Sint-Helenamedaille

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Helenamedaille
Voor- en keerzijde
Voor- en keerzijde
Uitgereikt door Vlag van Frankrijk Frankrijk
Type Medaille
Bestemd voor Veteranen van de revolutieoorlogen en de napoleontische oorlogen
Beschrijving Herinneringsmedaille
Statistieken
Instelling 12 augustus 1857
Totaal uitgereikt ongeveer 405.000 medailles
Portaal  Portaalicoon   Ridderorden

De Sint-Helenamedaille (Frans: Médaille de Sainte-Hélène) was een in een decreet van 12 augustus 1857 door Napoleon III ingestelde medaille die aan alle nog levende veteranen die tijdens de Napoleontische oorlogen tussen 1792 en 1815 in Franse dienst hadden gevochten werd toegekend.

Deze neef van Napoleon, zoon van diens broer Lodewijk, koning van Holland, en Napoleons stiefdochter Hortense de Beauharnais, deed daarmee een belofte die in het op 15 april 1821 op Sint-Helena opgestelde testament werd gedaan[1] gestand.

De keizer was door grootscheepse corruptie en zelfverrijking de rijkste man van Frankrijk geworden en de geallieerden hadden zijn vermogen niet in beslag genomen[2]. Een deel van zijn 200 000 000 frank omvattende nalatenschap werd in het testament voor de medaille bestemd.

De onderscheiding dankt aan de kleur van het brons de bijnaam "chocolademedaille". De bronzen medaille is ook opvallend dik. De medaille die met de Franse keizerlijke kroon is verhoogd draagt binnen een lauwerkrans het portret van Napoleon I.

De veteranen werden in de Napoleontische legende aangeduid als "grognards", oftewel oude mopperaars. De soldaten mochten min of meer vrij op hun keizer mopperen zolang zij hem volgden. De band tussen Napoleon I en zijn soldaten was zeer sterk.

Medaille

De beeldhouwer Désiré-Albert Barre kreeg de opdracht om de medaille te ontwerpen. De afbeelding op de voorzijde zou een portret van Napoleon I zijn terwijl op de keerzijde de woorden "Campagnes de 1792 à 1815. À ses compagnons de gloire, sa dernière pensée, 5 mai 1821" moesten staan.

Op de doos waarin de medaille werd gepresenteerd stond in reliëf een Napoleontische adelaar met daaronder de woorden "Aux compagnons de gloire de Napoléon 1er- Décret du 12 août 1857.».". Er werd ook een genummerd en op naam gesteld diploma uitgereikt. De kanselier van het Legioen van Eer wees op advies van een commissie de 5000 meest verdienstelijke dragers aan. Zij kregen een pensioen van 400 franc per jaar.

Van de 405.000 medailles zijn 185.160 medailles aan met name bekende veteranen uitgereikt. De goed bijgehouden archieven met de namen en gegevens van tienduizenden Fransen, Nederlanders, Belgen, Ieren, Duitsers, Polen en Italianen zijn verloren gegaan. In 1870 staken de communards het Hôtel de Salm, paleis van het Legioen van Eer in brand zodat we alleen nog over regionale lijsten beschikken.

De jongste bekende drager van de Sint-Helenamedaille was de op 1 maart 1807 in Maastricht geboren Auguste-Joseph Dereume, die op 6 december 1813 door het 20e regiment dragonders werd geadopteerd en als "Fils du régiment" in uniform met deze Franse troepen meetrok. De op 28 mei 1784 in Beek Limburg geboren Henricus Lemmens, maréchal de logis (wachtmeester bij de cavalerie) bij het 20e Regiment Dragonders,heeft op 16 januari 1858 in Maastricht de St-Helena Medaille ontvangen. Ondanks zijn 75-jarige leeftijd heeft hij de medaille in 1858 te paard afgehaald. Andere bekende dragers waren eerste luitenant Nicolaas Schutt, kapitein der rijdende artillerie Hendrik Willem Reintjes van Veerssen en de latere generaals Carel August Gunkel, Petrus Rutgardus Falter en Hendrik Gerard Seelig. Ook vrouwen werden onderscheiden zoals de marketenster Philippine Charlotiaux, veuve Bailly uit Namen die in 1812 met de 22e batterij van de artillerie in Russische gevangenschap geraakte.

Doosje

Ook Marie Somers uit Kruibeke die in de oorlog in Spanje met het 9e regiment huzaren meetrok, Sophie Timmermans en Anne-Thérèse Burniaux werden onderscheiden. In totaal kregen 14.162 Belgen toestemming van Leopold I om deze medaille aan te nemen en te dragen.

De laatste overlevende veteraan van de "Grande Armee" was waarschijnlijk François-Ange-Joseph Thiery, geboren in Turnhout op 25 september 1797; officier van gezondheid tijdens de Russische veldtocht en gevangene van de Russen. Hij stierf op 29 maart 1891 in Haelen in België.

In Nederland werd de medaille niet gedragen. Men zag de Franse tijd als een periode van bezetting en tirannie.

In 1914 waren de laatste dragers al sinds lange tijd dood. Zo kon het lint opnieuw worden gebruikt. Het lint van het Franse Croix de Guerre van 1914 herinnert aan de Sint-Helena Medaille. Het lint van dit Oorlogskruis was het geesteskind van Maurice Barrès. Hij was de kleinzoon van een officier die met Napoleon naar Moskou was getrokken en de kleuren van het lint, groen met vijf smalle rode strepen, herinneren aan de Sint-Helenamedaille van zijn grootvader.

Protocol[bewerken]

De medaille werd op de linkerborst gedragen. Wanneer men op uniformen geen modelversierselen droeg was een kleine rechthoekige baton in de kleuren van het lint voorgeschreven. De medaille werd ook als miniatuur met een doorsnede van 19 millimeter gedragen op bijvoorbeeld een rokkostuum.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. "I bequeath my private domain, one half to the surviving officers and soldiers of the French army who have fought since 1792 to 1815, for the glory and the independence of the nation, the distribution to be made in proportion to their appointments upon active service; and one half to the towns and districts of Alsace, Lorraine, Franche-Comté, Burgundy, the Isle of France, Champagne Forest, Dauphiné, which may have suffered by either of the invasions. There shall be previously set apart from this sum, one million for the town of Brienne, and one million for that of Méri. I appoint Counts Montholon and Bertrand, and Marchand, the executors of my will. This present will, wholly written with my own hand, is signed and sealed with my own arms" op [1]
  2. Jacques Presser, "Napoleon, Historie en legende" (1946).