Slag bij Poitiers (732)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Poitiers
Onderdeel van de islamitische veroveringen
Historisch schilderij van de slag bij Poitiers, door Carl von Steuben, tussen 1834 en 1837
Historisch schilderij van de slag bij Poitiers, door Carl von Steuben, tussen 1834 en 1837
Datum 18 of 25 oktober 732 of 733
Locatie Tussen Poitiers en Tours, Frankrijk
Resultaat Beslissende Frankische overwinning
Strijdende partijen
Karolingen Omajjaden
Commandanten
Karel Martel Abdul Rahman
Troepensterkte
Tussen 20.000 tot 30.000[1] Volgens de eerste moslimbronnen 80.000, moderne historici schatten tussen 20.000 tot 30.000[2]
Verliezen
Niet bekend, 1500 volgens oude christelijke bronnen. Niet bekend, mogelijk 10.000, onder wie Abdul Rahman[3]

Tijdens de slag bij Poitiers in oktober 732 of 733 versloeg de Frankische hofmeier Karel Martel een islamitisch leger onder emir Abdul Rahman. De uitkomst van deze veldslag bracht de noordwaartse expansie van de islam uit Spanje tot staan en wordt traditioneel geassocieerd met het begin van de reconquista. De 19e eeuwse Britse historicus Edward Creasy rekende de Slag bij Poitiers onder zijn vijftien meest beslissende veldslagen in de wereld.[4]

Wat vooraf ging[bewerken]

Minder dan honderd jaar na het ontstaan van de islam op het Arabisch Schiereiland en het overlijden van de profeet Mohammed en de eerste vier kaliefen, bedreigden de moslims in Spanje reeds verschillende jaren de Franse gebieden. Odo van Aquitanië had hen in 721 verslagen in de slag bij Toulouse, maar in 725 keerden zij terug. Vervolgens maakte Odo handig gebruik van de verdeeldheid onder de moslims, en sloot een verbond met de rebellenleider Munuza. Onderdeel van het verbond was dat Odo zijn dochter aan Munuza uithuwelijkte. Deze alliantie wekte de woede van de emir Abdul Rahman. Die trok met een leger op, versloeg eerst Munuza om vervolgens zijn pijlen op hertog Odo te richten.

Deze werd bij de Garonne verslagen, waarna Abdul Rahman naar Bordeaux optrok en de stad plunderde. Inmiddels had Odo noodgedwongen de hulp van Karel ingeroepen die zijn legers tussen Poitiers en Tours plaatste om zo een verdere opmars tegen te kunnen houden.[5]

Locatie[bewerken]

Vanwege het gebrek aan contemporaine bronnen, zijn maar weinig details over de slag bekend. De bronnen die er zijn, spreken zich ook nog tegen. Hierdoor is bijvoorbeeld de exacte locatie van de slag onbekend. De meeste historici nemen aan dat de Moorse troepen het leger van Karel Martel ontmoetten bij de samenvoeging van de Clain en de Vienne ergens tussen Tours en Poitiers. In de Angelsaksische literatuur wordt deze slag meestal de slag bij Tours genoemd.

De veldslag[bewerken]

Hofmeier Karel trok zijn leger samen op een plaats waar hij verwachtte dat het moslimleger langs zou trekken. Hij koos een defensieve positie, en zijn dicht opeengepakte infanterie bewapend met zwaarden, schilden en speren vormde waarschijnlijk een soort falanx. Volgens de Mozarabische kroniek stelden zij zich op in een groot vierkant.[6]

Gedurende zes dagen waren er slechts kleine schermutselingen. Geen van beide partijen wilde aanvallen. De Franken waren goed gekleed op de kou, en hadden het voordeel van bekendheid met het terrein. De Arabieren waren slechter op de kou gekleed, maar wilden het in hun ogen numeriek sterkere leger van de Franken niet aanvallen. Pas op de zevende dag begon de echte veldslag.[6]

Abdul Rahman vertrouwde op het numerieke overwicht van zijn cavalerie en liet deze meermalen charges uitvoeren. Het vertrouwen van de moslims op hun numerieke overwicht en hun met lange zwaarden en lansen gewapende cavalerie, die hun in vorige veldslagen altijd de overwinning had gebracht, was ditmaal misplaatst.

In een van de zeldzame gevallen waarin middeleeuwse infanterie stand hield tegen cavaleriecharges weerstonden de gedisciplineerde Frankische soldaten de felle charges, hierbij geholpen door het terrein, hoewel volgens Arabische bronnen de cavalerie doordrong in het Frankische carré.

Toch kwam voor hen de Saraceense cavalerie over als onkwetsbaar: de Saraceense soldaten droegen een pantser en ook hun paarden droegen dit. De aanzienlijke aantallen berbercavalerie in het Arabische leger waren waarschijnlijk niet of slechts licht bepantserd.

