Sint-Ritacollege (Kontich)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Ritacollege
Algemeen
Naam Sint-Ritacollege
Directeur Luc Vercammen
Adres Pierstraat 1
2550 Kontich[1]
Gemeenschap Flag of Flanders.svg Vlaamse
Land Vlag van België België
Geschiedenis
Opgericht 1936[2]
Specifiek
Inrichtende macht VZW Sint-Ritacollege
Scholengroep SGKSO Kontich-Hove[3]
Type Secundair onderwijs
Niveau ASO
Website
Portaal  Portaalicoon   Onderwijs

Het Sint-Ritacollege is een Belgisch Augustijnencollege te Kontich.

Geschiedenis[bewerken]

Van Augustijns juvenaat tot externaat[bewerken]

De school werd opgericht door pater Benignus Biets op 17 september 1936 als Juvenaat van de Paters Augustijnen Daar de gebouwen in Kontich nog niet klaar waren, verbleven de eerste leerlingen tot april 1937 in het Collège Notre Dame du Bon Conseil te Marchienne-au-Pont, dat toen reeds verschillende jaren als juvenaat van de Paters Augustijnen was ingericht. Er werd gestart met 14 leerlingen, die de lessen volgden van de ‘zesde’ Latijnse. De leiding van het college werd toevertrouwd aan pater Aloysius op 't Eynde. Bij het begin van het tweede schooljaar waren er reeds drie klassen: de vijfde en de zesde Latijnse, en het zevende voorbereidende. Het oorspronkelijke gebouwencomplex bestond uit drie vleugels: vooraan het hoofdgebouw met de ontvangst-, woon- en slaapvertrekken, links aan de spoorwegkant de zijvleugel met klassen, keuken en refter, en rechts de kerk. In 1948 werden kerk en klooster achteraan verbonden met een achtervleugel, bestaande uit acht klassen. Het volgende jaar kwam uiterst links naast de spoorwegberm het hoofdgebouw van het internaat tot stand, met een studie-, toneel- en slaapzaal. Toen in 1952 het college van Marchienne opgeheven werd, kwamen de laatste leerlingen van Marchienne naar Kontich. Aanvankelijk bestond het lerarenkorps uitsluitend uit paters. Toen echter rond 1960 meer dan honderd leerlingen waren, kwamen er meer leraren die geen pater waren.

In 1961 werd pater Gustaaf Nagels rector. Hij was de vierde rector van het college na pater Aloysius op 't Eynde, pater Martinus Hendrikx en pater Servaas Gabriëls. In hetzelfde jaar werd het college omgevormd van een apostolische naar een openbare school. Bij het begin van de jaren zestig waren er ook enkele belangrijke bouwactiviteiten: zo werden in 1962 vier klassen voor de voorbereidende afdeling gebouwd (de huidige E-blok). Twee jaar later was de turnzaal (H-blok) af, evenals de speelzaal van de hoogste klassen, het huidige lerarenlokaal. In de jaren zeventig verdrievoudigde het aantal leerlingen: van 121 in 1968 tot 356 in 1976. Van die 356 leerlingen zaten er 284 op het middelbaar en 72 op de lagere school. Het verschijnen van de eerste externe leerlingen was aan deze groei niet vreemd: in 1967 werden de eerste externen toegelaten, en reeds in 1976 werd het internaat opgedoekt. Naast deze omschakeling van internaat naar externaat was de oprichting van een moderne humaniora naast de bestaande Latijn-Griekse verantwoordelijk voor de groei. In september 1969 startte men met een eerste jaar moderne, in 1972 kwam er in de hogere cyclus een economische studierichting en het volgend jaar een wetenschappelijke studierichting. Naast de uitbouw van de moderne humaniora en de omvorming van het internaat naar een externaat, kende het college een geleidelijke democratisering.

