Slag bij Manzikert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Manzikert
Onderdeel van de Byzantijns-Seltsjoeken oorlogen
131 Bataille de Malazgirt.jpg
Datum augustus 1071
Locatie Manzikert, Armenië (het huidige Malazgirt, Turkije)
Resultaat Beslissende Seltsjoekse overwinning
Strijdende partijen
Flag of Palaeologus Emperor.svg Byzantijnse Rijk Seltsjoeken
Commandanten
Romanus IV,
Nikephoros Bryennios,
Theodore Alyates,
Andronikos Doukas
Alp Arslan
Troepensterkte
~ 40 000 - 70 000 ~ 20 000 - 30 000
Verliezen
~ 2000 - 8000 Onbekend

De Slag bij Manzikert vond plaats op vrijdag 26 augustus 1071 in het uiterste oosten van het Byzantijnse Keizerrijk, nabij Manzikert (het hudige Malazgirt), ten noorden van het Vanmeer. Een Byzantijns leger onder aanvoering van keizer Romanus IV Diogenes confronteerde een Seltsjoeks leger onder aanvoering van Alp Arslan. De strijd eindigde in een nederlaag voor de Byzantijnen en de gevangenneming van de keizer. In de jaren na de slag veroverden de Seltsjoeken het grootste deel van Anatolië. Deze slag markeerde het begin van het einde voor het Byzantijnse Rijk als een militair levensvatbare staat. Zij was ook de directe aanleiding voor de aanvang van de kruistochten.

Wat voorafging[bewerken]

Volgens Steven Runciman was het Byzantijnse leger, ondanks hervormingen door Romanus IV, niet langer de magnifieke strijdmacht van 50 jaar eerder. De cavalerie-eenheden, vroeger 60.000 man sterk en verantwoordelijk voor de bewaking van de Syrische grens, waren ontbonden. Het grootste deel van het leger bestond nu uit huurlingen, Slaven uit de Balkan en Turken van de Russische steppen. Het elitekorps, de Varangiaanse garde, werd gevormd door Noren, Normandiërs en Frankische cavalerie. Van de 100.000 man bestond meer dan de helft uit Turkse huurlingen.

Om een halt toe te roepen aan Seltjoekse invallen in Anatolië, verzamelde Romanus een groot leger om de veiligheid van de oostelijke grens van het Byzantijnse Rijk te herstellen. Toen Romanus met dit leger naar het oosten trok, verraste dit Alp Arslan. Hij deed een oproep aan de gehele moslimwereld voor een heilige oorlog tegen de christenen. Zijn leger bestond uit Arabieren, stammen uit Iran, Irak, Syrië en natuurlijk Seltsjoeken. Schattingen over de omvang van dit leger variëren sterk.

Romanus stuurde een belangrijk deel van het leger, Turkse huurlingen onder het bevel van Joseph Tarchaniotes, een Georgisch officier, naar het meer van Van. Bronnen[bron?] spreken elkaar tegen over het lot van dit leger. Volgens latere Turkse geschiedschrijvers werd dit leger in een grote veldslag verslagen. Andere bronnen[bron?] menen dat dit leger, zich hun eigen Turkse afkomst en hun achterstand in soldijbetaling herinnerend, overliep naar Arslan en tijdens de slag aan de zijde van Arslan streed. Sommigen[bron?] menen dat Tarchaniotes omgekocht werd door de met de keizer rivaliserende familie Doukas.

Romanus hield hierdoor minder dan de helft van zijn leger over. De feitelijke veldslag vond waarschijnlijk ongeveer drie kilometer van de stad Manzikert plaats, op een vlakte begrensd door begroeide heuvels.

De dag voor de slag bood Alp Arslan een verdrag aan, waarbij Armenië tussen beiden verdeeld werd. Alp Arslan zou hierdoor de handen vrij krijgen om naar de Fatamiden in Egypte te trekken. Romanus wees het aanbod af.

De slag[bewerken]

De bronnen verschillen over de omvang van de legers.

Arp Arslan bereidde een aantal hinderlagen in de heuvels voor. Boogschutters vormden het centrum op de vlakte. Het Byzantijnse leger werd op klassieke wijze opgesteld: infanterie in verschillende linies in het centrum, en cavalerie op de vleugels. De achterhoede stond onder bevel van Andronicus Doukas, neef van de keizer en aanvoerder van de rivaliserende familie. Romanus zelf commandeerde de voorhoede.

Tijdens de slag trokken de Turkse boogschutters voor het Byzantijnse centrum terug in een halvemaanvormige formatie, de Byzantijnse troepen voortdurend beschietend. Het Byzantijnse leger handhaafde lange tijd gedisciplineerd zijn formatie. In de middag verloor de cavalerie onder deze beschieting de zelfcontrole, chargeerde en liep in de valstrikken tussen de heuvels.

Romanus gaf opdracht tot een terugtocht. Arp Arslan zag dat en beval een algemene aanval waarbij zijn troepen gebruik wisten te maken van gaten die in de Byzantijnse linie ontstaan waren. Romanus gaf bevel weer op te rukken, een bevel dat niet opgevolgd werd door Doukas. Deze gaf opdracht verder terug te trekken naar het basiskamp, mogelijk aannemend dat de keizer gesneuveld was.

De voorhoede werd van de achterhoede gescheiden. Een van de vleugels werd van de voorhoede gescheiden en vernietigd. Romanus werd gevangengenomen. Ook de Byzantijnse achterhoede werd uiteengeslagen en vernietigd.

Alp Arslan nodigde de verslagen en gevangen Romanus uit aan zijn tafel. Na de slag kwamen belangrijke steden als Edessa en Antiochië aan de Seltsjoeken.

Mehmet Alp Arslan nam twee dochters van Romanus als bruid voor twee van zijn zonen. Romanus werd daarna verraden en afgezet als keizer van het Byzantijnse Rijk en uit het rijk verbannen.

Gevolgen[bewerken]

Deze slag was het begin van het verval van het Byzantijnse Rijk. Door de overgave van Antiochië, Edessa en Manzikert verloor het Byzantijnse Rijk zijn handel en invloed op het Midden-Oosten.

Binnen enkele jaren ging Klein-Azië, de belangrijkste bron van manschappen en inkomsten voor Byzantium, verloren en schreef de Byzantijnse keizer aan Paus Urbanus II met een verzoek om hulp. Dit leidde vanaf 1096 tot de kruistochten.