Sjakie en de grote glazen lift

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sjakie en de grote glazen lift
Oorspronkelijke titel Charlie and the Great Glass Elevator
Auteur(s) Roald Dahl
Illustrator Joseph Schindelman (1e editie)
Michael Foreman (2e editie)
Quentin Blake (3e editie)
Land Engeland
Taal Engels
Genre Fantasy, kinderboek
Uitgever Alfred A. Knopf
Uitgegeven 1973
Medium Print (Hardback & Paperback)
Pagina's 161
ISBN-code 0-394-82472-5
Voorloper Sjakie en de chocoladefabriek
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Sjakie en de grote glazen lift (Charlie and the Great Glass Elevator) is een kinderboek van schrijver Roald Dahl. Het is het vervolg op Sjakie en de chocoladefabriek, en volgt Sjakie Stevens en snoepmaker Willy Wonka op hun reis door de ruimte in een grote glazen lift.

Het boek werd voor het eerst gepubliceerd in de Verenigde Staten door uitgeverij Alfred A. Knopf in 1972. Twee jaar later kwam de Nederlandse vertaling van Harriët Freezer uit. Het boek is geïllustreerd door Faith Jaques.

Het idee van het verhaal lijkt te zijn ontleend aan Abeltje van de Nederlandse schrijfster Annie M.G. Schmidt. Dahl kwam met zijn boek in 1972, terwijl Abeltje al in 1953 werd uitgegeven.

Korte samenvatting[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het verhaal begint waar het vorige deel ophield. Sjakie en Willy Wonka hebben net Sjakie’s familie opgehaald met de vliegende glazen lift, en willen terugkeren naar de fabriek. Door onenigheid tussen Wonka en Sjakie’s oma Wilhemina schiet de lift echter in een baan om de aarde.

In de ruimte gaat het gezelschap aan boord van het zojuist voltooide Amerikaanse ruimtehotel, dat spoedig zijn deuren zal openen voor gasten. Het hotel blijkt echter te zijn overgenomen door buitenaardse wezens genaamd Drochten, die zich voeden met mensen. De groep kan net op tijd ontsnappen. Wonka blijkt veel over deze drochten te weten. Volgens hem kunnen ze de aarde niet betreden omdat ze dan verbranden in de dampkring. Blijkbaar wachten ze daarom in het ruimtehotel op de gasten. Tevens kunnen ze van vorm veranderen.

Tegelijkertijd nadert ook een shuttle het ruimtestation, met aan boord drie astronauten en het personeel voor het ruimtehotel. Zij zien de glazen lift aan voor een buitenaards schip. Wanneer de drochten de shuttle aanvallen, komen Willy Wonka en Sjakie hen te hulp. Ze slepen de beschadigde shuttle terug naar de aarde, en ontdoen zich van de drochten door deze mee te slepen de dampkring in zodat ze verbranden.

Veilig terug in de fabriek wil Sjakie dat zijn hele familie helpt met het runnen van de fabriek, maar zijn grootouders zijn te oud. Hierop geeft Wonka hen een door hem uitgevonden verjongingsmiddel. De vier nemen echter te veel in. Gevolg: drie van hen veranderen terug in baby’s, en de vierde, Wilhemina, verdwijnt zelfs geheel omdat ze te jong wordt. Volgens Wonka komen mensen die zoiets overkomt terecht in een plaats genaamd Minland. Hij en Sjakie reizen hiernaar toe met de lift, en halen Wilhemina terug door haar weer ouder te maken met een verouderingsdrank. Met deze zelfde drank herstelt Wonka de andere drie naar hun correcte leeftijd.

Op het eind blijkt dat de president van de Verenigde Staten iedereen een medaille wil geven als dank voor het helpen van de shuttle. Omdat het bed waar de vier grootouders in liggen niet door de deur van de helikopter kan, komen ze na 20 jaar eindelijk uit bed.

Bewerkingen[bewerken]

Een hoorspelbewerking van het boek is als luisterboek uitgegeven van ongeveer drie uur (3 CD's). De stemmen zijn onder andere van Johnny Kraaijkamp jr., Bob van der Houven, Edna Kalb, Lucie de Lange, Stan Limburg, Fred Meijer, Hero Muller en Patty Pontier.

In tegenstelling tot haar voorganger, is er nog geen verfilming van het boek gemaakt. Roald Dahl was zo teleurgesteld in de eerste verfilming van Sjakie en de Chocoladefabriek, dat hij weigerde toestemming te geven voor de verfilming van het vervolg. Tim Burton en Johnny Depp, die de tweede verfilming hebben gemaakt, hebben al aangegeven geen interesse te hebben in een verfilming van het tweede boek.