Sint-Jansbeek (Gelderland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Witte Watermolen in het Park Sonsbeek

De Sint-Jansbeek of Sonsbeek is een beek in Arnhem, die van de heuvels van Zijpendaal door Sonsbeek en de Arnhemse binnenstad naar de rivier de Rijn stroomt.

De Sint-Jansbeek is altijd een open stroom geweest, maar het gedeelte in de binnenstad werd overkluisd toen in de 19de eeuw de singels werden gedempt. De stroom vanaf de bron in Zijpendaal door het Park Sonsbeek is nog steeds open.

Geschiedenis[bewerken]

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is het niet de rivier de Rijn, maar de Sint-Jansbeek die aan de basis heeft gestaan van het ontstaan en de ontwikkeling van de stad Arnhem. Er zijn sporen gevonden die aangeven dat rond het jaar 700 v.C. de eerste bewoning zich aan deze beek heeft gevestigd.

De Sint-Jansbeek is in de vroege middeleeuwen de belangrijkste levensader van Arnhem. Niet alleen door de watervoorziening, maar ook doordat het snel stromende water van de beek verschillende watermolens aandrijft. Al sinds de 13de eeuw worden watermolens langs de St. Jansbeek gebruikt om graan te vermalen tot meel en papier te vervaardigen. Daarnaast werd de beek ook gebruikt door verschillende wasserijen. De St. Jansbeek toont zich hiermee van groot belang voor de ontwikkeling en de groei van de stad.

In 1530 wordt in opdracht van hertog Karel van Gelre de bedding van de Rijn dichter naar de stad gelegd, een project dat in 1536 zal worden afgerond. Door de rivier direct aan de stad te leggen kan Arnhem, dat al op een gunstige locatie ligt wat betreft handel, de handel nog verder uitbreiden. Daarnaast biedt de rivier direct aan de stad ook een extra bescherming tegen de Spaanse dreiging.

Tot ongeveer 1836 stroomt de Sint-Jansbeek geheel open door de stad, maar door alle bedrijvigheid is het water erg vies. Daarnaast werd er van alles en nog wat in het water gedumpt, wat voor nog meer verontreiniging zorgde, die uiteindelijk via de Roermondsgracht in de Rijn werd geloosd. Er werden zogeheten beekmeesters aangesteld om er voor te zorgen dat er in de beek geen "vuylniss, noch onrendlicke dingen in geworpen, gestort oft gewassen en worden".

Als in het eind van de 18de eeuw de stoommachine opkomt, worden de watermolens en daarmee de Sint-Jansbeek, steeds minder belangrijk. De Sint-Jansbeek, die aan de wieg heeft gestaan van de ontwikkeling van Arnhem, is nu enkel nog een beek die door het Park Sonsbeek stroomt, terwijl Arnhem zich voor de ontwikkeling geheel op de Rijn richt.