Slag bij Kassel (1328)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Kassel (1328)
Onderdeel van de Opstand van Kust-Vlaanderen
Kassel.jpg
Datum 23 augustus 1328
Locatie Kassel
Resultaat Franse overwinning
Strijdende partijen
Frankrijk Vlaamse opstandelingen
Commandanten
Filips VI van Frankrijk Nicolaas Zannekin †
Troepensterkte
onbekend 15.000
Verliezen
onbekend 3.200

De Slag bij Kassel werd op 23 augustus 1328 vlak bij de nu in Frankrijk liggende stad Kassel geleverd. Het is een van de drie veldslagen die daar werden geleverd. Het wandelpad Sentier d'Oxelaëre, op de noordoostelijke flank van de Kasselberg, loopt langs het slagveld.

Vlaamse troepen (het Kerelsleger) onder leiding van Nicolaas Zannekin, een vrij begoede landbouwer uit Lampernisse in Veurne-Ambacht, werden hier door het leger van koning Filips VI van Frankrijk verpletterend verslagen. Hiermee eindigde de opstand van Kust-Vlaanderen (1323-1328).

Aanloop[bewerken]

In het graafschap Vlaanderen nam het oproer toe. De graaf inde hoge belastingen in opdracht van de Franse koning. Inwoners van de kasselrijen Veurne, Sint-Winoksbergen, Belle, Kassel, Poperinge en Broekburg verenigden zich en weigerden nog verder te betalen. De graaf wilde zijn macht verstevigen en dreigde ermee de burgerij macht en privileges te ontnemen.

Rol van de kerk[bewerken]

De paus hernieuwde op 6 april 1327 het interdict (ontzegging van de toediening van de sacramenten en kerkelijke begrafenis) op vraag van de Franse koning. Hierdoor ontstond er ook onenigheid binnen de Vlaamse clerus over het al of niet toepassen ervan. Geestelijken die voor hun leven vreesden, legden de pauselijke verordening naast zich neer. Jean Laing deken van Sint-Winoksbergen riep de geestelijken van zijn ambtsgebied samen om massale afvalligheid te vermijden en hen op hun plichten te wijzen. Jacob Peyt, een volksleider uit Hondschote, verzamelde zijn volgelingen om Laing gevangen te nemen maar die wist te ontsnappen. Peyt zette de verzamelde geestelijkheid onder druk om het interdict niet op te volgen. Hij wist zich gesteund door de meerderheid van de bevolking die zich niet stoorde aan de pauselijke maatregel. Men zag paus Johannes XXII, die in Avignon was gevestigd, als een machtsinstrument in de handen van de Franse koning. Aan de andere kant waren er tal van geestelijken die zich aan de verordening niets gelegen lieten.

Invloed van het Franse en Engelse koningshuis[bewerken]

Na het aantreden van de Engelse koning Eduard III vreesde graaf Lodewijk I van Nevers tegenover een sterke Vlaams-Engelse coalitie komen te staan en riep de Franse koning Karel IV op om tussenbeide te komen. Hij vertrok vanuit Gent, het laatste Fransgezinde bolwerk in Vlaanderen, om in Parijs zijn zaak te bepleiten.

Op 24 januari 1328 huwde de Engelse koning, veertien jaar oud, met de nog jongere Filippa van Henegouwen, dochter van Willem van Avesnes, graaf van Henegouwen-Holland en bondgenoot van de Franse koning. Willem de Deken, burgemeester van Brugge, en met hem de opstandige Vlamingen, hoopten dat de Henegouwse graaf door het huwelijk van kamp zou wisselen.

De Franse koning stierf onverwacht op 1 februari 1328. De Engelse koning eiste de troon op maar de hoge Franse adel gaf de voorkeur aan Filips, een zoon van Karel van Valois, zoon van Filips III van Frankrijk. Filips besteeg als Filips VI de troon. De paus drong er bij hem op aan korte metten te maken met de Vlaamse opstand. De paus wilde de gevestigde machten niet aangetast zien. De Vlamingen hadden trouwens het interdict dat hij over hen had uitgesproken genegeerd.

Tijdens deze periode van rust voor Vlaanderen hadden heel wat edelen zich opnieuw in hun kastelen geïnstalleerd. Ze werden door de Vlamingen overvallen en gedood. De nieuwbakken Franse koning ging onmiddellijk in op de vraag van Lodewijk, die aanwezig was op diens kroningsplechtigheid, om militair tussenbeide te komen.

Willem de Deken begaf zich in juni 1328 naar Engeland om steun te vragen voor de Vlaamse democratische beweging. Eduard, die leenhulde had gebracht aan de Franse koning voor zijn koloniën in Frankrijk, had zich met de Franse koning verzoend. In eigen land had hij de handen vol met de opstand van de Schotten. Eduards houding ten opzichte van de Fransen bleef dubbelzinnig. Hij bleef zijn rechten op de Franse troon opeisen.

