Slag bij Thapsus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Slag bij Thapsus, gravure naar Andrea Palladio

De slag bij Thapsus was het vervolg van de burgeroorlog tussen Julius Caesar en zijn Populares, en de conservatieve Republikeinen (Optimates).

Na de slag bij Pharsalus[bewerken]

Na de beslissende eindoverwinning in de slag bij Pharsalus, waarna Pompeius naar Egypte vluchtte, en daar werd vermoord, bleef Caesar een tijdje in Egypte, waar hij in de Egyptische burgeroorlog tussen Cleopatra en haar broer, de kant van Cleopatra koos en haar installeerde als koningin.

Toen Caesar klaar was om terug te keren naar Rome, ontstond er een nieuwe opstand tegen zijn bewind, in Numidië en Noord-Afrika.

De opstandelingen[bewerken]

De nieuwe opstand kon er komen door het oponthoud van Caesar in Egypte. Hierdoor slaagden de restanten van het Pompeiaanse opperbevel, onder andere Metellus Scipio, Cato en de getalenteerde Titus Labienus erin om naar Numidië, in Noord-Afrika te vluchtten en daar een bondgenootschap te sluiten met de Numidische koning Juba I, die vreesde voor een Caesariaanse vernietiging en verovering van zijn rijk; voorts kwamen er ook nog andere koningen en lokale patriarchen naar de Pompeianen, en gaven hun legers in dienst van de Pompeianen; De Pompeianen slaagde erin om op korte tijd 2 volledig uitgerustte legioenen te vormen, en samen met andere eenheden, besloeg het Pompeiaans- Republikeinse leger zo'n 40.000 à 50.000 man, aangevuld met zo'n 60 olifanten.

Voorspel tot de slag[bewerken]

Caesar zag dat de belangrijkste verbindingslijn van de Pompeianen Thapsus was, en daarom probeerde hij hen tot een slag te dwingen, door de stad en haven te belegeren, door 3 linies van versterkingen in het zuiden te bouwen; Inderdaad, de Pompeianen werden gedwongen tot een veldslag, en naderden de stad Thapsus via het noorden.

De slag[bewerken]

Caesar zette zijn eenheden op zijn klassieke manier op. Hij voerde de rechtervleugel aan, met het Tiende legioen(Legioen X), terwijl hij zijn ruiterij buiten bereik stelde van het zicht van de Pompeianen, om mogelijk hun achterhoede aan te vallen; Scipio voerde de Pompeiaans- Republikeinse legers aan. Hij stelde zijn olifanten op de linkervleugel op, tegenover Caesar. Deze laatste had ongeveer 5 cohorten in achterhoede genomen om de olifanten te kunnen afslaan. De slag begon toen de olifanten aanvielen, maar door de verwarring vielen ze niet de rechtervleugel (Caesar) aan, maar het centrum van de Caesariaanse eenheden. Deze laatste slaagde erin om zeer dapper door te vechten, en door het afslaan van de olifanten ontstond er chaos. De olifanten keerden terug en richtten zich op de Pompeiaans- Republikeinse slaglinies. Dit veroorzaakte heel wat slachtoffers en een enorme chaos. Caesar profiteerde van deze toestand en stuurde zijn cavalerie achter het Pompeiaanse leger. Ze vernielden de versterkingen en fortificaties van de Pompeianen achter de Pompeiaanse legers. Hierop vluchtte koning Juba I en zijn troepen van het slagveld. De uitkomst was nu definitief. Scipio had geen keus. Hij en 10.000 van zijn loyaalste mannen gaven zich over aan Caesar. Deze reageerde heel ongewoon en liet ze allemaal executeren. Sommige historici menen dat Caesar een epileptische aanval kreeg tijdens de slag, en dat het daarom was dat hij niet helder bij geest was.

Nasleep[bewerken]

Ook nu slaagden een paar pompeiaanse bevelhebbers, waaronder Labienus en de twee zonen van Pompeius, erin om te vluchten naar Hispania (Spanje), waar ze de Caesariaanse legioenen overtuigden van hun zaak, waarna ze weer een nieuwe Pompeiaans-Republikeinse opstand konden beginnen. De slag bij Munda kon beginnen.