Slag om Wenen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag om Wenen
Onderdeel van Tweede Wereldoorlog
Het Rode Leger rijden met hun voertuigen door Wenen binnen
Het Rode Leger rijden met hun voertuigen door Wenen binnen
Datum 2 april13 april 1945
Locatie Wenen, Oostenrijk
Resultaat Overwinning voor de Sovjet-Unie
Strijdende partijen
Flag of the NSDAP (1920–1945).svg Duitsland Flag of the Soviet Union.svg Sovjet-Unie
Flag of the Bulgarian Homeland Front.svg Bulgarije
Commandanten
Flag of the NSDAP (1920–1945).svg Rudolf von Bünau
Flag of the NSDAP (1920–1945).svg Wilhelm Bittrich
Flag of the Soviet Union.svg Fjodor Tolboechin
Flag of the Bulgarian Homeland Front.svg Vladimir Stoychev
Troepensterkte
1 leger (onderbezet)
Lokale strijders
4 legers (volledige sterkte)
644.700 Sovjets en 100.900 Bulgaren in 85 divisies en 3 brigades
Verliezen
19.000 doden
47.000 krijgsgevangenen
20.000 (Wenen) 5.000 (Omgeving) 20% van de slachtoffers waren burgers.
18.000 doden.

De Slag om Wenen of Weens Offensief was een strijd tussen het Rode Leger en de Duitse Wehrmacht in Wenen en het Wienerwald en duurde van 2 april tot 13 april 1945.

Achtergrond[bewerken]

Na de Slag om Boedapest en de mislukking van Operatie Frühlingserwachen trok het 6de SS-Panzerleger zich in etappes terug naar het gebied om Wenen. De Duitsers bereidde wanhopig defensieve posities voor om te pogen de stad te beschermen tegen de snel oprukkende Sovjets.

Tijdens de lente van 1945 was de opmars van de 3de Oekraïense Front onder de Sovjet-generaal Fjodor Tolboechin die aan beide zijden van de Donau door West-Hongarije oprukte in een stroomversnelling geraakt.

Op 30 maart 1945 staken de oprukkende Sovjet-troepen de rivier de Hron en de Nitra over veroverde daarna Sopron en Nagykanizsa en staken tenslotte de grens van Hongarije met Oostenrijk over. Tolboechin was nu klaar om op te rukken in Oostenrijk en Wenen te veroveren.

De slag[bewerken]

Op 2 april 1945 ontkende Radio Wenen dat de Oostenrijkse hoofdstad tot open stad was verklaard. Op dezelfde dag naderde de Sovjet-troepen vanuit het zuiden Wenen, nadat ze eerder Wiener Neustadt, Eisenstadt, Neunkirchen en Gloggnitz hadden bezet. Baden en Bratislava werden op 4 april 1945 bezet.

Nadat ze in het gebied van Wenen waren gearriveerd omsingelde, belegerde en viel het 3de Oekraïense Front de stad aan. Betrokken bij de aanval waren het Sovjet 4de Gardeleger, het Sovjet 6de Garde Tankleger, het Sovjet 9de Gardeleger en het Sovjet 46ste Leger. De Oostenrijkse Verzetsgroep 05 geleid door Carl Szokoll wilde Wenen van vernietiging besparen en probeerde actief de Duitse verdedigingen te saboteren om de intocht van het Rode Leger te ondersteunen.

De enige belangrijke Duitse strijdmacht die tegenover de Sovjets stonden was de Duitse II.SS-Panzerkorps van het Zesde SS-Pantserleger samen met bijeengeraapte troepen uit het garnizoen en uit de eenheden van de luchtbescherming. De verdediging van Wenen werd geleid door generaal Rudolf von Bünau met de eenheden van de II.SS-Panzerkorps onder bevel van SS-generaal Wilhelm Bittrich.

De slag om de Oostenrijkse hoofdstad wordt in sommige gevallen gekenmerkt door hevige stadsgevechten, maar er waren ook delen in de stad waar de Sovjets weinig tegenstand ondervonden. De Zesde Panzer Division verdedigde vanuit het Prater Park, in het zuiden van de stad lagen de 2de en 3de SS-Panzer Divisions en in het noorden lag de Führer-Grenadier Division. De Sovjets vielen met het 4de Gardeleger en delen van het 9de Gardeleger Wenen binnen vanuit de oostelijke en zuidelijke buitenwijken. De Duitse verdedigers hielden de Sovjets tot 7 april uit de zuidelijke buitenwijk van de stad. Echter na het succesvol bereiken van diverse steunpunten in de zuidelijke buitenwijken, rukte de sovjets op 8 april de westelijke buitenwijken met het 6de Garde Tankleger en het grootste deel van het 9de Gardeleger binnen. De westelijke buitenwijken waren vooral van belang voor de Sovjets omdat daar het centraal station van Wenen bevond. Het sovjetsucces in de westelijke buitenwijken leidde snel tot infiltratie in de oostelijke en noordelijke buitenwijken later op de dag. Ten noorden van de Donau rukte het 46ste Leger door de noordelijke buitenwijken op naar het westen. Centraal-Wenen was nu van de rest van Oostenrijk afgesloten.

