Slag bij Mantinea (418 v.Chr.)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Slag bij Mantinea was een veldslag in de Peloponnesische Oorlog in 418 v.Chr. tussen Sparta en Athene.

In 420 v.Chr. sloten Athene, Argos, Mantinea en Elis een verbond tegen Sparta. De Spartaanse koning Agis II verzamelde een leger bij Philus en marcheerde in de winter van 419 v.Chr. naar Argos. In 418 v.Chr. bezetten de Argiven Orchomenus en een Atheens leger onder Laches belegerde Tegea. Sparta, vroeg om hulp aan de bondgenoten Korinthië, Boeotië, Phocis en Locris, maar ze konden in de omgeving van Argos en Orchomenus geen leger sturen. Dit gebied Arcadië was bezet door het Atheense leger.

Ondertussen viel de Atheense bondgenoot Elis de stad Lepreum aan, Agis trok plunderend met een Spartaans leger van 9.000 hoplieten door Arcadië. In september 418 v.Chr. ontmoette beide legers elkaar op de vlakte van Mantinea, Sparta en Arcadië vormde met 6.000 soldaten de linkerflank en Tegae met 3.000 soldaten en cavalerie de rechterflank. Athene en Argos stelde 4.000 hoplieten op aan de linkerflank en Mantinea met 2.000 soldaten en Atheense bondgenoten uit Arcadië 2.000 soldaten met cavalerie voegde zich op de rechterflank.

Toen de veldslag begon braken de hoplieten van Mantinea en Tegae op beide rechterflanken door. Agis II probeerde de verzwakte flank met de Arcadische bondgenoten onder Aristocles te versterken, het Atheense leger werd door de Spartanen op de vlucht geslagen. Daarna werden de hoplieten van Argos en Acardië omsingeld. Er ontstond paniek en chaos, het Spartaanse leger richtte een bloedbad aan bij de Argiven.

Het Atheense leger verloor 1.100 soldaten (Argos en Acardië 700 man, Athene 200 man en Mantinea 200 man). Spartanen verloren 300 soldaten. De Spartaanse generaals Laches en Nicostratus sneuvelden tijdens de gevechten.

Sparta zond een afgezant naar Argos, de Argiven en de Atheners accepteerden een wapenstilstand en Orchomenus werd afgestaan. Koning Agis II, liet de stadsmuren van Mantinea afbreken en de bevolking moest weer in dorpen leven. Het Atheense leger had haar status van "onoverwinnelijkheid" verloren.