Slag op het Lanakerveld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oranjes eerste invasie

Dalheim · Heiligerlee · Groningen · Eems · Jemmingen · Lanakerveld · Geldenaken

De Slag op het Lanakerveld is een nooit gevoerde veldslag tussen de legers van Willem van Oranje en die van de Hertog van Alva op 9 oktober 1568 op het Lanakerveld bij Maastricht. De slag maakte deel uit van Oranjes eerste invasie tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

Aanleiding[bewerken]

Na de Beeldenstorm in 1566 en de daaropvolgende harde repressies van de Spaanse generaal van Alva, besloot de gevluchte stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, Willem van Oranje, om een inval in de Nederlanden te wagen.

Eerder al had Joost de Soete, heer van Villers, een onsuccesvolle inval gedaan in april dat jaar (zie de Slag bij Dalheim). Daarna hadden in mei Oranjes broers Lodewijk en Adolf van Nassau een eveneens mislukte inval in Friesland geprobeerd (zie Slag bij Heiligerlee en Slag bij Jemmingen). Nu probeerde Willem van Oranje het zelf nogmaals.

Oranje tegen Alva[bewerken]

Op 5 oktober 1568 was Willem van Oranje met 14 000 voetknechten en 7000 ruiters bij Stokkem onverwachts de Maas overgestoken. Daarop gaf hij zijn vermoeide troepen twee dagen rust en rukte vervolgens langs de oude Romeinse heirweg naar Maastricht op. Alva, die numeriek in de minderheid was, had echter op 7 oktober zijn hoofdkwartier van Pietersheim naar de hoeve Caberg verplaatst en legerde zijn troepen met Maastricht in de rug op het Lanakerveld, daarbij strategisch gebruik makend van de helling van het Zouwdal.

Toen Oranje naar Eigenbilzen trok, versterkte hij ook de Dousberg en Veldwezelt. Op 9 oktober stonden Willem van Oranje en Alva tegenover elkaar op de Dousberg. Nu durfde de prins van Oranje de slag niet meer aan. Alva’s tactiek had daarmee succes gehad. Alva vreesde namelijk bij een nederlaag in één klap alle Nederlanden kwijt te raken en wilde daarom de slag ontwijken. Als Willem van Oranje na zijn oversteek direct doorgezet had en op het Lanakerveld slag had geleverd, had hij een goede kans Alva te verslaan. “Doorzicht en doortastendheid hadden Alva kunnen verrassen in de velden tussen Caberg en Veldwezelt rond de Zouw” concludeert René Thewissen. “De slag op het Lanakerveld had grote consequenties voor het verdere verloop van de geschiedenis van de Nederlanden kunnen hebben.” [1]

Na de confrontatie[bewerken]

Deze gebeurtenis maakte zo’n indruk op de tijdgenoten, dat hij in het Wilhelmus, dat tussen 1568 en 1572 is geschreven terecht kwam (11e couplet, regel 81-88):

Als een Prins op gheseten
Met mijner Heyres cracht
Van den Tyran vermeten
Heb ick den Slach verwacht
Die bij Maestricht begraven
Bevreesde mijn ghewelt,
Mijn Ruyters sach men draven
Seer moedich door dat Velt.

Het veld waar de schrijver van het Nederlandse volkslied naar verwijst, is geen ander dan het Lanakerveld. Maastricht en het Lanakerveld behoren daarmee tot de weinige geografische namen die met een plaats in het volkslied zijn vereerd. Wel was het nog beter geweest als de ruiters van de prins twee dagen eerder ‘seer moedich door dat velt’ hadden gedraafd.

Willem van Oranje besloot om naar het westen te trekken, waar hij hoopte op een betere kans om Alva te verslaan. Dit leidde tot de Slag bij Geldenaken, die hij verloor.

Bronnen[bewerken]

  • Mosmuller, J.M.H., De veldtocht van Willem van Oranje 1568-1569, Historische en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal, (1995) 44-67.

Referenties[bewerken]

  1. Thewissen, René, "Alva en de Prins", Wiosello, 1 (1986)

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]