Slag bij Arke

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De slag bij Arke werd op 4 april 1303 geleverd in de Franse gemeente Arke (Arques) tussen troepen uit het graafschap Vlaanderen en Franse soldaten onder leiding van Guy de Châtillon.

De situatie na 11 juli 1302[bewerken]

De Guldensporenslag liep faliekant af voor de Franse koning en schudde de kaarten grondig door elkaar. Filips IV van Frankrijk verzamelde haastig een nieuw leger onder een nieuwe commandant, Guy de Châtillon. De Vlamingen onder leiding van Willem van Gulik de Jongere hielden de Franse troepen in het oog toen deze oprukten om het verloren terrein te heroveren. Op 30 augustus 1302 stonden ze oog in oog tussen Atrecht en Dowaai. Beide partijen zochten een oplossing via onderhandelingen.

De Vlamingen vroegen:

De Fransen wezen deze voorstellen af en eisten:

  • erkenning van de Franse koning als enige leenheer
  • uitlevering van iedereen die aan de Brugse Metten had deelgenomen

Jan van Renesse, Vlaams onderhandelaar samen met Jan van Gavere, heer van Schorisse, gekrenkt door de Franse voorwaarden, onderhandelde een paar dagen. Uiteindelijk trokken beide legers zich terug, de Fransen naar Atrecht, de Vlamingen naar Dowaai. Filips IV liet zijn leger terugkeren naar Frankrijk, omdat hij vreesde dat zijn troepen niet opgewassen waren tegen de Vlamingen. Bovendien stond de winter voor de deur.

De slag[bewerken]

In het voorjaar van 1303 trok het Franse leger op naar Sint-Omaars. Willem verbleef met de hoofdmacht bij Dowaai en stuurde een bode naar de Franse bevelhebber om hem aan te manen zijn opmars af te breken. Châtillon antwoordde dat Gulik maar moest handelen overeenkomstig wat hij dacht dat God van hem verwachtte.

De Vlamingen trokken op naar Arke dat zwak werd verdedigd, doodden er zestig voetknechten en staken de stad in brand. De Châtillon haastte zich naar Arke. Van Gulik stelde zijn voetvolk, vooral Ieperlingen, op in een 'kroon', een hoefijzervormige opstelling waarbij de pieken en de goedendags naar de aanvallers wijzen. Urenlang trachtten de Fransen deze formatie te doorbreken, zonder succes. Ten slotte gaven ze de strijd op en trokken ze zich terug achter de muren van Sint-Omaars om aan een eventuele aanval van de Vlamingen te kunnen weerstaan. Die lieten de Fransen ongemoeid.

Ondanks het verlies van 3000 man won Van Gulik de slag bij Arke en belette de Fransen voorlopig het Vlaamse graafschap binnen te dringen. Aan de noordelijke zijde van het graafschap ging de strijd tegen de Fransen, gesteund door Holland nog jaren verder. Dat leidde uiteindelijk tot een Vlaamse nederlaag in de slag bij Zierikzee in 1304

Bronnen, noten en/of referenties