Slag bij Kaap Matapan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Kaap Matapan
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
Kaart van de Slag bij Kaap Matapan
Kaart van de Slag bij Kaap Matapan
Datum 27 maart29 maart 1941
Locatie Middellandse Zee, Kaap Matapan, Griekenland
Resultaat Geallieerde overwinning
Strijdende partijen
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Flag of Australia.svg Australië
Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Koninkrijk Italië
Commandanten
Flag of the United Kingdom.svg Andrew Cunningham Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Angelo Iachino
Troepensterkte
1 vliegdekschip
3 slagschepen
7 licht kruisers
2 licht kruisers
17 destroyers
1 slagschip
6 zware kruisers
2 licht kruisers
17 destroyers
Verliezen
4 licht kruisers licht beschadigd
1 torpedobommenwerper verloren
3 doden
1 slagschip zwaar beschadigd
3 zware kruisers gezonken
2 destroyers gezonken
2300+ doden

De Slag van Kaap Matapan, ook wel Slag van Gaudo genoemd, was een zeeslag die van 27 tot 29 maart 1941 werd uitgevochten tussen de Britse Royal Navy en de Italiaanse Regia Marina. De Britse Middellandse Zeevloot werd geleid door Admiraal Andrew Cunningham. De Italiaanse bevelhebber was Admiraal Angelo Iachino.

Inleiding[bewerken]

Met het oog op de Italiaans-Duitse aanval op Griekenland drongen de Duitsers tijdens de Conferentie van Merano er bij de Italianen erop aan dat ze een meer agressieve rol op zee moesten spelen. Als gevolg daarvan planden de Italianen een operatie om de Britse koopvaardijschepen tussen Egypte en Griekenland aan te vallen. Het grootste probleem zou zijn dat de Regia Marina in wateren zou opereren waar de Britten volledige luchtondersteuning hadden. Verrassing was dan ook de belangrijke factor voor deze operatie.

Zodra de plannen meer vorm begonnen aan te nemen werden de Britten gewaarschuwd door het verhoogde gebruik van radioboodschappen bij de Italiaanse marine. Dankzij Ultra konden de Britten de enigma-berichten van de Regia Marina decoderen. Het was voor de Britten niet moeilijk om vast te stellen dat de koopvaardijschepen naar Griekenland wel eens een doelwit kon zijn. Een uitgezonden verkenningsvliegtuig merkte de Italiaans vloot op die bestond uit één slagschip, zes zware en twee lichte kruisers, geëscorteerd door 17 torpedobootjagers. De Britse Middellandse Zeevloot verliet die avond onopgemerkt de haven.

Ondertussen waren de Italianen, door Duitse beweringen dat de Luftwaffe twee Britse slagschepen tot zinken had gebracht, ervan overtuigd dat de Britten nog één slagschip hadden in plaats van drie. Verder waren ze ook niet op de hoogte dat het vliegdekschip de HMS Eagle beschadigd was door de HMS Formidable.

De zeeslag[bewerken]

Op 27 maart werd een kruisergroep, bestaand uit de kruisers Orion, Ajax, Perth en Gloucester met escorterende torpedobootjagers en onder bevel van viceadmiraal Pridham-Wippell vanuit de Griekse haven Piraeus naar een positie ten zuiden van Kreta gezonden om daar contact te maken met de drie slagschepen en vliegdekschip van Cunningham.

Pas op 28 maart, rond 07.55 uur maakte beide vloten met elkaar contact. De kruisers van Pridham-Wippell ontmoette de Italiaanse Trento-groep. De Italianen bevonden zich achter de Britten en zetten direct de achtervolging in. Om 08.12 opende de Italianen het vuur. Zoals altijd was het Italiaanse vuur niet accuraat door een slechte plaatsing van de kanonnen in hun geschuttorens. Na een uur braken de Italianen de achtervolging af en keerden terug naar de rest van de Italiaanse vloot. De Britse kruisers draaiden zich weer om en begonnen de Italianen te schaduwen. Om 10.55 kwamen de Italiaanse kruisers in contact met hun slagschip Vittorio Veneto. Opnieuw gingen de Italianen tot de aanval over, onwetend dat de Britse slagschepen nog maar 90 mijl verwijderd waren, maar de Britse kruisers keerden zich weer om. Een luchtaanval van de vliegtuigen van HMS Formidable zorgde ervoor dat de Italianen het gevecht moesten afbreken. Omdat de verrassing verdwenen was besloot Iachino om terug te keren.

Luchtaanvallen[bewerken]

Nu de Italianen terugkeerden besefte Cunningham dat hij hen nooit meer kon inhalen. Op de één of andere manier moest hij de Italianen zien te vertragen. Cunningham besloot om zijn luchtmacht in te zetten. Rond 15.00 kregen de Italianen een tweede luchtaanval te verwerken. Het slagschip Vittorio Veneto werd getroffen aan de schroeven en nam ongeveer 4.000 ton water in. Het schip stopte en pas om 16.42 konden de motoren aan stuurboord gestart worden. De Italiaanse vloot was weer onderweg maar de snelheid bedroeg nu maar 19 knopen. De luchtaanval had de Italianen vertraagd en de Britten de kans gegeven om de afstand te verkleinen.

Een derde luchtaanval vond plaats nabij zonsondergang en werd uitgevoerd door twee squadrons van HMS Formidable en één squadron opererend van Kreta. Een torpedo wist de kruiser Pola te treffen en deze kwam stil in het water te liggen. Nog altijd niet bewust dat de Britse slagschepen op zee waren besloot Iachino om de zware kruisers Zara en Fiume erop uit te sturen om de Pola naar Italië terug te slepen. De rest van de Italiaanse schepen gingen verder naar Italië.

Nachtgevecht[bewerken]

Kort na 22.00 kregen de Britten de Italiaanse kruisers op hun radar en konden naderen zonder gedetecteerd te worden. De Italiaanse schepen hadden geen nachtgevecht verwacht en daardoor waren de kanonnen onbemand. De Italianen hadden ook geen radar en konden daardoor de Britten niet detecteren. De drie Britse slagschepen, Barham, Valiant en Warspite onder de legendarische kapitein Herbert Annesley Packer, openden het vuur vanaf 3.500 meter terwijl de escorterende torpedobootjagers de Italiaanse doelen zichtbaar maakten met hun zoeklichten. In enkele minuten tijd waren de Zara en de Fiume enkel nog brandende wrakken.

Twee Italiaanse torpedobootjagers, de Alfieri en de Carducci, werden ook tot zinken gebracht. De Gioberti en de Oriani konden ontkomen maar de laatste liep zware schade op. Enkel de Alfieri slaagde erin om in actie te komen. Ze vuurde enkele torpedo's af maar deze misten hun doelen. De Pola werd uiteindelijk in de ochtend getorpedeerd en tot zinken gebracht door de torpedobootjagers HMS Jervis en HMS Nubian.

Toen de Britten bezig waren met de Italiaans overlevenden uit het water te halen verscheen de Duitse vliegtuigen op het strijdtoneel en vielen de Britse schepen aan. Cunningham besloot om het gebied te verlaten maar zond eerst open over de radio de positie van de overlevenden door naar Rome. De Italianen lieten weten dat het hospitaalschip Gradisca onderweg was naar het gebied.

De Italianen verloren 2.303 man, drie zware kruisers en twee torpedobootjagers in deze slag. De Britten verloren slechts één torpedobommenwerper.