Slag bij Stadtlohn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Stadtlohn
Onderdeel van Dertigjarige Oorlog
De slag bij Stadlohn.
De slag bij Stadlohn.
Datum 6 augustus 1623
Locatie Stadtlohn, Noordrijn-Westfalen
Resultaat Katholieke overwinning
Strijdende partijen
Katholieke Liga protestantse Heer
Commandanten
Catholic League (Germany).svg
Johan 't Serclaes van Tilly
Christiaan van Brunswijk-Wolfenbüttel
Gesteund door:
Prinsenvlag.svg Nederlanden
Troepensterkte
+-25.000 +15.000
Verliezen
onbekend +350
Christiaan van Brunswijk

De Slag bij Stadtlohn was een veldslag bij Stadtlohn in Duitsland tijdens de Dertigjarige Oorlog op 6 augustus 1623. De slag vond plaats tussen de troepen van de protestantse veldheer Christiaan van Brunswijk-Wolfenbüttel en die van de Katholieke Liga onder graaf Tilly. De slag eindigde met een zware nederlaag voor Christiaan van Brunswijk.

Aanloop[bewerken]

Een poging van Christiaan van Brunswijk en Peter Ernst I van Mansfeld in de zomer van 1622, om vanuit de Neder-Saksische Kreits een nieuw initiatief tegen de Habsburgse keizer te ondernemen, mislukt. Daarop traden deze veldheren met hun 15.000 man sterke leger in dienst van de Nederlanden, waar ook hun dienstheer Frederik V van de Palts en bovenal zijn echtgenote Elizabeth Stuart zich bevonden. Hun leger had geen goede naam, zij leefden voordien meer van plunderingen dan van soldij. Zij ontvingen vanaf dat moment 600.000 gulden van de Staten per drie maanden en waren in 1622 te Fleurus door middel van een list ontsnapt aan de Spanjaarden en verenigden zich te Bergen op Zoom met Maurits van Oranje, op dat moment verwikkeld in het beleg van Bergen op Zoom (1622). Gezamenlijk wisten zij het beleg op te breken. Mansfeld ging hierna naar Friesland waar hij bleef tot 1624. Van Brunswijk wiens bijnaam "De dolle hertog" was, die niet zonder strijd kon, ondernam met enige Staatse steun vanuit Bredevoort een veldtocht op Duits grondgebied.

Zijn leger trok tot in Saksen, maar in het uitblijven van de gehoopte ondersteuning door de Duitse protestantse vorsten was Christiaan genoodzaakt een lange terutocht naar de Nederlanden te ondernemen. Het leger van de graaf van Tilly zette de achtervolging in, en kon uiteindelijk net voor de Nederlandse grens Christiaan tot de strijd dwingen.

Slag[bewerken]

Drie dagen lang kon Van Brunswijks achterhoede, onder bevel van Herman Otto I van Limburg Stirum, de aftocht dekken, maar op 6 augustus werd het leger tot de strijd gedwongen, op geen tien kilometer van de Nederlandse grens. Van Brunswijk liet zijn leger posities innemen op een heuvel, die verder met een gedeeltelijk uitgedroogd moeras omringt was. Deze strategische positie bleek achteraf te verwaarlozen, omdat het leger van de Liga groter was in aantallen, een sterkere discipline gewoon was, en veel meer krijgservaring had opgedaan dan de soldaten van Van Brunswijk. De Liga-heer bracht uiterst zware verliezen aan zijn Protestantse tegenstanders. Ongeveer twee derde van Van Brunswijk's soldaten werden gedood of gevangengenomen, en hij verloor ook zijn geschut, zijn ammunitie en het grootste deel van zijn bagage. De gewonden aan Protestantse kant waren dermate hoog, dat Tilly's soldaten na een bepaalde tijd de aanvallen staken. Over het aantal doden en gewonden zijn de bronnen onduidelijk. Er wordt melding gemaakt tussen de 3.000 en 4.000. Andere schrijvers melden 2.000 doden. De drost van Ahaus die met de zijnen de doden had begraven maakt melding van 350 doden.

Nasleep[bewerken]

De slag bij Stadtlohn (Sebastiaen Vrancx, 1623)

Bij het vallen van de nacht was Christiaan van Brunswijk met ongeveer 5.000 man cavalerie terug in Bredevoort in de Nederlanden. Hun bagage en geschut waren in handen gevallen van de Katholieke Liga. Het geschut bestond uit zestien kanonnen, twee grote mortieren plus bijbehorende munitie. De infanterie was alle kanten opgevlucht en arriveerden enkele dagen na de slag in Zutphen, Deventer, Arnhem en Doesburg. Brunswijk was enige dagen in Bredevoort gebleven, en toen door Staatse troepen naar Arnhem gebracht. Daar trof hij bevelhebber Kniphuizen die hij verantwoordelijk hield voor de mislukte slag. Hij zou op 11 augustus onthoofd worden. Echter door bemiddeling van Frederik Hendrik van Oranje die een onderzoek had geëist, werd Kniphuizen onschuldig bevonden. Brunswijk trok na deze mislukking weer verder naar Friesland en Mansfeld. Dit was de laatste grote slag waaraan Brunswijk zou deel te nemen. Op 16 juni 1626 werd hij door een ziekte getroffen, en stierf op 26 jarige leeftijd te Wolfenbüttel in Duitsland. Tilly was niet tevreden over de afloop van deze slag, en onder de dekmantel de vluchtende soldaten te volgen plunderden zijn soldaten het Staatse grensgebied. De dorpen Winterswijk, Eibergen en Neede moesten het daarbij ontgelden. Neede werd het zwaarst getroffen, waar wel veertig huizen waren afgebrand door brandstichting.

Literatuur[bewerken]

  • Flieger, Hans E.; Die Schlacht bei Stadtlohn am 6. August 1623; Aaken : Shaker 1998; ISBN 3-8265-3738-6
  • Söbbing, Ulrich; Die Schlacht im Lohner Bruch bei Stadtlohn am 6. August 1623 : Leittexte und Objektbeschriftungen der Ausstellung zum 375. Jahrestag der Schlacht und 350. Verjaardag van de Westfaalse Vrede van 14 juni tot en met 31 augustus 1998 in het raadhuis van Stadtlohn ; Stadtlohn : Heimatverein 1998
  • Söbbing, Ulrich; Die Schlacht im Lohner Bruch bei Stadtlohn 1623 : eine Schlacht in Westfalen entscheidet die erste Phase des Dreißigjährigen Krieges; in: Burgerboek van Gronau en Epe, Blz. 9 (1998/99); S. 210-215
  • Oer, Rudolfine von; Die Schlacht bei Stadtlohn in der westfälischen Geschichte; in: Dreißigjähriger Krieg und Westfälischer Friede / Red.: Gunnar Teske. - Münster, 2000. - (Veröffentlichung / Vereinigte Westfälische Adelsarchive e.V. ; 13); S. 57-65

Uitgaande verwijzing[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties