Sjakie en de chocoladefabriek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sjakie en de chocoladefabriek
Oorspronkelijke titel Charlie and the Chocolate Factory
Auteur(s) Roald Dahl
Vertaler Harriët Freezer
Illustrator Joseph Schindelman (origineel)
Quentin Blake (sinds 1998)
Land Engeland
Taal Engels
Uitgever Alfred A. Knopf, Inc. (origineel)
Penguin Books (tegenwoordig)
Uitgegeven 1964
Medium Print (Hardback, Paperback)
ISBN-code 0394910117
Vervolg Sjakie en de grote glazen lift
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Sjakie en de chocoladefabriek (Engelse titel Charlie and the Chocolate Factory) is een kinderboek van de Engelse schrijver Roald Dahl, oorspronkelijk uitgebracht in 1964. Het boek wordt vaak gezien als een van de beste kinderboeken van de 20e eeuw.

In 1973 kreeg het verhaal een vervolg getiteld Sjakie en de grote glazen lift.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Sjakie Stevens (Engelse naam Charlie Bucket) is een arm jongetje. Hij woont samen met zijn ouders en zijn vier grootouders in een klein huisje in dezelfde stad als de beroemde chocoladefabriek van Willy Wonka. Willy Wonka staat bekend als de beste producent ter wereld van chocola en ander snoepgoed. Hij heeft dingen uitgevonden die nog niemand had kunnen maken, zoals ijs dat nooit smelt of kauwgom die nooit zijn smaak verliest. Zijn fabriek is echter gehuld in mysteries. Al jaren heeft Wonka zich niet in het openbaar vertoond en in zijn fabriek lijken geen mensen te werken want de deuren zijn altijd gesloten. Sterker nog: alle arbeiders zijn lang geleden ontslagen wegens bedrijfsspionage van concurrenten. Toch produceert de fabriek het heerlijkste snoepgoed.

Op een dag wordt een wedstrijd uitgeschreven. In vijf van de chocoladerepen van Wonka bevindt zich een Gouden Toegangskaart. De vijf kinderen die zo'n kaart vinden, mogen de fabriek bezoeken. Bovendien krijgen de winnaars van de Gouden Toegangskaart ieder levenslang gratis snoepgoed van Willy Wonka. Sjakie wil graag de Gouden Toegangskaart winnen, maar zijn ouders zijn erg arm en kunnen zich geen chocolade permitteren, afgezien van een reep voor Sjakies verjaardag. Hij wordt gauw jarig, maar wint niet. Zijn ene grootvader geeft hem geld om er nog een te kopen, maar hij wint weer niet. Als Sjakie op straat een tientje vindt, besluit hij er nog een te kopen. Hij wint weer niet, maar hij besluit er nog een te kopen en daar zit de laatste Gouden Toegangskaart in. Nu mag hij een bezoek brengen aan de fabriek, samen met vier andere kinderen die al eerder een Gouden Toegangskaart hadden gevonden:

Caspar Slok (Augustus Gloop)
Een jongen die alleen maar aan eten en snoepen denkt en daardoor moddervet is geworden. Dat hij een Gouden Toegangskaart heeft is niet zo gek: omdat hij zo veel repen eet, maakt hij er meer kans op.
Violet Beauderest (Violet Beauregarde)
Een meisje dat voortdurend kauwgom kauwt. Het eerste wat opvalt aan haar zijn haar kaken, die machinaal op en neer gaan. Nooit zul je haar zonder kauwgum aantreffen: dat kan ze niet aan. Ook is ze competitief: zo zag ze de Gouden Toegangskaart als een 'prijs' die ze kon winnen en hield ze een wedstrijd kauwgomkauwen met haar vriendin Cornelia. Hoewel ze nog maar een klein meisje is, is Violet ongelofelijk sterk, snel en behendig. Zo laat ze zien dat ze eigenhandig twee volwassen mannen kan vloeren. Ondanks haar indrukwekkende vaardigheden is Violet arrogant en egocentrisch en is geobsedeerd door het winnen van welke wedstrijd dan ook.
Veruca Peper (Veruca Salt)
Een verwend meisje dat van haar rijke pappie alles krijgt wat ze wil. Haar vader is een fabriekseigenaar die zijn werknemers alleen maar repen liet kopen en openen omdat Veruca zo graag een Gouden Toegangskaart wilde. Als ze die niet kreeg lag ze de hele avond op de grond te huilen. De naam Veruca Salt betekent 'wrattenzout', terwijl het meisje Veruca net als wratten een voortdurende ergernis vormt. Dankbaarheid staat niet in Veruca's woordenboek en ze is erg verwaand.
Joris Teevee (Mike Teavee)
Een jongen die verslaafd is aan televisiekijken, dag en nacht. Slechts voor het bezoek aan de chocoladefabriek komt hij achter zijn televisie vandaan. Hij is agressief en gewelddadig door het vele televisiegeweld waaraan hij is blootgesteld, maar ook een betweter die het voortdurend beter meent te weten dan Wonka. Mike haalt wetenschappelijke argumenten aan terwijl Wonka's werk gebaseerd is op verbeelding. Wonka reageert hier op met de opmerking dat Mike niet zo moet mompelen omdat hij er niets van verstaat.

De fabriek blijkt totaal anders te zijn dan men van een fabriek verwacht. Willy Wonka heeft er zijn eigen idee van een paradijs van gemaakt. Zo heeft hij onder andere een landschap aan laten leggen geheel gemaakt van eetbare producten, met in het midden een chocoladerivier. Ook wordt duidelijk hoe hij zijn fabriek draaiende houdt zonder menselijke arbeiders. Hij heeft een speciaal volkje ontmoet genaamd Oempa Loempa's, zij werken daar in ruil voor cacaobonen en een woonplaats in Willy Wonka’s fabriek.

De vier andere kinderen maken geen van allen de rondleiding af doordat hen een ongeluk overkomt dat een gevolg is van hun eigen (onopgevoede) gedrag:

  • Caspar valt in de vloeibare chocola doordat hij die per se wil opdrinken. Vervolgens wordt hij in een pijp opgezogen naar een van de fabriekshallen. De Oempa-Loempa's weten hem er uiteindelijk uit te halen maar door het omhoog geperst zijn in de nauwe pijp is Caspar een stuk slanker geworden.
  • Violet kauwt experimentele "maaltijdkauwgom" die nog niet volledig is getest. Het nagerecht, "bosbessentaart", laat haar opzwellen en maakt haar paars (violet). Ze wordt afgevoerd om te worden uitgeperst als een rijpe vrucht, maar na afloop blijkt dat ze nog steeds violet is.
  • Veruca valt af in de notenkamer, waar walnoten worden gekraakt door getrainde eekhoorns, voor verwerking in notenrepen. Wonka gebruikt die omdat slechts eekhoorns noten heel uit hun dop krijgen en omdat ze onderscheid kunnen maken tussen goede en bedorven noten. Veruca wil per se een getrainde eekhoorn maar Wonka wil die niet verkopen. Hierop probeert ze er zelf eentje te vangen. Ze wordt tot haar schrik overmeesterd wordt door de eekhoorns en tot 'bedorven noot' bestempeld, waarop ze in een vuilniskoker wordt gegooid. Haar ouders volgen. Ze is zo verwend door haar ouders dat haar karakter 'bedorven' is en het riool dus een heel geschikte plaats is voor haar. Na afloopt ziet Sjakie haar en haar ouders naar buiten komen, bedolven onder afval. Veruca is het enige kind bij wie de ouders ook de gevolgen ('straf') van haar wangedrag ondergaan hoewel men bij alle kinderen de ouders als (mede)schuldigen kan aanwijzen.
  • Joris valt af in de televisiekamer, waar Wonka experimenteert met het overstralen van snoepgoed naar een televisiescherm. Dit snoepgoed wordt dan wel piepklein want dat gebeurt ook met televisiebeelden. Joris wil per se als eerste mens per televisie worden overgestraald en gaat zelf onder het apparaat staan. Het lukt, maar hij wordt daardoor wel piepklein. Zijn moeder stopt hem in haar zak en ze worden afgevoerd naar een trekzaal voor trekdrop, waar Joris uitgerekt wordt. Na afloop blijkt hij maar liefst 2 meter lang te zijn.

