Slag om Den Haag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag om Den Haag
Vernietigde Duitse Junkers Ju 52 vliegtuigen bij Valkenburg
Vernietigde Duitse Junkers Ju 52 vliegtuigen bij Valkenburg
Datum 10 mei 1940
Locatie Den Haag en het omliggende gebied, Nederland
Resultaat tactische Nederlandse overwinning
Strijdende partijen
Flag of the Netherlands.svg Nederland Flag of German Reich (1935–1945).svg Nazi-Duitsland
Commandanten
Flag of the Netherlands.svg Henri Winkelman Flag of German Reich (1935–1945).svg Hans graaf von Sponeck
Troepensterkte
11,100 soldaten (3 divisies)
Twee groepen pantserwagens
3,500 parachutisten en luchtlandingstroepen (22e luchtlandingsdivisie)
1,100 vliegtuigen
Verliezen
- 515 gedood
- 1,000 gewond~
- 400 gedood [1]
- 700 gewond (volgens Nederlandse schatting)
- [2][3]
- 1,745 gevangengenomen (Nederlandse opgave)
- 125 transportvliegtuigen verloren gegaan
- 47 transportvliegtuigen beschadigd[4]
- Totaal 525 vliegtuigen verloren

De Slag om Den Haag was de eerste grootschalige, maar tevens mislukte, luchtlandingsaanval in de krijgshistorie op 10 mei 1940 als onderdeel van de Duitse invasie van Nederland, in het kader van Fall Gelb. De Duitsers verloren hierbij de helft van hun aanvallende luchtvloot van 1.100 toestellen plus de helft van de aanvallende manschappen van ongeveer 5.000 man van de Duitse 22e Luchtlandingsdivisie. Het was het grootste mislukte onderdeel van de Duitse aanval op Nederland naast het houden van de Rotterdamse Maasbruggen en van de Stelling Kornwerderzand op de Afsluitdijk.

De slag werd op 10 mei 1940 uitgevochten door het Nederlandse leger en de luchtmacht, tegen Duitse parachutisten en luchtlandingstroepen. Deze troepen werden in en rond Den Haag gedropt en afgezet en kregen als doel om vliegvelden rond de stad en Den Haag zelf te veroveren plus de koningin en de regering gevangen te nemen. Nadat de stad in Duitse handen zou vallen was het de bedoeling om koningin Wilhelmina tot overgave te dwingen, om zodoende de oorlog binnen één dag te beëindigen.

Plan[bewerken]

De Duitse bedoeling was om de Nederlanders te verrassen en op het verkeerde been te zetten, om zo het hoofd van het Nederlandse leger te isoleren. Het plan was om met de transporttoestellen 's nachts over Nederland te vliegen om de Nederlanders te laten denken dat het een aanval op Engeland betrof, om vervolgens de aanval vanaf de Noordzee in te zetten. De vliegvelden Ypenburg, Ockenburg en Valkenburg dienden te worden aangevallen om zo het Nederlandse verdedigingspotentieel aanzienlijk te verzwakken, voordat men Den Haag zou innemen. De verwachting was dat de koningin, en de opperbevelhebber der Nederlandse strijdkrachten: generaal Henri Winkelman onder deze condities wel akkoord zouden gaan met overgave. Als dit niet zou gebeuren zou men alle wegen naar Den Haag afsluiten, om zo eventuele tegenaanvallen in de kiem te smoren.

De Duitse aanval[bewerken]

Geheel volgens plan vlogen de Duitse vliegtuigen in de vroege donkere uren van 10 mei 1940 over Nederland. Het Nederlandse leger merkte dit op, maar duidde deze schending van de Nederlandse neutraliteit niet juist en reageerde nog niet tijdens het duister, maar de luchtmacht kreeg bevel van om 3 uur op te stijgen. De Duitsers keerden op de Noordzee onopgemerkt, en om ongeveer 04.15 uur begonnen zij vliegveld Ypenburg te bombarderen. Om 04.30 uur werden verschillende golven parachutisten in de omliggende velden gedropt. Nederlands machinegeweervuur verstoorde deze landingen, en zorgde voor slachtoffers en verspreiding van de aanvallende eenheden. De Duitsers vielen het vliegveld verder aan en slaagden erin het hoofdgebouw op de vliegbasis te bezetten. Hierna hesen zij de Duitse vlag als signaal van hun overwinning. Nederlandse troepen konden echter verhinderen dat de Duitsers verder Den Haag in trokken.

Rond de zelfde tijd werden op de landingsbaan in Ockenburg ook parachutisten gedropt. De verdedigers van dit vliegveld waren niet in staat om de aanval te stoppen, maar wisten de Duitse troepen lang genoeg op te houden om infanteriereserves de kans te geven te arriveren en zo de verdere Duitse opmars naar Den Haag tegen te houden. De aanvallers gebruikten het ingenomen vliegveld om te hergroeperen, maar het werd door de Nederlandse luchtmacht gebombardeerd om te voorkomen dat deze verder door de Duitsers gebruikt zou worden.

