Sint-Johanneskerk (Lüneburg)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Johanneskerk (Lüneburg)
Sint-Johanneskerk
Sint-Johanneskerk
Plaats Lüneburg
Denominatie Evangelisch-Lutherse Kerk
Gebouwd in 1289-1470
Architectuur
Stijlperiode Gotiek
interieur
interieur
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Lutherse Sint-Johanneskerk (Duits: St. Johannis) is de oudste kerk van de stad Lüneburg. Het kerkgebouw is een belangrijk voorbeeld van de Noord-Duitse baksteengotiek. Samen met de Sint-Nicolaaskerk en de Sint-Michaëlkerk vormt de Sint-Johanneskerk een tussenstop in de EuRoB, de Europese route van de baksteengotiek.

Bouwgeschiedenis[bewerken]

De vijfschepige gotische hallenkerk werd tussen 1289 en 1470 gebouwd. Een voorgangerkerk kwam al in 1174 in de annalen voor. Het grootste deel van het gebouw werd in 1372 voltooid, terwijl de toren met een hoogte van bijna 110 meter in 1384 gereed kwam. Na verdere uitbouw wordt het jaartal 1470 als de voltooiingsdatum van de kerk beschouwd.

Opvallend is de licht hellende spits van de toren, die met een hoogte van exact 108,7 meter tot de hoogste kerktorens van Nedersaksen hoort. De na een blikseminslag in 1406 opnieuw gebouwde spits hangt 2,20 meter uit het lood en krijgt naar de top toe een kurketrekkerachtige vervorming. Volgens een volksverhaal zou de bouwmeester zich, na het opmerken van deze constructiefout, vanuit één van de bovenramen hebben laten gooien; hij kwam echter op een voorbijrijdende hooiwagen terecht en overleefde zo de val. In 1801 stortte de spits in en werd er een nieuwe geplaatst. In de jaren 1970-1975 bleek de toren door houtworm te zijn aangetast en werd de gehele spits opnieuw opgebouwd[1].

Interieur[bewerken]

Het hoofdaltaar van houtsnijwerk is een meesterwerk uit de 15e eeuw. Centraal staat de kruisiging van Christus. Links en rechts daarvan bevinden zich aan elke zijde zeven scenes uit de lijdensgeschiedenis. Twee groepen van tien apostelen (boven) en 16 vrouwenfiguren (onder) omlijsten de cyclus. De schilderingen op de buitenkanten van de vleugels verbeelden scenes van de heiligen Joris, Johannes, Ursula en Cecilia en vormen belangrijke voorbeelden van laat-middeleeuwse schilderkunst in Noord-Duitsland. Ze zijn gemaakt door de Hamburgse schilder Hinrik Funhof (1482).

Het historische orgel van de Sint-Johanneskerk geniet grote bekendheid. Het orgel werd in 1553 door Hendrik Niehoff en Jasper Johansen gebouwd en in 1652 en 1715 vergroot. Van 1698 tot 1733 speelde op dit orgel de Duitse componist Georg Böhm. Naar diens orgelspel zou de toen nog jonge Johann Sebastian Bach hebben geluisterd. Op 23 mei 2010 werd een Frans- romantische koororgel van de orgelbouwer Kuhn uit Männedorf ingewijd.

Zeer bijzonder is de gotische Marialantaarn uit de 15e eeuw. Onder een verguld baldakijn bevindt zich een Mariabeeld met Kind in een stralenkrans. De bisschop aan de andere zijde van de lantaarn zou Erasmus van Antiochië voorstellen.

In het middelste venster van het koor bevindt zich een raam met de voorstelling van de schutspatroon Johannes de Doper. Het venster was een geschenk van de Duitse keizer in 1906. [2]. De kerk heeft voorts een aantal fraaie epitafen, een grote kroonluchter met 32 lichtdragers (1586), een fraai reliëf van het Jongste Gericht, een doopvont uit 1540 en resten van een koorgestoelte uit circa 1420.

In 1856 en 1909 werden ten behoeve van de financiering van kerkrenovaties een groot deel van de beelden uit de rooms-katholieke tijd verkocht. De gebrandschilderde glazen van de Elisabethkapel werden vervaardigd door Charles Crodel in het jaar 1969. Het interieur van de kerk en het orgel werden in 2007 grootscheeps gerenoveerd.

Afmetingen[bewerken]

  • Lengte: 52,50 meter (kerkschip); 65 meter inclusief toren.
  • Breedte: 44,00 meter
  • Hoogte: hoofdschip 18-22 meter; zijschepen: 15-16 meter; torenhoogte: 108,71 meter

De scheve spits helt ongeveer 1,30 meter naar het zuiden en 2,20 meter naar het westen uit het lood.

Klokken[bewerken]

De Sint-Johanneskerk bezit zowel een in historisch opzicht als qua klank waardevol aantal klokken. De grootste klok is de in 1436 door Ghert Klinghe uit Bremen gegoten Apostelklok.

Nr.
 
Naam
 
Gietjaar
 
Gieter, plaats
 
Doorsnee
(mm)
Gewicht
(kg, ca.)
Nominaal
(HT-1/16)
1 Apostelglocke 1436 Ghert Klinghe, Bremen 1944 5204 h0 –8
2 Sonntagsglocke 1718 Johann Christoph Ziegener, Lüneburg 3000 2500 cis1 –2
3 Probeglocke 1607 Paul Voß, Lüneburg 1350 2000 e1 –1
4 Tintinnabulum 1436 Ghert Klinghe, Bremen 600 d2 –8
5 Tintinnabulum 1519 Hinrik van Kampen, Lübeck 500 e2 –4
I Urenklok 1516 Hinrik van Kampen, Lübeck
II Kwartierklok 1600 Andreas Heineken, Lüneburg

Afbeeldingen[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties