Sint-Nicolaaskerk (Dwingeloo)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Nicolaaskerk
Hervormde kerk
De Sint-Nicolaaskerk van Dwingeloo
De Sint-Nicolaaskerk van Dwingeloo
Plaats Dwingeloo
Gebouwd in 15e eeuw
Restauratie(s) 1923-1925
Gewijd aan Nicolaas van Myra
Monumentale status rijksmonument
Monumentnummer  14228
Architectuur
Bouwmateriaal baksteen
Toren monumentnummer 14229
De 'siepel' van Dwingeloo
De 'siepel' van Dwingeloo
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Sint-Nicolaaskerk gelegen aan de Brink in Dwingeloo dateert uit de 15e eeuw.

Beschrijving[bewerken]

Interieur met het Van Gelderorgel

Het kerkgebouw en het koor bestaat uit traveeën, elk met een spitsboogvenster en geflankeerd door een relatief slanke steunbeer. De kerk is opgetrokken uit baksteen in verschillende kleuren.

De kerktoren is mogelijk de oudste gotische toren in Drenthe en zou misschien gemaakt kunnen zijn door Johan die Werckmeister te Ruinen, aan wie ook de torens van de Stefanuskerk (Beilen), de Jacobuskerk (Rolde) en de Mariakerk (Ruinen) worden toegeschreven zonder dat daarover zekerheid bestaat. De huidige torenspits in de vorm van een ui ('siepel') werd, na het instorten van de vorige spits, in 1631 geplaatst op initiatief van Rutger van den Boetzelaer, bewoner van de havezate Batinge en drost van Drenthe. De kapel bij de kerk behoorde vroeger aan de bewoners van deze in 1832 afgebroken havezate[1] en is nu nog in particuliere handen.

Bij de dorpsbrand van 1923 is een groot deel van het kerkmeubilair in vlammen opgegaan. De portretten van Rutger van den Boetzelaer en zijn derde vrouw Batina van Lohn werden gered en bevinden zich nog steeds in de kerk. In het koor bevindt zich een zerk voor de in 1600 als kind overleden Elisabeth van Echten. Na de brand werd de kerk grondig gerestaureerd onder leiding van de architect Jans Boelens, waarbij het inwendige pleisterwerk werd verwijderd en een nieuw houten tongewelf met bloemmotieven in art decostijl werd aangebracht.

Het kerkorgel van de Leidse orgelbouwer Jan van Gelder dateert uit 1886 en is in 1965 - ter vervanging van het in 1923 verbrande Van Oeckelenorgel uit 1888 - door J. Sloof naar Dwingeloo overgeplaatst vanuit de doopsgezinde Paleiskerk in Den Haag. Het instrument heeft 17 registers, twee manualen en een aangehangen pedaal. Na een ruim tien jaar durende, gefaseerde restauratie door Mense Ruiter is het in 2010 weer in gebruik genomen.

De juffer van Batinghe[bewerken]

Standbeeld van de Juffer van Batinghe door Charles Henri de Vries

Aan de bouw van de Sint-Nicolaaskerk in Dwingeloo is de sage verbonden van de juffer van Batinghe. Deze juffer reed tijdens de bouw van de kerk elke dag voorbij, omdat ze een oogje had laten vallen op de bouwmeester van de kerk. Deze bouwmeester was niet ongevoelig voor haar schoonheid en raakte dermate van de wijs, dat hij zijn werk niet meer naar behoren kon verrichten. Door ingrijpen van de drost van Drenthe en haar vader, de heer van Batinghe, werd de juffer op reis gestuurd, maar niet dan nadat zij haar droombeeld over deze kerk aan haar geliefde had verteld. De bouwmeester wist daarop haar droombeeld te verwezenlijken. Dit zou de reden zijn van de voor Drenthe afwijkende bouwstijl. Na voltooiing van de kerk zouden beiden alsnog getrouwd zijn.[2]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Karstkarel, Peter Alle middeleeuwse kerken: Van Harlingen tot Wilhelmshaven (2007) Leeuwarden/Groningen, Uitgeverij Noordboek, ISBN 978 9033005589
  2. Vrij verteld op basis van de informatie op de plaquette bij het standbeeld van de Juffer van Batinghe [1]