Slag bij Stirling (1648)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stirling Castle

De tweede Slag bij Stirling vond plaats op 12 september 1648 tijdens de Schotse burgeroorlog. De eerste slag bij Stirling werd in 1297 uitgevochten.

De slag werd gevoerd tussen enerzijds de Earl of Lanerick, en anderzijds de Duke of Argyll. Argyll had ca. 900 manschappen toen hij in de ochtend van 12 september 1648 arriveerde bij Stirling. Terwijl hij dineerde met de Earl of Mar werd door Lanerick's troepen, onder leiding van Sir George Munro de aanval geopend, en Argyll sloeg op de vlucht, terwijl hij vanuit Stirling Castle werd beschoten. Argyll's troepen waren volledig verrast, en in de slag vonden 200 man de dood, terwijl 400 krijgsgevangen werden gemaakt. Toen ze op de vlucht sloegen werden nog een groot aantal soldaten gedood, of verdronken terwijl ze de Forth trachtten over te zwemmen.

Buiten Stirling hadden beide bevelvoerders overigens een groot aantal troepen, Lanerick had 4000 man cavalerie en 6000 man voetvolk, Argyll kon beschikken over 3000 ruiters en 8000 soldaten. Er wordt vaak over gespeculeerd wat voor slag zou hebben plaatsgevonden had Munro op die 12e september niet het initiatief genomen een verrassingsaanval uit te voeren.

Alhoewel Munro bij Lanerick aandrong om na de slag bij Stirling de aanval voort te zetten, werden vanaf de 15e september onderhandelingen gevoerd, en kwam het op 29 september daaropvolgend tot een wapenstilstand. Niet lang daarna werden de legers van Lanerick en Argyll samengevoegd, en vochten zij in 1650 de slag bij Carbisdale.