Situatie bij de Vlamingen[bewerken]

Toch stonden de Vlamingen er in 1328 alleen voor. De Vlaamse graaf joeg hen definitief tegen hem in het harnas toen hij bij de bisschop van Parijs een document ondertekende waarin werd bepaald dat iedereen die hem geweld zou aandoen, in de ban van de kerk zou worden geslagen. Hij verklaarde zich ook akkoord om alle bezittingen van de opstandelingen verbeurd te verklaren en dat de helft van de opbrengst in de Franse schatkist terecht zou komen. Toch slaagden de Vlamingen er niet in eensgezindheid binnen hun rangen te bewaren. Ieper voerde oorlog met Poperinge wegens het schenden van het Ieperse monopolie op de lakenproductie; Jan Breydel en zijn medestanders werden in Brugge op 8 augustus 1328 vermoord toen men er achter kwam dat Breydel een medestander van de graaf was.

Het Franse leger[bewerken]

Een van de aanvoerders van het Franse leger was graaf Willem I van Henegouwen-Holland. Hij stond aan het hoofd van Henegouwse, Hollandse, Zeeuwse en Friese ruiters. De Noord-Nederlandse deelname aan de slag tegen de Vlamingen was groot. Daarnaast had de Franse koning boogschutters uit de Provence, Genua en Languedoc in zijn leger, samen met soldaten uit Bohemen, de koning van Navarra, de kroonprins van Oostenrijk, de hertogen van Bourgondië, Bretagne, Lotharingen en Bourbon, de graven van Alençon, Bar en Savoye. De kwaliteit en de kwantiteit van dit leger dat hij in Atrecht had verzameld was superieur aan al de voorgaande. Filips VI wou een herhaling van de Guldensporenslag vermijden. 2500 zwaar bewapende ridders te paard en ongeveer 12.000 man lichte infanterie en kruisboogschutters vormden de opstelling. De kosten om dit leger bijeen te krijgen waren fenomenaal; ze zouden uiteindelijk met Vlaams geld worden betaald.

Graaf Lodewijk was niet aanwezig: hij was naar Vlaanderen terugekeerd, vermoedelijk om meer troepen te ronselen in en rond Oudenaarde en Gent.

De veldslag[bewerken]

De veldslag tussen de Vlamingen en de Fransen bij Kassel

Filips had duidelijk de bedoeling de Vlaamse krachten te versnipperen. Hij liet een troepenmacht langs de Leie oprukken. De Vlamingen waren ook verplicht Rijsel en Doornik te bewaken tegen mogelijke uitvallen van koninklijke of grafelijke troepen. Brugge moest het gros van zijn milities inzetten om de Gentenaren onder controle te houden.

De Franse legermacht was intussen aan de abdij van Waasten opgesteld. Zannekin, met 15.000 strijders aanwezig op de hogergelegen Kasselberg, kon de bewegingen van de Fransen, een kleine 4 km van hem verwijderd, perfect volgen.

Gedurende drie dagen gebeurde er zo goed als niets. De Fransen probeerden de Vlaamse troepen uit te putten en hun gunstige positie weg te lokken. Op 23 augustus stak een Franse legermacht onder Robrecht van Kassel verscheidene dorpen in de buurt in brand om de Vlamingen tot reactie te verplichten maar de manoeuvre mislukte.

Die dag was het snikheet. De Franse ridders hadden hun harnassen afgelegd en verpoosden. Zannekin die het plan had afgewezen om het Franse kamp de nacht ervoor aan te vallen besloot nu zijn kans te wagen en liet zijn troepen de Kasselberg afdalen. Hij deelde zijn strijdmacht op in drie divisies. Zelf nam hij het bevel over de eerste die het Franse centrum aanviel. De tweede divisie kreeg de opdracht de linkervleugel - Henegouwers, Hollanders en Friezen - aan te vallen. De derde divisie plaatste hij in reserve.

De tweede divisie boekte niet veel succes. De Fransen waren toch paraat en vingen de Vlamingen op. Robrecht van Kassel, die intussen terug was van zijn strooptocht, viel hij de eerste divisie in de rug aan. Met de aanval van Zannekin verliep het stukken beter. Hij verraste het Franse voetvolk dat in paniek richting Sint-Omaars vluchtte. De hertogen van Bourgondië en Bretagne, de graven van Bar, Boulogne en Savoye ontkwamen ternauwernood aan de dood en werden zwaargewond afgevoerd. Toen de Franse ridders zich van de verrassing herstelden nam de strijd een andere wending. Het Vlaamse leger werd uiteengeslagen en 3200 Vlamingen vonden de dood. Zannekin werd gevangengenomen.

Bronnen, noten en/of referenties
  • "Een andere Leeuw van Vlaanderen" (Juliaan van Belle, 1985)
  • "In de sporen van 1302 Kortrijk Rijsel Dowaai" (Leo Camerlynck en Edward De Maesschalck, 2002)