Volgens Frankische bronnen duurde de strijd een dag. Volgens een van de Arabische bronnen twee dagen. Toen zich in de Arabische gelederen het gerucht verspreidde dat de Franken de uit Bordeaux geroofde buit bedreigden, keerden velen terug naar het kamp. Abdul Rahman probeerde deze terugtocht, die op een vlucht ging lijken, te stoppen. Hierbij werd hij gevangengenomen en gedood, waarop de moslims zich terugtrokken naar hun kamp.

De volgende morgen, toen de vijand niet kwam opdagen voor hervatting van de strijd, vreesden de Franken een hinderlaag. Pas na uitgebreide verkenning van het verlaten Saraceense kamp door enkele soldaten bleek dat het moslimleger zich gedurende de nacht teruggetrokken had.

Gevolg[bewerken]

De overwinning van Karel Martel in 733 maakte niet direct een einde aan de Arabische plundertochten in Frankisch gebied. Ook in de daaropvolgende jaren waren er nog tal van plunderingen en schermutselingen, en pas tussen 751 en 759 konden de Franken Narbonne op de moslims heroveren.

De Slag bij Poitiers markeerde het begin van de Karolingische macht in het zuiden van Gallië, waar voorheen Aquitanië en Visigotisch Septimania zelfstandige regio’s waren. De plundertochten van de moslims gaven hofmeier Karel een excuus om zijn machtsaanspraak in het zuiden te legitimeren.

De slag bij Poitiers werd traditioneel beschouwd als een keerpunt in de opmars van de islam in Europa, al is onder historici discussie ontstaan over het belang van deze slag.[7]

Een ander 'gevolg' van de slag bij Poitiers was de literaire weerklank van de schermutselingen die tussen christenen en moslims in de Pyreneeën plaatsvonden na de slag. Vaak ging dit om verzinsels; zo zou de pas van Roncevaux die in werkelijkheid uitgevochten werd tussen christelijke Basken en de achterhoede van een leger van Karel de Grote, volgens het Roelantslied uitgevochten zijn tussen moslims en christenen.

Ondergang Omajjadenrijk[bewerken]

Volgens christelijke propagandisten uit de 9e eeuw luidde de nederlaag de ondergang van het Omajjadenrijk in. Feitelijk zou het nog tot de tiende eeuw duren voordat het rijk van de Omajjaden volledig verdwenen was.

In Al Andalus zette het rijk van de Omajjaden zich namelijk voort totdat een nazaat van de dynastie in 939 het kalifaat van Cordoba stichtte. Dus juist het deel van het rijk waar de slag bij Tours uitgevochten was, bleef bestaan.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. T.L. Gore, Neglected Heroes: Leadership and War in the Early Medieval Period, Londen, 1995, p. 33 (a, b), V.D. Hanson, Carnage and Culture: Landmark Battles in the Rise of Western Power, New York, 2001, p. 141.
  2. T.L. Gore, Neglected Heroes: Leadership and War in the Early Medieval Period, Londen, 1995, p. 31 (a, b), V.D. Hanson, Carnage and Culture: Landmark Battles in the Rise of Western Power, New York, 2001, p. 141.
  3. V.D. Hanson, Carnage and Culture: Landmark Battles in the Rise of Western Power, New York, 2001, p. 141.
  4. E. Creasy, The Fifteen Decisive Battles of The World. From Marathon to Waterloo, I, Londen, 1851, pp. 286-304.
  5. A. Lavèn, De Slag bij Poitiers, in Historisch Nieuwsblad 8 (2009).
  6. a b Isidorus Pacensis, Continuatio Isidoriana Hispana (Mozarabische kroniek) (= W. Stearns Davis (ed.), Readings in Ancient History: Illustrative Extracts from the Sources, II, Boston, 1913, p. 363.).
  7. Zie o.a.: A. Lavèn, De Slag bij Poitiers, in Historisch Nieuwsblad 8 (2009).

Bronnen[bewerken]

Referenties[bewerken]

  • E. Creasy, The Fifteen Decisive Battles of The World. From Marathon to Waterloo, I, Londen, 1851, pp. 286-304.
  • R. Crozet, Poitiers, Parijs, 1950 (= 1967).
  • T.L. Gore, Neglected Heroes: Leadership and War in the Early Medieval Period, Londen, 1995. ISBN 9780275952693
  • V.D. Hanson, Carnage and Culture: Landmark Battles in the Rise of Western Power, New York, 2001. ISBN 0571216404
  • A. Lavèn, De Slag bij Poitiers, in Historisch Nieuwsblad 8 (2009).