Vliegveld Valkenburg was juist volledig afgebouwd, maar de grond was nog niet droog en hard genoeg voor landingen. Net als bij Ypenburg werd het vliegveld eerst gebombardeerd om er vervolgens parachutisten te droppen. De bombardementen zorgde voor zware verliezen bij de verdedigende troepen, echter de parachutisten leden ook zware verliezen tijdens de dropping en de andere troepen tijdens het afzetten. Desondanks kon de verdediging niet voorkomen dat het vliegveld werd ingenomen. Er landden Duitse transportvliegtuigen, de Ju 52s, maar omdat de grond te zacht was, zakten die door de grasmat en konden niet meer bewegen, zodat zij en de gelande manschappen schietschijven voor de verdediging werden en bovendien nakomende vliegtuigen blokkeerden, zodat niet de gehele Duitse troepenmacht kon worden ontplooid.

Wat volgde waren diverse grondgevechten met als gevolg de Duitse inname van het plaatsje Valkenburg, ook namen zij bij Katwijk diverse bruggen en gebouwen in.

De Nederlandse tegenaanval[bewerken]

De tegenaanval

Ondanks de verovering van drie vliegvelden leek het hoofddoel, de inname van Den Haag en de Nederlandse overgave afdwingen, mislukt. Enkele uren later lanceerde het Nederlandse leger een tegenoffensief om de veroverde vliegvelden weer in te nemen. De tegenaanval begon in Ypenburg. Zwaar in de minderheid en slechts uitgerust met munitie die was buitgemaakt op de Duitsers, slaagden Nederlandse troepen erin om in een positie te komen om het eigen vliegveld met artillerie te beschieten, waar de Duitse luchtlandingstroepen op dat moment geen verweer tegen hadden. Dit veroorzaakte zware schade aan het vliegveld en dwong Duitsers de zwaar beschadigde en in brand geschoten gebouwen te ontvluchten, waardoor zij hun sterke verdedigende positie verloren. Nederlandse troepen slaagden erin om het vliegveld te bereiken en de aanval door te drukken. In de gevechten die volgden waren vele Duitse soldaten genoodzaakt zich over te geven.

Ook vliegveld Ockenburg werd door de Nederlanders gebombardeerd, voorafgaand aan de bestorming door infanterie eenheden. De Duitsers zagen zich gedwongen de aftocht te blazen, en ook in dit proces werden velen krijgsgevangen gemaakt door de oprukkende Nederlandse troepen. Tientallen van de terugtrekkende Duitse soldaten waren de omliggende bossen ingevlucht, en zij bleken in staat om uit handen van de Nederlanders te blijven. Toen de Nederlanders de opdracht kregen de aanval te staken vervolgden de parachutisten hun weg richting Rotterdam.

Nadat Leiden was afgeschermd, heroverden Nederlandse eenheden een strategisch belangrijke brug op de Duitsers. Nadat versterking arriveerde begonnen de troepen grondaanvallen uit te voeren op de Duitsers, dit gelijktijdig met bommenwerpers die de gelande Duitse transportvliegtuigen aanvielen. Toen Duitse eenheden probeerden verdedigende posities op te zetten bij de uithoeken van het vliegveld werden ze hevig onder vuur genomen, en de overgebleven soldaten moesten zich terugtrekken. Diverse kleine groepen soldaten raakten in gevecht met elkaar, tijdens Nederlandse pogingen om dorpen en gebouwen van Duitsers te zuiveren.

Aan het eind van deze 10e mei, waren alle vliegvelden weer in Nederlandse handen. De euforie over deze overwinning was echter van korte duur door de Duitse successen in andere strategisch belangrijke gebieden in Nederland.

Nasleep[bewerken]

Het algemeen effect van de slag was onvoorzien. De grote aantallen Duitse transportvliegtuigen die verloren waren gegaan, hadden volgens militair historici luitenant-kolonel Eppo Brongers en kolonel Adriaan Hakkert direct hun weerslag op de Battle of Britain, de luchtslag om Engeland die twee maanden later begon en op de geplande invasie van Groot-Brittannië, aangezien de Duisters deze enorme verliezen nog op geen enkele wijze hadden kunnen aanvullen. Ook luchtmaarschalk Albert Kesselring erkende na de oorlog de grote invloed van dit verlies op de Battle of Britain. Ook bij de overigens succesvolle aanval op Kreta in 1941 was dit verlies nog te merken.

De overgebleven Duitse elementen die waren gevlucht van de vliegvelden waren verspreid geraakt over de duinen en het omliggende gebied. Generaal Von Sponeck kreeg het bevel met deze eenheden de aanval op Rotterdam te ondersteunen. Van zijn eenheid waren echter ruim 1600 man krijgsgevangen genomen, en 1400 van hen direct verscheept naar Engeland. Twee keer wist Von Sponeck met de resten van zijn divisie een aanval te ontwijken, maar moest zich met zijn overgebleven 1100 man ingraven om zich rondom te verdedigen. Alleen de overgave van de Nederlandse troepen, na het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940, zorgde dat de schande van overgave hem bespaard bleef. Volgens sommige deskundigen was dit bombardement specifiek doorgedrukt door rijksmaarschalk Hermann Göring, die koste wat kost een Nederlandse overgave wilde forceren, om zo zijn protegé Von Sponeck te sparen.

Na de mislukte luchtlandingen verloor Adolf Hitler zijn interesse in dit concept wegens de hoge verliezen en de teleurstellende resultaten, en gebruikte het alleen bij de aanval op Kreta in 1941, omdat het hier onvermijdelijk was.

Bronnen, noten en/of referenties