Slag om Bannockburn
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
||||||||||||||||||||||||||||||
De Slag om Bannockburn (23 en 24 juni 1314) was de belangrijkste overwinning voor de Schotten tijdens de Schotse onafhankelijkheidsoorlogen.
[bewerk] Voorgeschiedenis
Stirling Castle werd belegerd door de Schotten in het voorjaar van 1314. De commandant van dit kasteel had besloten om zich over te geven als hij geen versterkingen kreeg. Dit deed koning Eduard II besluiten om zelf aan het hoofd van een legermacht van 25.000 mannen naar Stirling Castle op te trekken.
[bewerk] De slag
Op zondag 23 juni bereikte deze legermacht het fort bij Bannockburn, enkele kilometers ten zuiden van Stirling Castle. De Schotten stonden hen met een legermacht van 9000 man, onder aanvoering van Robert Bruce en de kapiteins van William Wallace, op te wachten. Er braken vrijwel onmiddellijk schermutselingen uit die in het voordeel van de Schotten beslist werden. De Engelse cavalerie stuitte op de Schotse schiltron (soort phalanx). Hierdoor werd de cavalerie voor het vervolg van de slag voor een groot deel buiten gevecht gesteld. Ook versloeg Robert Bruce zelf nog, gezeten op zijn pony, een belangrijke Engelse ridder door hem met zijn strijdbijl op zijn helm te slaan. Met als gevolg dat niet alleen zijn helm, maar ook zijn hoofd in tweeën werd gespleten. Dit was een behoorlijke morele steun voor de Schotten.
Op de tweede dag rukten de Engelsen op terwijl de Schotten hen opwachtten geformeerd in schiltrons. De resterende cavalerie wist hier niet door te breken, en werd teruggedreven richting zijn eigen troepen. Hierop volgde de opmars van de Schotten. De Engelsen kwamen klem te zitten in het moerassige land, met voor zich de oprukkende Schotten en achter zich de rivier Forth. Uiteindelijk verloren de Engelsen 10.000 man tegenover de Schotten 4.000. Toen koning Eduard II op de vlucht sloeg was de strijd in het voordeel van de Schotten beslist.
[bewerk] Gevolgen
De slag bij Bannockburn zou er uiteindelijk toe leiden dat Schotland 10 jaar later zijn onafhankelijkheid verkreeg. Deze onafhankelijkheid zou tot 1707 duren, toen het Engelse en Schotse parlement de Act of Union tekenden en beiden opgingen in het koninkrijk Groot-Brittannië.