Op 9 april begonnen de Sovjets met de infiltratie in het centrum van de stad, maar de straatgevechten duurde nog enkele dagen voort. In de nacht van 11 april bestormde het 4de Gardeleger de Donau-kanalen met de 20ste Gardekorps en de 1ste Gemechaniseerde Korps die richting de Reichsbrücke oprukte. In een coup de main landde op 13 april troepen van de 80ste Gardedivisie en de 7de Garde Luchtlandingsdivisies op beide zijde van de brug waar ze de ontstekingsdraden doorknipte en de brug veiligstelde. Hoewel andere belangrijke bruggen wel waren verwoest. Wenen viel uiteindelijk op 13 april 1945 toen de laatste verdedigers van de stad zich overgaven. De II.SS-Panzerkorps van Bittrich was instaat in de avond van 13 april uit te breken naar het westen om omsingeling te voorkomen. Op dezelfde dag nam het 46ste Leger Essling in en er landde marine-infanterie-eenheden bij Klosterneuburg.

Terwijl de straatgevechten op 8 april in de zuidelijke en westelijke buitenwijken van Wenen verhevigde, rukte andere troepen van de 3de Oekraïense Front voorbij Wenen en rukte op richting Linz en Graz.

Nasleep[bewerken]

Op 15 april 1945 rukte de legers van het 3de Oekraïense Front verder Oostenrijk binnen. De compleet vermoeide overblijfselen van wat het 6de SS-Panzerleger was werd gedwongen te vluchten naar een gebied tussen Wenen en Linz. Net achter de terugtrekkende Duitsers waren delen van het Sovjet 9de Gardeleger en het Sovjet 46ste Leger. Het Sovjet 26ste Leger en het Sovjet 27ste Leger rukte op naar het gebied ten noorden van Graz, net achter het terugtrekkende Duitse Zesde Leger. Het Sovjet 57ste Leger en het Bulgaarse 1ste Leger rukte ten zuiden naar Graz op, vlak achter het terugtrekkende Duitse 2de Pantserleger. Geen van deze Duitse legers was alleen in staat om de oprukkende Sovjets-troepen tijdelijk tot stilstand te brengen.

Bepaalde van de mooiste gebouwen van Wenen lagen na de slag in puin. Er was geen water, elektriciteit of gas en bendes van buitenlanders of Oostenrijkers plunderde en vielen weerloze burgers aan vanwege afwezigheid van politie. Terwijl de Sovjets aanvalstroepen in het algemeen zich gedragen, was de tweede golf van Sovjet-troepen die in de stad arriveerde slecht gedisciplineerd. Die troepen voldeden zich aan plundering en verkrachting.

Net als Bittrich kon generaal von Bünau voordat Wenen viel aan Sovjet-gevangenschap ontsnappen. Van 16 april 1945 tot aan de Duitse capitulatie leidde hij Generalkommando von Bünau en gaf zich uiteindelijk op 8 mei over aan de Amerikanen. Von Bünau was tot april 1947 krijgsgevangene, Bittrich die zich ook de Amerikanen overgaf bleef tot 1954 krijgsgevangene. Fyodor Tolbukhin ging tot 1949 door met zijn commando over de sovjet Zuidelijke Groep of Eenheden en de Transkaukasische Militaire District.

De Oostenrijkse politicus Karl Renner richtte in april 1945 een Voorlopige Regering in Wenen op met de stilzwijgende goedkeuring van de Sovjets en verklaarde de Oostenrijkse afscheiding van het Derde Rijk.

Bronnen[bewerken]

  • Dollinger, Hans, Jacobsen, Hans Adolf, The Decline and Fall of Nazi Germany and Imperial Japan, New York: Crown, 1968.
  • Gosztony, Peter, Endkampf an der Donau 1944/45, Wien: Molden Taschenbuch Verlag, 1978. ISBN 3-217-05126-2.
  • Manfried Rauchensteiner: Der Krieg in Österreich 1945 aus: Schriften des Heeresgeschichtlichen Museums in Wien (Militärwissenschaftliches Institut), Österr. Bundesverlag, Wien 1984, ISBN 3-215-01672-9.
  • Toland, John, The Last 100 Days, New York: Random House, 1965.