Sjakie, die bescheiden is, blijft alleen over. Willy Wonka onthult daarop de ware reden van de rondleiding: hij is op zoek naar een geschikte opvolger omdat hij zelf niet eeuwig door kan gaan met snoepproductie. Sjakie is volgens hem de perfecte kandidaat. Hij en zijn familie mogen in de fabriek wonen en zullen nooit meer honger hoeven te lijden. Sjakie, zijn opa en Willy Wonka vliegen met Wonka’s glazen lift dwars door het dak van Sjakies huis om de ouders en grootouders (met bed en al) op te halen.

Eerdere ideeën[bewerken]

De uiteindelijke versie van het boek is anders qua verhaal dan wat Roald Dahl aanvankelijk in gedachten had, want hij wilde het gewoon leuk houden, zonder er allemaal dingen bij te bedenken. Andere mensen hebben dat voor hem gedaan en daar was hij niet zo blij mee. In een eerdere versie van het manuscript voor "Sjakie en de chocoladefabriek" lag de nadruk nog meer op de fabriek zelf, werden er wekelijks rondleidingen gegeven, had Willy Wonka een zoon genaamd Freddie, en kreeg Sjakie op het eind niet de fabriek maar een eigen chocoladewinkel. Tevens was Sjakie in deze eerste versie een negroïde jongen.[1]

Kritiek[bewerken]

Hoewel het boek al sinds de oorspronkelijke uitgave populair is bij een groot publiek, is het ook al jarenlang onderwerp van kritiek. Zo werden de Oompa-Loompa’s oorspronkelijk omschreven als zwarte pygmeeën, iets wat door critici als racistisch werd gezien.[2] Daarom veranderde Dahl dit in een latere, herziene versie van zijn boek.

Verloren hoofdstuk[bewerken]

In 2005 werd een kort hoofdstuk, dat oorspronkelijk nog voor de eerste druk uit het boek was verwijderd, alsnog toegevoegd aan het verhaal. In dit hoofdstuk komt een extra personage voor bij de rondleiding genaamd Miranda Piker. Wanneer Wonka de groep een nieuw soort snoepgoed laat zien waarmee kinderen kunnen doen alsof ze ziek zijn om zo te spijbelen, wordt Miranda’s vader (die onderwijzer is) razend. Hij en zijn dochter proberen te voorkomen dat het snoepgoed ooit op de markt zal komen. Ze rennen de uitvindkamer waar het snoep gemaakt wordt binnen, waarna er een hoop geschreeuw klinkt. Wat er precies gebeurt met de twee wordt niet duidelijk, maar Willy Wonka geeft een van de Oempa Loempa’s het bevel om Miranda’s moeder naar de boilerkamer te brengen omdat ze daar haar man en dochter terug zal vinden.[3]

Bewerkingen[bewerken]

Het boek is tweemaal verfilmd:

Een hoorspelbewerking van het boek is uitgegeven als luisterboek van ongeveer 3 uur (3 cd's). Stemmen zijn onder anderen van Jan Meng, Fred Butter, Edna Kalb, Karin Meerman, Fred Meijer en Hero Muller.

In 2005 verscheen eveneens een videospel gebaseerd op de tweede verfilming.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. The secret story of Herpes Trout
  2. John Rowe Townsend. Written for Children. Kestrel Books. 1974.
  3. "The secret ordeal of Miranda Piker", Times Online, 2005-07-23, pp. 1-3. Geraadpleegd op 2008-09-27.