Slag aan de Allia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag aan de Allia
Onderdeel van de Romeins-Gallische oorlogen
Datum 18 juli 390 v.Chr. (traditioneel), 387 v.Chr. (waarschijnlijk)
Locatie Allia rivier, nabij Rome
Resultaat Gallische overwinning
Strijdende partijen
Romeinse Republiek Galliërs
Commandanten
Quintus Sulpicius Brennus
Troepensterkte
40.000 40.000
Romeins-Gallische Oorlogen

Allia · Arretium · Vadimo meer · Faesulae · Telamon · Cremona · Mutina

De Slag aan de Allia was een veldslag tijdens de eerste Gallische invasie van Italië. De slag werd gevochten nabij de rivier de Allia. De nederlaag van het Romeinse leger opende de weg voor de Galliërs om Rome te plunderen. Het werd uitgevochten in 390 v.Chr. of 387 v.Chr.

Achtergrond[bewerken]

Voorafgaand aan de slag drongen de Galliërs de Etruskische provincie Siena binnen en vielen de stad Clusium aan. De Clusiërs, overweldigd door de omvang van de vijand, zowel in aantallen als in gewelddadigheid, riepen de hulp van Rome in, ook al waren zij geen bondgenoten of zelfs vrienden. Rome, verzwakt door recente oorlogen, stuurde een delegatie om de situatie te onderzoeken. Onderhandelingen leidden tot niets, resulterend in de moord op een van de Gallische leiders door Quintus Fabius, een lid van een machtige patricische familie. De Galliërs eisten dat de Fabiërs aan hun overgedragen zouden worden om terecht te staan. Echter, de uitdagende Romeinen weigerden niet alleen, maar, zoals Livius schreef, "zij die eigenlijk gestraft hadden moeten worden werden in plaats daarvan benoemd tot militair tribuun met consulaire macht voor het volgende jaar." De razende Galliërs beloofden oorlog tegen de Romeinen ter wraking van de smaad die hun aangedaan was, resulterend in de Slag aan de Allia en het daaropvolgende beleg van Rome zelf.

Romeinse rampspoed[bewerken]

Sculptuur van Brennus.

Volgens de gebruikelijke (maar incorrecte) Varronische chronologie vond de slag plaats op 18 juli, 390 v.Chr., maar een meer waarschijnlijke datum is 387 v.Chr. Ongeveer 40.000 Romeinen onder Quintus Sulpicius vochten tegen de Senones, een Gallische stam ongeveer gelijk in aantal, onder Brennus. De Romeinen, met zes legioenen, vatten post aan de Allia om de opmars van de Galliërs op Rome te stuiten. Hier werden ze aangevallen door Brennus, die de rechtervleugel met de jongere soldaten op de vlucht joeg, gevolgd door het Romeinse centrum en de linkervleugel, in een terugtocht met enorme verliezen.

De legioenen vluchtten in paniek terug naar Rome. In Rome barricadeerden alle burgers zich op de Capitolijn. De rest van de stad werd geplunderd en bijna alle Romeinse historische archieven werden vernietigd. Mogelijk is Marcus Furius Camillus nog aangekomen met een ontzettingsleger, maar dit kan ook Romeinse propaganda geweest zijn om de vernedering van het verlies te verzachten. De Galliërs waren waarschijnlijk slecht voorbereid op een beleg, en een epidemie brak uit als gevolg van het niet begraven van de doden. Brennus en de Romeinen kwamen overeen om het beleg te beëindigen als de Romeinen duizend pond in goud zouden betalen. Er werd een grote weegschaal geplaatst met op een schaal door de Galliërs geplaatste gewichten. Volgens de overlevering hadden de Romeinen moeite om zo'n hoeveelheid goud bij elkaar te krijgen en twijfelden ook aan de juistheid van de gewichten die de overwinnaars gebruikten. Toen zij hun bezwaren kenbaar maakten aan Brennus, werd deze woedend over zoveel brutaliteit en gooide zijn eigen (behoorlijk zware) zwaard nog bij het gewicht als extra straf. Hierbij sprak Brennus de legendarische, en voor de Romeinen vernederende, woorden: Vae victis! (Wee de overwonnenen!)

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Historische bronnen

Literatuur

  • Herm, G. (1977): The Celts. The People who Came out of the Darkness, pp. 7–13. St. Martin's Press, ISBN 0312127057