorspronkelijk afkomstig uit Afrika.

Kenmerken[bewerken]

De totale lengte van kop tot staartpunt van de vogel is 9·5 tot 13 cm; de vogel weegt 6 tot 11 g.[2] Het is een grijsachtige, met heel veel dwarse, donkere golflijntjes getekende vogel. De onderzijde is wat lichter, de borst is ietwat roze, dat onder de buik rood wordt. De snavel en de oogstreep zijn rood en de staart is bruin met zwart. De geslachten zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden, alleen door het baltsen is het mannetje te herkennen.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De vogel komt voor in een groot deel van Sub-Saharisch Afrika en de omliggende eilanden. Daarnaast komt de vogel voor in de vorm van verwilderde populaties die zijn ontstaan door ontsnapping uit gevangenschap. Zo komt het Sint-Helenafazantje voor op de Bermuda, Brazilië, Kaapverdië, Frans Polynesië, Hawaï, Martinique, Mauritius (land), Nieuw-Caledonië (eiland), Puerto Rico, Réunion, Sint Helena (eiland), Ascension, Tristan da Cunha, Seychellen, Trinidad en Tobago, Uruguay en Vanuatu.[1]

De soort telt 17 ondersoorten:

  • E. a. kempi: Guinee, Sierra Leone en Liberia.
  • E. a. occidentalis: van zuidelijk Mali en Ivoorkust tot noordelijk Congo-Kinshasa, Bioko.
  • E. a. sousae: Sao Tomé.
  • E. a. peasei: Ethiopië.
  • E. a. macmillani: Soedan.
  • E. a. adesma: van oostelijk Congo-Kinshasa, Oeganda, westelijk Kenia tot noordwestelijk Tanzania.
  • E. a. massaica: van centraal Kenia tot noordelijk Tanzania.
  • E. a. minor: zuidelijk Somalië, oostelijk Kenia, noordoostelijk Tanzania en Zanzibar.
  • E. a. cavendishi: van zuidoostelijk Congo-Kinshasa en zuidelijk Tanzania tot Zimbabwe en Mozambique.
  • E. a. schoutedeni: zuidelijk-centraal Congo-Kinshasa.
  • E. a. niediecki: van centraal Angola tot westelijk Zimbabwe.
  • E. a. angolensis: inlands westelijk Angola.
  • E. a. jagoensis: de westkust van Angola.
  • E. a. rubriventris: van Gabon tot noordwestelijk Angola.
  • E. a. damarensis: Namibië.
  • E. a. astrild: zuidelijk Botswana en westelijk en zuidelijk Zuid-Afrika.
  • E. a. tenebridorsa: noordelijk en oostelijk Zuid-Afrika.

In 1815 werd door de garnizoensoldaten die Napoleon moesten bewaken op het eiland Sint-Helena de vogel daar ingevoerd, waarna het daar een talrijke vogel werd. Hieraan ontleent de vogel zijn Nederlandse naam. De vogel kwam daar dus niet oorspronkelijk voor.[3]

Het leefgebied bestaat uit terreintjes met grote grassoorten (zoals riet, bies en zegge) die voorkomen in moerassen en langs meren en rivieren, in berggebieden, verlaten akkers en weidegronden en ook in stadstuinen.[2]

Voorkomen in Europa[bewerken]

In Zuid-Spanje en Zuid-Portugal komen ook verwilderde populaties voor die standvogel zijn in gebieden met riet en lisdodden.[4]

Status[bewerken]

De grootte van de populatie is niet gekwantificeerd. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat de soort in aantal achteruit gaat. Om deze redenen staat het Sint-Helenafazantje als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN.[1]

Voortplanting[bewerken]

De broedduur bedraagt 11 tot 12 dagen. Na ongeveer 14 dagen kunnen de jongen reeds vliegen.

Verzorging als volièrevogel[bewerken]

Deze vogels zijn vrij makkelijk te houden in een gemengde buitenvolière mits deze ruim genoeg is met een vrij dichte beplanting waarin ze zich kunnen verschuilen. In de winter moeten ze de beschikking hebben over een vorst- en tochtvrij nachtverblijf.

Ze moeten gevoederd worden met een zaadmengsel voor kleine tropische vogels, trosgierst en diverse soorten kleine insecten. Tijdens de kweekperiode is ook wat eivoer noodzakelijk. Water, scherp maagkiezel en grit moeten natuurlijk altijd ter beschikking staan. Ook badderen ze graag, dus het water moet regelmatig verschoond worden.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c (en) Sint-Helenafazantje op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. a b Handbook of the Birds of the World deel 15, 2010.
  3. (en) Lever, C., 1987. Naturalized birds of the world. Longman. ISBN 0582460557.
  4. Svensson, L. et al., 2010. ANWB Vogelgids van Europa, Tirion, Baarn. ISBN 978 90 18 03080 3