Slag bij Ramillies

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Ramillies
Onderdeel van de de Spaanse Successieoorlog
Datum 23 mei 1706
Locatie Ramillies, België
Resultaat Beslissende Geallieerde overwinning
Strijdende partijen
Engeland
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

Denemarken
Heilige Roomse Rijk

Frankrijk

Keurvorstendom Beieren

Commandanten
Hertog van Marlborough

Hendrik van Nassau-Ouwerkerk

Camille d'Hostun

Maximiliaan II Emanuel
Hertog van Villeroi]]

Troepensterkte
62.000 60.000
Verliezen
1.066 doden
2.597 gewonden
8.000 doden, 7000 gewonden, 15.000 gevangen genomen

De slag bij Ramillies vond plaats op 23 mei 1706 bij het Waals-Brabantse plaatsje Ramillies en was een van de veldslagen van de Spaanse Successieoorlog.

[bewerk] Voorgeschiedenis

Na jarenlange oorlogen om de macht in Europa wordt in 1697 de vrede van Rijswijk gesloten: Lodewijk XIV wordt gedwongen om zijn Europese aspiraties te temperen, de alliantie van Engeland en de Nederlanden (gezamenlijk onder de koning-stadhouder Willem III) en bondgenoten vanuit de Duitse vorstenstaten is te sterk.

Er ontstaat een wankel machtsevenwicht tussen vooral Engeland en Frankrijk, een evenwicht dat ook een protestants/katholiek evenwicht is.

Dat evenwicht kan worden verstoord door het overlijden van de ziekelijke en kinderloze (en katholieke) Spaanse vorst Karel II, die niet alleen Spanje regeert, maar ook de Spaanse Nederlanden (België), Napels, Sicilië en Milaan. Bovendien heeft Spanje grote koloniën.

Willem III en Lodewijk XIV maken – buiten de Spaanse vorst om – tot twee maal toe afspraken om Spanje na de dood van Karel II te verdelen. Uitgangspunt van Willem is dat de Spaanse Nederlanden in geen geval onder Franse invloed mogen komen; Lodewijk heeft vooral zijn zinnen gezet op de Italiaanse bezittingen.

Men rekent echter buiten de waard: zonder dat Willem III het weet maakt Karel II een testament waarin hij Spanje en al haar bezittingen na zijn overlijden overdraagt aan Filips van Anjou, de tweede zoon van de Franse Kroonprins en dus katholiek. Lodewijk XIV vindt dit prachtig en als Karel II in 1700 overlijdt wordt Filips plechtig door Lodewijk XIV onthaald als de nieuwe koning van Spanje. Om dit kracht bij te zetten bezetten Franse troepen in de Spaanse Nederlanden enkele vestingsteden in de Spaanse Nederlanden (o.a. Luik). Hij verwacht dat Engeland en de Nederlanden niet echt zullen reageren, deze landen zijn in zijn beleving oorlogsmoe.

Koning/Stadhouder Willem III voelt zich bedrogen en zoekt steun bij de Nederlandse regenten en de keurvorst van Brandenburg. Ook de Oostenrijkse Keizer sluit zich hierbij aan.

Als even later bekend wordt dat Lodewijk XIV de zoon van de afgezette katholieke Engelse Koning Jacobus II als pretendent van de Engelse Kroon erkent, is ook Engeland zelf over de streep. Willem III zal het niet meer meemaken, in 1702 valt hij van zijn paard en overlijdt een paar weken later. Hij wordt opgevolgd door koningin Anna, het geallieerde leger zal worden aangevoerd door de hertog van Marlborough.

Maar geheel in zijn geest is er opnieuw een sterke alliantie ontstaan van overwegend protestantse landen (Engeland, de Nederlanden, Duitse vorstendommen) tegen de machtshonger van Lodewijk XIV. Engelse troepen steken over naar het Europese vasteland en samen met Nederlandse en Duitse troepen beginnen de gevechten: In de Spaanse Nederlanden en Italië. Luik wordt veroverd maar het lijkt een langdurige oorlog te worden, vooral de Nederlandse regenten willen een defensieve (dus minder kostbare) oorlog.

