Situationeel leiderschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De theorie van situationeel leiderschap stelt dat er vier basisstijlen van leiderschap zijn. Deze zijn afhankelijk van de mate van taakgerichtheid en persoonsgerichtheid van een leider. De theorie stelt dat de meest effectieve leiderschapsstijl situatie-afhankelijk is, namelijk van het ontwikkelingsniveau van de groep waaraan leiding wordt gegeven. [1]

In situationele benaderingen wordt het gedrag van de leidinggevende gekoppeld aan het waarneembare gedrag van de individuele medewerker. Per situatie past een leidinggevende zijn stijl van leiding geven aan.

Binnen situationeel leiderschap is situational control een belangrijk begrip. Het verwijst naar de mate waarin leidinggevenden in staat zijn om het gedrag van hun medewerkers te beïnvloeden. Door het gedrag van de medewerkers te observeren, en door het eigen gedrag (op individuele basis) aan te passen, is het voor een leider mogelijk om met vrij grote zekerheid te voorspellen wat het resultaat is van zijn ingrijpen.

Leiderschapsstijlen[bewerken]

Aan de stijl van leiding geven wordt in deze benadering veel waarde gehecht. Situationeel leiding geven gaat uit van vier soorten stijlen van leiding geven. Deze zijn gebaseerd op de mate van sturing en de mate van ondersteuning:

Leiderschapsstijl Methode Hoeveelheid sturing Hoeveelheid ondersteuning
Directieve Instrueren Veel Weinig
Overtuigende / coachende Overtuigen / Coachen Veel Veel
Participerende Overleg / Participeren Weinig Veel
Delegerende Delegeren Weinig Weinig

De benadering stelt dat er geen algemeen geldende beste stijl van leiding geven bestaat. De stijl van leiding geven wordt immers gekoppeld aan het waarneembare gedrag van de individuele medewerker. Dit gedrag legt namelijk het competentieniveau bloot welke is opgebouwd uit drie elementen:

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Eliott Aronson, Timothy Wilson, & Robin Akert (2011). Sociale Psychologie (7de ed.). Amsterdam: Pearson Education Benelux.