In 1970 werd naast de leraarsvergadering en de leerlingenraad ook een oudercomité opgericht. Het groeiend aantal leerlingen bracht met zich mee dat er weer moest bijgebouwd worden: in 1971 de vleugel met de wetenschapslokalen (D-blok), in 1972 de vleugel met zes klaslokalen en een overdekte speelplaats (F-blok). Geleidelijk aan werden de slaapzalen van het internaat omgebouwd tot vaklokalen. Ook het aantal lekenleraren groeide snel en het aantal parascoliare activiteiten nam toe vooral in de jaren zeventig. Heel succesrijk was de jeugdgroep 'Spelewei', die rond 1970 heel wat optredens had in binnen- en buitenland. Het in 1968 als volleybalclub opgerichte RIKO evolueerde snel naar een bloeiende voetbalclub. De reeds lang bestaande toneelgroep kreeg in de jaren zeventig een duidelijke structuur en naam: de jeugdtoneelgroep 'Radeske'. Na 1976 stabiliseerde het aantal leerlingen in de middelbare afdeling zich rond 270, maar de lagere school kwam wegens een gebrek aan leerlingen in de problemen en werd overgenomen door het Sint-Jozefinstituut.

De groei van het college[bewerken]

Einde 1984 overleed pater Gustaaf Nagels, die 23 jaar lang als rector het college geleid had. Met de oprichting van een Raad van Bestuur en de komst van Jan Duden, de eerste directeur die geen pater was, veranderde de school. De nieuwe directeur kreeg als eerste opdracht het voortbestaan van het college te verzekeren, in de eerste plaats door het aantal inschrijvingen te verhogen. Hij consulteerde leerkrachten, ouders en andere schoolparticipanten, bezocht de basisscholen van heel de regio, en trof de eerste maatregelen om de aantrekkelijkheid van het college te bevorderen: de schoolorganisatie werd gemoderniseerd, er werd gewerkt aan kwaliteitsverbetering van het onderwijs, er werd veel zorg besteed aan een infocampagne met als sluitstuk een infoweekend eind maart, de voorbereidende afdeling werd gesloten, en tijdens de zomervakantie werd een aanvang gemaakt met de opfrissing van de gebouwen. De Latijn-Griekse studierichting werd omgevormd tot een studierichting Latijn-wiskunde, en het college kreeg de toelating om in deze Latijnse ook meisjes in te schrijven. In 1985 groeide door de 142 nieuw ingeschreven leerlingen de school van 278 naar 346. Met de komst van 21 meisjesleerlingen werd het Sint-Ritacollege een van de eerste gemengde katholieke scholen in Vlaanderen. Ook werden nu vrouwelijke docenten geworven. Het college bleef groeien: van 420 leerlingen in september 1986 tot 1137 leerlingen tien jaar later in september 1995 en een lerarenaantal van meer dan honderd. De groei maakte een uitbreiding van de infrastructuur noodzakelijk: in 1987 kwamen er drie nieuwe klassen in de hoogbouw van de lagere cyclus (F-blok), een nieuwe luifel en een meisjessanitair naast de feestzaal, in 1989 werd de G-blok opgericht, bestaande uit zes klaslokalen, in 1994 werd er een sporthal gebouwd en het jaar daarop een K-blok met vijftien klassen voor het eerste jaar. De oprichting in 1989 van een afdeling Latijn-wiskunde HC naast de omgevormde Latijn-wetenschappen HC zorgde voor een ruimere keuze. In 1989 werd met de invoering van de eenheidsstructuur begonnen. De derde graad kreeg binnen de eenheidsstructuur de volgende studierichtingen: Latijn-Talen, Latijn-Wetenschappen, Latijn-Wiskunde, Economie-Talen, Economie-Wiskunde, Talen-Wetenschappen, Talen-Wiskunde en Wetenschappen-Wiskunde. De studierichting Grieks-Latijn werd in 1993 heropgericht, en vanaf 1998 kwam er ook een studierichting Grieks-wiskunde in de derde graad. In september 1999 vormde het Sint-Ritacollege samen met het Sint-Jozefinstituut, het Vrij Technisch Instituut en het Regina Pacisinstituut een scholengemeenschap, die in totaal 4000 leerlingen telde. In 2000 werd de eerste graad afgesplitst als autonome eerste graad, maar met behoud van de pedagogische entiteit. Om de steeds maar toenemende schoolpopulatie op te vangen, werd in 2002 het M-blok opgericht en de directie wederom uitgebreid. Op de tweede verdieping van het kloostergebouw werd een open leercentrum ingericht.