In 1704 bereiden zowel de geallieerden als Frankrijk (dat een bondgenootschap heeft met de keurvorst van Beieren) zich voor op een beslissende slag. In 1704 lijkt die te gaan plaats vinden in Blenheim (tegenwoordig Blindheim), een klein Beiers stadje aan de Donau. Frankrijk hoopt de Oostenrijkse keizer te kunnen verslaan en daarmee de geallieerde alliantie te kunnen breken. Marlborough behaalt een enorme overwinning en de Franse maarschalk Tallard wordt gevangen genomen. Het gaat goed, vooral voor Engeland, een paar maanden later wordt ook Gibraltar veroverd, een verovering met verstrekkende gevolgen.

In 1705 overlijdt de Oostenrijkse keizer en Frankrijk put nieuwe moed, de nieuwe maarschalk Villeroy krijgt opdracht de geallieerden aan te vallen waar hij maar kan. Hoewel de Fransen in Italië aan de winnende hand zijn wordt toch besloten om zich te richten op de Spaanse Nederlanden om enkele verloren vestingsteden te heroveren.

Waar Marlborough streeft naar een verdere opmars naar Italië richt Villeroy zich dus nu op de Spaanse Nederlanden. Marlborough moet onder grote druk van de Nederlanden zijn plannen aanpassen: Als hij zich richt op de verdediging tegen de Fransen in de Spaanse Nederlanden zullen zij hem beter gehoorzamen, meer geld beschikbaar stellen en 10.000 extra manschappen beschikbaar stellen.

[bewerk] De Slag

Op 23 mei 1706 treffen de troepen elkaar bij Ramillies. Ramillies maakt onderdeel uit van de oude Brabantse verdedigingslinie.

Marlborough heeft ongeveer 62.000 man tot zijn beschikking (deels Nederlands en deels Brandenburgers), 100 kanonnen en 20 houwitsers. In zijn staf heeft o.a. de Nederlandse maarschalk Hendrik van Nassau-Ouwerkerk zitting.

Het Franse leger o.l.v. Villeroy is iets groter, ongeveer 63.000 (deels Beiers)

De eerste kanonschoten vallen om 13.00 uur, om 14.30 vallen de geallieerden vanuit het oosten aan. Over en weer zijn de troepen in balans opgesteld: Infanterie en cavalerie zijn aan beide zijden evenwichtig over het front verdeeld.

Aan geallieerde zijde o.l.v. Orkney in het noorden en maarschalk Ouwerkerk in het zuiden. De Engelsen o.l.v. Orkney rukken op en Villeroy besluit zijn linkerfront daar te versterken. Dan besluit Marlborough om zijn noordelijke cavalerie naar het zuiden te verplaatsen en dus Ouwerkerk te versterken die er in slaagt om aldus versterkt de Franse linie te doorbreken. Als de slag om ongeveer 19.00 uur eindigt hebben de Fransen Ramillies moeten opgeven en moet Villeroy met nog ongeveer 15.000 man terugtrekken. Hij heeft ruim 6500 doden, 5300 gewonden en 5200 gevangenen moeten achterlaten, ongeveer 30.000 Fransen zijn gevlucht.

[bewerk] Epiloog

Na de slag kiezen vrijwel alle steden in de Spaanse Nederlanden de geallieerde kant. Toch geeft Lodewijk XIV niet op: Villeroy wordt ontslagen en hij geeft zijn troepen in Italië de opdracht naar het Noordelijke front te gaan en in 1708 vindt een nieuwe veldslag plaats in Oudenaarde. Ook deze wordt door Marlborough gewonnen. Toch duurt het nog tot 1713 voordat er een nieuwe vrede wordt gesloten, de Vrede van Utrecht.

 
Persoonlijke instellingen