Slag bij Toulouse (1814)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De slagorde

De Slag bij Toulouse (1814) was een van de laatste grote veldslagen van de Napoleontische oorlogen. Hierin vocht Napoleon tegen de naties van de Zesde coalitie. Onder leiding van Arthur Wellesley, de Hertog van Wellington, hadden ze het jaar ervoor het Franse leger teruggedrongen uit Spanje en Wellesley legde nu het beleg van Toulouse in de lente van 1814.

Prelude[bewerken]

De stad van Toulouse werd verdedigd door maarschalk Soult, met onder zijn leiding ongeveer 42.000 Franse troepen. Deze troepen waren enorm gedemoraliseerd door de grote verliezen die ze daarvoor hadden geleden bij de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Frankrijk werd op dit moment langs alle kanten aangevallen, zie onder meer Slag bij Leipzig, en Napoleon had de meeste van zijn troepen naar het oosten van Frankrijk gestuurd. Napoleon had enkele dagen voor het begin van de veldslag al een wapenstilstand getekend met de coalitie maar op dat moment wisten Maarschalk Soult en Arthur Wellesley dit nog niet.

Offensief van de Geallieerde[bewerken]

Op 12 maart nam William Beresford Bordeaux in zonder veel problemen en voegde zich met een deel van zijn troepen bij Wellesley. Op 4 april legden de Genietroepen van Wellesley een pontonbrug over de Garonne om zijn troepen in plaats te zetten. Deze pontonbrug stroomde weg maar Maarschalk Soult kon hier geen voordeel uit halen, enkele dagen later namen de Geallieerden een brug over de Garonne in om hun afgezonderde troepen te ondersteunen. De Geallieerden namen stelselmatig de posities van de Fransen in, waardoor Maarschalk Soult zijn troepen volledig binnen de stadsmuren moest brengen.

Wapenstilstand[bewerken]

Op de ochtend van de 12de april gaf Toulouse de strijd op en overhandigden de stad aan de Geallieerden. In de namiddag ontving Wellesley het bericht dat Napoleon zich had overgegeven. Maarschalk Soult echter trok weg uit Toulouse en vocht verder tegen de Geallieerden tot en met de 17de april toen hij zelf een wapenstilstond sloot met Wellesley. Op dit moment hadden de Geallieerden ongeveer 4500 manschappen verloren terwijl de Fransen ongeveer 3000 manschappen verloren.