Een college zonder Augustijnen[bewerken]

Het jaar 2004 bracht enkele belangrijke veranderingen. Met pater en geschiedenisleraar Maurice Lannoye verliet de laatste kloosterling Kontich zodat de kloostergebouwen door de Augustijnen volledig ter beschikking werden gesteld aan het college. Een nieuwe herstructurering werd doorgevoerd, waarbij het college administratief opgesplitst werd in een kleine eerstegraadsschool met een 120-tal leerlingen en een zesjarige school met meer dan 1200 leerlingen. Met de oprichting van de studierichting humane wetenschappen in 2005 werd het ASO-aanbod van de school zo goed als volledig. In 2006 werden nogmaals enkele belangrijke infrastructuurprojecten gerealiseerd: een tweede sporthal met twee grote refters, en de volledige vernieuwing en aanpassing van het kloostergebouw en van de kloostertuin. Vanaf 2000 was er een inschrijvingsstop voor het eerste jaar: elk jaar werden er maar 300 eerstejaars ingeschreven. Dit zorgde voor kampeertoestanden bij het inschrijvingsmoment en soms wel lange wachtlijsten. Toch bleef het aantal leerlingen stijgen.Van meet af aan werden de deliberatiemethodiek en de leerlingenoriëntering als hoekstenen van het onderwijskundig beleid uitgebouwd. Dankzij een attesterings- en adviseringsbeleid en met een consequent toegepast systeem van waarschuwingen, remediëringstesten en -taken en overgangstesten werden de leerlingen georiënteerd en ondersteund. De school slaagde er in leerlingen die eerder technische capaciteiten hebben op een acceptabele manier en op het juiste moment naar handelstechnische en nijverheidstechnische studierichtingen te laten gaan. Naast aandacht aan het leerproces, besteedde de school ook zorg aan het schoolklimaat en het welbevinden van leerlingen. De socio-emotionele begeleiding werd sterk uitgebouwd en er werden in alle leerjaren projecten rond sociale vaardigheden georganiseerd. Leerlingenactiviteiten die het welbevinden bevorderen werden gestimuleerd. Sinds 1987 wordt er een jaarlijks Schoolrockfestival georganiseerd door de leerlingenraad. Er kwam een evenwichtig aanbod aan excursies, met als hoogtepunten de meerdaagse excursies in het eerste (Ardennen), het vierde (Hoge Venen) en het zesde jaar (Italiëreis). Ook diverse parascolaire activiteiten droegen bij tot het welbevinden en boden de leerlingen verdere ontwikkelingsmogelijkheden: sportclubs (voetbal, badminton, schaken), een toneelvereniging, en de pastorale animatiegroep. In september 2011 was er een schoolbevolking van 1521 leerlingen. Jan Duden, die gedurende 27 jaar de school geleid had, werd opgevolgd door Luc Vercammen, die daarvoor al enkele jaren mee de algemene directie op zich genomen had. Nogmaals werd het directieteam uitgebreid. Elke graad kreeg een graaddirecteur, een leerlingenbegeleider en een prefect. Ook de infrastructuur werd verdeeld over de drie graden, met elk eigen vaklokalen en een eigen speelplaats. Dit kon onder meer gerealiseerd worden door de ingebruikneming van nogmaals nieuwe gebouwen: de L-blok met veertien klassen en een sanitair voor de eerste graad, een grote speelplaats voor deze graad, een sanitair voor de tweede graad en twee wetenschapslokalen.

Bestuurders[bewerken]

Leerlingen en leraren[bewerken]

Bekende leerkrachten/oud-leerkrachten[bewerken]

Bekende leerlingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Kronijk van het Sint-Ritacollege
  • Schoolarchief Sint-Ritacollege

  1. Fiche Sint-Ritacollege; Onderwijs Vlaanderen
  2. Fiche Sint-Ritacollege; Odis, databank intermediaire structuren
  3. Fiche SGSKO Kontich-Hove; VSKO