Slag bij Westrozebeke

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Westrozebeke
Miniatuur uit een kroniek van Jean Froissart
Miniatuur uit een kroniek van Jean Froissart
Datum 27 november 1382
Locatie Westrozebeke
Resultaat Franse overwinning
Strijdende partijen
Frankreich staatsflagge bis1790.gifFrankrijk
Flag of Flanders.svgVlaanderen
GentVlag.gifVlaamse steden onder leiding van Gent
Commandanten
France moderne.svgKarel VI van Frankrijk
Blason comte-des-Flandres.svgLodewijk van Male
Blason ville be Gand (Flandre-Orientale).svgFilips van Artevelde †
Troepensterkte
16.000 14.000
Verliezen
onbekend onbekend, maar wel meer dan aan de Franse zijde

De Slag bij Westrozebeke werd op 27 november 1382 op de Goudberg bij Westrozebeke geleverd tussen een leger van opstandige Vlaamse steden onder leiding van de Gentenaar Filips van Artevelde en een Frans leger onder Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen, die na zijn nederlaag op het Beverhoutsveld de hulp van koning Karel VI van Frankrijk had ingeroepen. De troepen onder Filips van Artevelde werden verslagen. Filips sneuvelde er en zijn lijk werd op een rad tentoongesteld. In het Frans, en bijgevolg ook in het Engels, staat deze veldslag gekend als de slag bij Roosebeke.

Voorbeschouwing[bewerken]

Filips de Stoute bepaalde van 1380 tot 1388 het beleid in de regentschapsraad die het bestuur over Frankrijk uitoefende tijdens de minderjarigheid van Karel VI, die een neef van hem was. Hij zette in Westrozebeke het Franse leger in om een Vlaamse opstand onder Filips van Artevelde tegen Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen, neer te slaan. Filips de Stoute was gehuwd met Margaretha van Male, een dochter van Lodewijk.

Lijk van Filips van Artevelde bij de Slag van Westrozebeke

De slag[bewerken]

De Fransen verzamelden een sterk leger in november, alhoewel eigentijdse bronnen die aantallen sterk overdreven (50.000 tot 80.000 man). Filips' leger was numeriek zeker in de minderheid. In die periode belegerde hij Oudenaarde, maar brak dat beleg op om zijn kamp op te slaan op een heuvel, de Goudberg, tussen Oostnieuwkerke en Passendale. De Franse troepen lagen aan de andere kant van die heuvel.

In de morgen van 27 november wilde Filips van de dichte mist gebruik maken om aan te vallen. Om een doorbraak door ruiters te verhinderen beval hij zijn mannen zich in dichte orde in de vorm van een vierkant op de heuvel op te stellen. De Fransen waren de door hen verloren Guldensporenslag niet vergeten, en vielen zelf als eersten te voet aan. Artevelde kon die charge afslaan, besloot dan zelf zijn gunstige positie op de heuvel te verlaten en lanceerde overmoedig een aanval.

De Franse bevelhebber, Olivier de Clisson, strafte dit af door de onverdedigde flanken van de Vlamingen met zijn zware ruiterij aan te vallen. Dat veroorzaakte paniek in de Vlaamse achterhoede, die haar wapens weggooide en op de vlucht sloeg. Daardoor bleef de Vlaamse hoofdmacht niets anders over dan zich in een cirkel op te stellen. Ze werd achteruit gedrongen en poogde aan de bron van de Mandel haar gelederen te herstellen. Een aparte troep bestookte hen vanaf de Tiendenberg, waardoor een groot deel van de Vlaamse troepen op de vlucht sloeg in de richting van Staden. Alleen een groep Gentenaars hield stand en bleef fanatiek verder vechten. Ze werden zo dicht bij elkaar gedrongen dat ze hun wapens niet meer konden gebruiken. Een aantal van hen zou door verstikking zijn omgekomen waaronder Filips van Artevelde.

Plunderingen in Kortrijk[bewerken]

Na de slag trokken de Fransen naar Kortrijk om er plunderingen en moordpartijen aan te richten. Ze staken de stad in brand en namen de sporen terug die na de Guldensporenslag als trofee waren opgehangen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Ze kregen een nieuw onderkomen in de Sint-Denijsbasiliek te Parijs.[1] De vernuftige belfortklok liet Filips de Stoute meenemen om ze aan zijn hoofdstad Dijon te schenken. Hij noemde ze één van de mooiste die er zijn aan deze of gene zijde van de zee (“l'un des plus biaux que on seuist dechà ni delà la mer”). Ze werd er bekend als Le Jacquemart, wat uitgroeide tot de algemene benaming voor een klok met mechanische poppen.

Nabeschouwing[bewerken]

Filips de Stoute kon deze overwinning niet te gelde maken. Hij was eind januari 1384 graaf van Vlaanderen geworden, en had de economische kracht van Gent nodig. De rebellie duurde tot 8 december 1385, wanneer de Vrede van Doornik werd gesloten tussen een diplomatieke graaf en een uitgeputte stad.

Het belang dat Filips aan de slag hechtte, blijkt niettemin uit het enorme wandtapijt dat hij ervan liet maken (5x41m).[2] Hij bestelde het in 1384 bij Michel Bernard, een koopman uit Atrecht. Het werk - nu verloren - kostte niet minder dan 3600 goudfranken en mocht tot de belangrijkste politieke kunst uit de middeleeuwen worden gerekend.

Oude bronnen[bewerken]

Bronnen
  1. Barbara Tuchman, De waanzinnige veertiende eeuw, blz. 380-400
  2. Thomas P. Campbell (2002), Tapestry in the Renaissance. Art and Magnificence, blz. 16